Betrekkingen

Adam Smith was nogal geobsedeerd, hoorde ik, door samenhang.

Een van mijn betovergrootvaders heette Daniel, zonder puntjes op de e. Als hij daarentegen zijn handtekening zette, plaatste hij steevast een dubbele punt achter zijn enige voorletter: ‘D: van ’t Hof’.

Al om 11.30 u. op mijn luie reet in uitbundige zon. Boek: The Value of Ecocriticism.

‘Denken als een berg.’

Van twee andere betovergrootouders, Ludovicus Bartholomeus Baijens en Johanna Gertruda van Hooff, kreeg ik een foto in handen, die eind 19e eeuw is gemaakt. Ik zocht naar gelijkenissen maar vond ze niet. Bij Johanna moest ik wel denken aan het Nepalese segment (0,8%) in mijn DNA.

Ludovicus Bartholomeus Baijens & Johanna Gertruda van Hooff

De Kleine Berg

Een oudere zus van mijn overgrootvader Wilhelmus van ’t Hof stierf, ruim een jaar getrouwd, op haar 29ste. Aan complicaties tijdens een zwangerschap, dacht ik op de gis.

Hun vader woonde in de eerste helft van de negentiende eeuw in een huis aan de Kleine Berg, hartje Eindhoven. Een straat die nog altijd bestaat. Online kwam ik een foto van de Kleine Berg tegen, die begin twintigste eeuw is gemaakt.

Daarop is een man te zien, uiterst rechts, die een lange witte jas aan heeft en een trap vasthoudt. Het zou een huisschilder kunnen zijn. Wie weet is het mijn overgrootvader Wilhelmus wel, die als huisschilder de kost verdiende.

In de Kleine Berg staat een paard-en-wagen, die aan onderhoudslui lijkt toe te horen. Hoewel de kans miniem is dat de vrouw in zwarte rok en witte blouse verwant met mij is, stelde ik me dat toch voor.

En dat ze onlangs trouwde, net zwanger is en dolgelukkig. Ze wacht op iemand. Het warme middageten staat al op tafel.

Wie?

Mijn moeder, die eindelijk weer eens bij ons op bezoek was, zag een babyfoto van me en zei glunderend: ‘Ja, dat was het leukste beestje wat er was.’

Langzaam maar zeker kom ik achter de identiteit van mijn voorouders. Genealogisch onderzoek heeft iets weg van een whodunit.

Terwijl ik naar mijn betovergrootvader Daniel van ‘t Hof vorste, vond ik de ouders van zijn echtgenote Maria: Judocus van de Leur en Lamberta Toemen. Toen Judocus en Lamberta in 1820 trouwden, was hij linnenbleker van beroep en zij dienstmeid. Later zou Judocus nog het vak van, jawel, tapper uitoefenen en dat van bouwman.

Dit blog is ook een motor, methodiek, om te ontdekken wat ik bedoel, te zeggen heb, en op basis daarvan te handelen, vorm te geven aan mijn aanwezigheid / in de wereld.