Opgave

Ik ben ontdaan. Van streek. Eet scharrelworst & drink een extra glas wijn. Denk na over wat Rob de Wijk, deskundige, gisteren zei: dat mensen boven de dertig zelden terroristische aanslagen plegen. Vraag me af hoe doordacht zelfmoordaanslagen doorgaans zijn geweest. Of zelfmoordterroristen ook naar zichzélf hebben geluisterd. Hun stem van binnenuit. Herinner me dat Charles Bernsteins poëzie in de nasleep van 9/11 stokte. Bleef steken in proza van alledag. Hoeveel haat kun je verdragen? Hoeveel verdriet? We staan voor de opgave om een nieuwe dimensie aan ons denken en spreken toe te voegen, die ons in staat stelt om verstandig met deze ruwe realiteit om te kunnen gaan. Van enige vernauwing mag geen sprake zijn. Ik zoek het tweede celloconcert van Sjostakovitsj op.

Een vrolijkere Sjostakovitsj

De Russische componist Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj was geen lachebek. Uit de ondertitel van de enige Nederlandse biografie over hem, Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975): een leven in angst, zou je kunnen afleiden dat angst (voor nazi-Duitsland, het stalinistische regime) hem het lachen heeft doen vergaan. Maar uit de weinige keren dat biograaf Theodore van Houten zich in het gemoed van Sjostakovitsj probeert te verplaatsen, krijg ik de indruk dat de Rus eerder leed aan een aangeboren of vroeg ontwikkelde vorm van mistroostigheid dan aan een diepgewortelde angst voor bepaalde zaken. Op de vele foto’s die ik van Sjostakovitsj online aantref zie ik hem, ook op jongere of oudere leeftijd, zelden (glim)lachen. De zwart-witfoto hierboven vormt daar een uitzondering op: Sjostakovitsj ziet er happy uit. Deze foto is genomen in 1946 in het plaatsje Komarovo aan de Finse Golf, waar hij op dat moment vrijwel permanent een datsja bewoonde en later nog vaak voor vakanties naar zou terugkeren. Hij schreef er zijn derde strijkkwartet, dat hij als een van zijn ‘meest geslaagde’ werken beschouwde. Een vrolijkere Sjostakovitsj … Je kunt je haast niet voorstellen wat dat met zijn oeuvre zou hebben gedaan.

Ik weet nog steeds niet hoe ik in bovenstaand verband de volgende anekdote moet interpreteren. Toen cineast Leonid Trauberg vernam dat Sjostakovitsj toevallig in Leningrad was, belde hij de componist op om een afspraak te maken voor een gesprek over het schrijven van ‘een libretto voor een vrolijke operette’. Sjostakovitsj antwoordde door de telefoon: ‘Kom morgen om half elf naar mijn hotel om erover te praten.’ Trauberg was de volgende ochtend stipt op tijd, maar toen Sjostakovitsj niet kwam opdagen, ging hij op zoek naar de hotelkamer van de componist. Een kamermeisje vroeg hem of hij iets zocht, waarop de cineast zei: ‘Ik zoek de heer Sjostakovitsj.’ ‘Maar mijnheer Sjostakovitsj is gisteravond al vertrokken, mijnheer,’ reageerde het kamermeisje. Tja … Wrange humor? Angst? Een overhaast vertrek wegens een ongeval in de familie? Ik weet het niet. Maar zeker is dat het muziekstuk uiteindelijk door een ander werd gecomponeerd.

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975): een leven in angst, Theodore van Houten, uitgeverij Van Gruting, 2006.