We hebben kampeerspullen gekocht. Ik herhaal: we hebben kampeerspullen gekocht. Lichtgewicht, zodat we niet al te veel kilo’s hoeven mee te zeulen op de fiets. We zijn zelf al zwaar genoeg. Het betreft: een tweepersoonstent, twee slaapzakken, twee ‘zelfopblazende’ slaapmatjes (ik hoop dat we met de schrik vrijkomen), twee opblaasbare kussens, een eenpittertje en een pannenset.

Wie had dat ooit gedacht. Ik niet. Tot voor twee weken terug. Toen we het plan opvatten om volgend jaar met de auto op de bonnefooi naar het puntje van Italië te rijden. Om redenen van flexibiliteit en betaalbaarheid leek een tent uitkomst te bieden voor een deel van onze overnachtingen. En als we een klein tentje zouden aanschaffen, dan zouden we die bovendien ook nog eens op onze fietstochten kunnen inzetten. Zo gezegd, zo gedaan, dus. We hebben voor volgende week al een camping geboekt, middenin de natuur, op vijf en veertig kilometer fietsafstand, om de boel uit te proberen. We zijn, op onze leeftijd, hartstikke gek.

Muziek uit de jaren zeventig? Niet meer te pruimen. Ik loop weg voor die zooi uit mijn middelbare schooltijd. Je zult me moeten knevelen! Of er ook uitzonderingen zijn? Nou ja, vooruit, eentje dan: de David Bowie uit die dagen kan ik nog wel hebben. Low bijvoorbeeld, uit 1977, vind ik nog altijd een wereldplaat.

Dat smaken veranderen is een fenomeen. Gelukkig maar. Stel je eens voor dat dat niet zo zou zijn!

Onderweg naar Grou, windkracht vier schuin op de kop, begon ik spontaan en keihard ‘geef mij maar een Kodak kado” te zingen, die oude slogan uit de jaren zeventig. Hennie reed bijna de sloot in van het lachen. Op dat soort momenten vraag je je toch af hoe je bovenkamer werkt, of je nog wel oké bent.

4686D20B-7658-4D88-8C49-E7C3D43E6968
Willem Lodewijkstraat, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof