Volgende maand word ik zestig—60. Ik ben al een heel eind gekomen, en heb in tussentijd best wat veranderingen ondergaan. De grootste? Dat ik niet langer naar spanning en sensatie verlang, maar rust opzoek en vrede. Dus voor de opwinding hoeft u dit journaal niet te lezen!

Gisteravond keek ik tv en deed tegelijkertijd een oefening. Het tv-programma heette Leef je droom. Een stel met drie jonge kinderen vertrok uit Schotland om op Bali een nieuw bestaan op te bouwen. Ze hadden € 1400 op zak en wilden ergens—waar wisten ze nog niet—eigenhandig een huis bouwen van materialen die ze in de jungle dachten aan te treffen. Er was geen inkomen en ze hoopten van de natuur te kunnen leven. Van enige voorbereiding was geen sprake.

Terwijl ik keek deed ik de volgende oefening: ik probeerde me te onthouden van elke vorm van commentaar. Maar dat ging me niet goed af. Wat een chaotische toestanden, wat een geklungel. Daar kan ik—militair geschoold—dus niet bij.

Dirk Sager—Sibiriens Schicksalsstrom: Der Jenissei. Vom Paradies in die Hölle (documentaire). Het dunbevolkte Toeva is een autonome republiek binnen de Russische federatie. Het is vier keer zo groot als Nederland en telt ruim 300.000 inwoners. In het zuiden grenst Toeva aan Mongolië. Een van de langste rivieren ter wereld, de Jenisej, ontspringt in dit gebied, waarin ook nog een kleine zevenduizend meren liggen. En de natuur is er zó prachtig, dat zij me—toen ik de docu bekeek—de vreugd verschafte van ‘t paradijs!

Twee uur lang in een bootje door Ljouwert heen gefluisterd. Het was aangenaam toeven op het water, dat nog voor enige verkoeling zorgde op deze zonovergoten dag. Twee nijlganzen als wachttorens links en rechts van hun kroost.

Maakte tegen Hennie mijn misnoegen kenbaar over die zo langzamerhand complete gekte rond Max Verstappen en het Nederlands vrouwenelftal. Maar ze had gelijk: wat kan mij dat nou schelen?

De Jenisej is 6000 kilometer lang en doorsnijdt Siberië van het zuiden naar het noorden, waar hij uitmondt in de Noordelijke IJszee. Halverwege ligt het oeverplaatsje Bor. Dirk Sager volgde de rivier van Bor naar het grotendeels ontvolkte mijnbouwstadje Dikson, dat acht maanden per jaar onder sneeuw bedolven is.

Stalin nam dit immense gebied ooit in exploitatie. Tienduizenden mensen werden er al dan niet vrijwillig tewerkgesteld en een deel vond er uiteindelijk een thuis. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie stortte de economie echter ineen. Velen vertrokken, een enkeling bleef achter. Sager zoekt in zijn documentaire achterblijvers op.

Ik kan niets dan bewondering opbrengen voor deze doorzetters. Ze proberen te overleven in een adembenemend landschap maar genadeloos klimaat. Hiertoe hebben de meesten een eigen wereld geschapen, waarin hoop en fantasie hoofdrollen vervullen. Potdomme, ik geef het je te doen.

Als een vader opbiecht dat hij illegaal steur vangt en van de opbrengst de studie van zijn zoon betaalt, vergeef je hem dat. Als een bejaard echtpaar vertelt dat ze beiden van Duitse afkomst zijn en ruim zestig jaar geleden gedeporteerd, heb je meelij met ze. Maar als zíj aangeeft dat er ‘hier niet gezopen wordt’ en dat híj ‘nog tamelijk sterk’ is, lach je met ze mee.

Vanavond wordt De Grote Poëzieprijs uitgereikt. Voor het eerst werden uitgaven in eigen beheer aangemoedigd om tegen betaling van € 75 mee te dingen. Circa 20% van de inzendingen kan onder deze noemer worden geschaard. Geen enkele uitgave in eigen beheer haalde de longlist. Ik heb al eerder mijn ongenoegen geuit over deze gang van zaken.

In De Groene Amsterdammer van deze week oefent Alfred Schaffer op dit punt ook kritiek uit: ‘En als een jury moet concluderen “dat het selectiemechanisme van de traditionele poëzie-uitgevers, zeg maar hun ‘poortwachtersfunctie’, functioneert”, is het misschien beter om dichters die buiten dat traditionele uitgeefcircuit opereren in het vervolg niet al te blij te maken met een dooie mus.’ Waarvan akte.

Dertig kilometertjes getrapt om in Lokaal Op Hatsum (nieuwe eigenaar!) de lunch te gebruiken: een lekkere maar wat zuinige hap.

Nagekomen bericht: Radna Fabias won met Habitus De Grote Poëzieprijs. Het is haar van harte gegund. Over de poëzie in deze bundel schreef ik eerder dat ‘die vaak afstandelijk (koel, cynisch, bitter) is en, mede daardoor, maar sporadisch ontvlammen wil.’ Smaken verschillen.

Boksum, 2019 © Ton van ’t Hof