Boven een oceaan

Edwin Fagels departures (Halverwege Chapbooks, 2013) opent met een citaat uit een songtekst van de Amerikaanse indierockband Bright Eyes, waarin sprake is van een neerstortend vliegtuig:

[…] ‘And then suddenly there was this huge mechanical failure and one of the engines gave out, and they started just falling thirty-thousand feet, and the pilot’s on the microphone and he’s saying ‘I’m sorry, I’m sorry, oh my god… I’m sorry and apoligizing.’ […]

Deze voorstelling zullen de meesten van ons zich weleens hebben gemaakt. Als de maag blijft omdraaien dan is de kans groot dat je in meerdere of mindere mate aan vliegangst lijdt. De ik-figuur wordt er misselijk van en moet er zelfs van kotsen.

In negen prozagedichten schetst Fagel vertrek en aankomst van een geliefde per vliegtuig en een achterblijvende ik die de gedachten aan een neerstortende vriendin maar niet van zich kan afzetten. De spanningsboog wordt subtiel opgebouwd en tot het einde toe volgehouden door het ineenvlechten van het wedervaren van de piekerende thuisblijver met gebeurtenissen op het vliegveld en aan boord. Zo lezen we in het eerste gedicht deze cliffhanger:

[…] er staat een man op de loopband alsof hij
in de lucht hangt, echt een soort jezus die je
aankijkt met een gekke glimlach en je wordt
ineens zo bang

Fagel jaagt de angst verder aan door het gebruik van woorden en zinsneden als ‘zwaailicht’, ‘je mond is droog’, ‘de kat kotst onder tafel’, ‘een eindrapport’, ‘bloedblaar’, ‘maagzuur’,

[…] op datzelfde moment hingen
honderden vliegtuigen, met daarin duizenden mensen,
boven een oceaan, een rare gedachte […]

‘reddingsvest’, ‘zonder aanwijsbare reden springt af en toe / het “fasten your seatbelts”,-lampje aan’, ‘je rook naar benzine’ en

de nacht is een zwarte tor
die oneindig rondjes over de aarde kruipt.
je hangt boven de oceaan en hij haalt je in.

Maar het ongeluk vindt niet plaats. In het een-na-laatste gedicht staat de ik-figuur in de aankomsthal te wachten met een bos bloemen in zijn hand. Dan gebeurt er tot slot toch nog iets geks, waardoor je je afvraagt of je het allemaal wel goed hebt begrepen. Ik begin de bundel van voren af aan weer te lezen.

[…] het lijkt fictie,
of nee, het lijkt de werkelijkheid en deze
werkelijkheid hier fictie. je krijgt het benauwd.

In departures wordt taal in al haar eenvoud aangewend om relaas te doen. De compositie geeft de bundel kracht en de wending aan het einde houdt meerdere verhaallijnen open. En nergens, in niets, is Fagel opdringerig. Hier wordt in de eerste plaats verteld. Ik vind dit een puik bundeltje.

(Dit bericht verscheen eerder, op 15-02-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)