No-nonsense poëzie & de vlag van David Antin

In de eenzaamheid van mijn bureau vanochtend, nog voor zevenen, wist ik dat de gedachte die oppopte waar was: ik schrijf gedichten en blogberichten met een en hetzelfde doel: om uit te vogelen wat ik vind, om me bewust te worden van waar ik sta.

Wat in mijn geval zelden tot anekdotische poëzie leidt.

Een uitzondering zijn enkele gedichten uit de reeks ‘No-nonsense poëzie’, die is opgenomen in mijn tweede, intussen uitverkochte bundel Chatten met Jabberwacky (2008). Dit is er eentje van:

2

ik ben moedeloos
en overal om ons heen fluiten vogels
ik zie ze niet
zullen we neuken, zeg je, in je ondergoed in de zon
als ik moedeloos ben dan neuk ik niet graag
ik lach wat, laat niet blijken wat ik werkelijk voel
dat heb ik nou vaak
dat ik niet laat blijken wat ik werkelijk voel
ik zie aan de tinteling in je ogen
dat ik er niet onderuit kan komen

Vorige week overleed de Amerikaanse dichter David Antin op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van een val. Hij had al enkele jaren Parkinson. Van hem is me altijd een gedicht bijgebleven dat hij eind jaren 60 schreef: ‘Code of Flag Behavior’. Dit vers wordt vaak als een protest tegen de oorlog in Vietnam gelezen.

‘Code of Flag Behavior’ is opgebouwd uit zinsneden uit een militair voorschrift, waarin wordt verordend hoe je met de Amerikaanse vlag dient om te gaan. Enkele regels uit dit gedicht:

the flag should never be displayed with the union down
except as a sign of distress
the flag should never touch anything underneath it
such as the ground the floor or water
it should never be carried laid out flat or horizontally
but always aloft and free

Dit gedicht is me altijd bijgebleven omdat ik de instructies herken. Ik heb soortgelijke aanwijzingen, maar dan in het Nederlands, als jonge militair uit het hoofd moeten leren. Van belang als ze zijn voor het hijsen en strijken van de vlag. Er zou eerbied voor het vaderland in ze schuilgaan.

antin-nl-vlag

Via AbeBooks heb ik voor US$ 34,59 (inclusief verzendkosten) een eerste drukje van de gelijknamige bundel op de kop weten te tikken: Code of Flag Behavior, David Antin, Black Sparrow Press, 1968:

‘First Edition. 4to. Perfect bound into Wrappers. Very Good. 67pp. One of 750 [of 800] copies bound into wrappers with title plates to the spine and the front cover. This copy has some staining to the endpages, and the upper edge of the front cover is lightly watermarked.’

Verzet tegen de logica van de culturele industrie

In het nawoord van zijn boeiende boek Procedural Form in Postmodern American Poetry, waarover ik eerder berichtte, beantwoordt David W. Huntsperger de vraag waarom hij het de moeite waard vindt om avant-garde poëzie te bestuderen:

‘[R]as, klasse, geslacht, nationaliteit en seksualiteit zijn alle van invloed op de totstandkoming van een artefact; men kan een gegeven historisch moment inderdaad benaderen vanuit verschillende richtingen. Tegelijkertijd doen niet alle culturele artefacten expliciet een beroep op ons om onze wijze van denken en zijn in de wereld opnieuw te overpeinzen. Avant-garde poëzie doet dat naar mijn mening wel.’

Hij leent van Charles Bernstein het theoretisch kader waarbinnen het ‘poëtisch verzet tegen dominante ideologieën’ zich afspeelt. De kern van dat kader wordt gevormd door de gedachte dat een ieder van ons gewikkeld is in taal en dat ons handelen mede wordt ingegeven door diezelfde taal. Bernstein wil tegenstand bieden aan gestandaardiseerde imperiale ‘dictie en etiketten’ en de vervreemding van onszelf die dit – deze wijze van uitspreken – met zich meebrengt. Hij ziet daarbij een rol weggelegd voor de poëzie:

‘The promise of the return of the world can [be] (& has always been) fulfilled by poetry. Even before the process of class struggle is complete. Poetry, centered on the condition of its wordness – words of a language not out there but in here, language the place of our commonness – is a momentary restoration of ourselves to ourselves.’

‘De soort taal,’ voegt Huntsperger toe, ‘die een terugkeer van “onszelf naar onszelf” mogelijk kan maken, is niet de gestandaardiseerde taal van onze dagelijkse krant maar zijn de radicaal disjunctieve experimenten van dichters als Ted Berrigan, David Antin, Ron Silliman en Lyn Hejinian. […] Amerikaanse avant-garde poëzie biedt ons een reeks van niet-standaard (je zou, in lovende zin, zelfs kunnen spreken van “afwijkende”) taalpraktijken, die zich verzetten tegen de logica van de culturele industrie en die de ogenschijnlijk onvermijdelijke vervreemding verwerpen van mensen van hun eigen arbeid en taal. […] Als zulke avant-garde praktijken zich alleen maar in de marges van de heersende Amerikaanse cultuur afspelen, dan is het des te meer belangrijk dat zij worden gedocumenteerd door politiek geëngageerde, ideologisch bewuste literaire critici.’

Huntspergers boek is niet alleen voor geïnteresseerden in procedurele (experimentele) poëzie verdomd wetenswaardig, maar ook voor hen die nog altijd op zoek zijn naar het mogelijke ‘nut’ van poëzie én voor literaire critici.

(Dit bericht verscheen eerder, op 17-05-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)