In Een iets beschuttere plek misschien. Journaal lees ik dat Cyrille Offermans sinds 1987 een dagboek bijhoudt dat niet bestemd is voor de openbaarheid. ‘Ik noteer er,’ zegt hij, ‘in telegramstijl alle belangrijke correspondentie in. Ook alle vorderingen van het werk dat ik onder handen heb, of het nu om het tuinonderhoud of het opruimen van de garage gaat. En natuurlijk noteer ik de titels van de boeken die ik lees of zou moeten lezen en vooral wat ik schrijf, plus de daarmee gepaard gaande, al dan niet verwachte problemen, teleurstellingen, vreugdesprongetjes en voornemens. Veel ruimte is er natuurlijk voor bezoek aan en van de kinderen en kleinkinderen, ook van alle spannende, schokkende en amusante dingen die zij meemaken. Idem, maar minder uitgebreid, voor bezoek van en aan vrienden en bekenden (indien “van”, dan noteer ik, om herhaling op korte termijn te voorkomen, wat we hun te eten hebben voorgezet of in welk restaurant we zijn gaan eten), voor uitstapjes, bezoek aan bioscoop, theater, museum, galerie, concertzaal, telkens met korte inhoudsopgave en beoordeling. Relatief vaak maak ik melding van mijn sport-, dat wil zeggen: fietsprestaties. Van elke rit noteer ik route, afgelegde afstand, gemiddelde snelheid, weersomstandigheden, eventuele obstakels, pech onderweg en andere bijzonderheden […] Het dagboek dient ten slotte ook als medisch logboek. […] Angstvallig registreer ik elk pijntje en kwaaltje, compleet met de datum waarop het voor het eerst van zijn ongewenste aanwezigheid liet weten, en vooral zo nauwkeurig mogelijk waar en hoe.‘

Wauw. Ik dacht dat ík als dagboekschrijver weird was … maar dit is maniakaal! Offermans gebruikt zijn dagboek naar eigen zeggen louter als geheugensteuntje, enkel en alleen voor hemzelf. Als hij het leven laat moet het worden vernietigd: ‘Als ik ze t.z.t. niet al zelf door de versnipperaar heb gehaald, zal ik mijn kinderen vragen dat te doen.’

Het verlangen naar spetterend vers (2)

Nog even iets over het procedé. Ik maak aantekeningen terwijl ik een bundel lees. Ik lees een bundel maar één keer. Ik geef geen oordeel over een bundel als geheel. Ik ben op zoek naar het enkele eigentijdse vers dat me van mijn sokken blaast. Mijn smaak is de enige maatstaf. Ik zeg wat ik denk. Ik begin met het maken van aantekeningen waar ik de vorige keer opgehouden ben.

Terug dus naar Fabias’ poëzie, die vaak afstandelijk (koel, cynisch, bitter) is en, mede daardoor, maar sporadisch ontvlammen wil. (Ik vind het in dit verband jammer dat de diepere oorzaken van deze afstandelijkheid niet door de dichter worden afgetast.) Slechts een enkele keer word ik echt getroffen. Door het gedicht ‘gieser wildeman’ bijvoorbeeld, waarin op subtiele maar niet mis te verstane wijze wordt gevraagd om ieder mens in zijn of haar waarde te laten.

763FA5FE-836A-4893-AFD2-0F1C794CF3B7

07.32 u. Brief van een oude dienstmakker beantwoord. Las vervolgens dat de bespreking van Dichter & andere dingen door Willem Thies in de Poëziekrant vijf en een halve pagina beslaat (‘een oeuvre van belang kun je niet even afdoen met een kolom’). Kan pas morgen, bij thuiskomst, het resultaat vernemen. Ik zal geduld moeten hebben.

08.09 u. Luisterde naar Olav Mol (grand prix Japan) en nam akte van Cyrille Offermans (Een iets beschuttere plek misschien. Journaal 2017):

‘Musea zijn tegenwoordig meer dan zomaar toeristische trekpleisters, het zijn ook de nieuwe bedevaartsoorden in postreligieuze tijden.’

Ik zocht de ‘kerncijfers 2017’ (museumvereniging.nl) maar eens op:

  • 435 Nederlandse musea aangesloten bij de Museumvereniging.
  • 31,0 miljoen museumbezoeken, waarvan 30% uit het buitenland.
  • 1,35 miljoen Museumkaarthouders, samen goed voor 25% van het totale aantal museumbezoeken.
  • Bijna 40.000 in voltijd en deeltijd werkzame personen, van wie ruim 68% onbetaald als vrijwilliger of stagiair.
  • € 1 miljard omzet, waarvan 51% eigen inkomsten, en ook € 1 miljard kosten.
  • 85 miljoen objecten, waarvan 57% in musea voor natuurhistorie.
  • 50 miljoen op internet toegankelijke objecten (59% van de totale collectie).

Het in het oog springende museumgebouw, dat een must is voor elke eigentijdse stad, zegt Offermans, ‘is zowel voor de exploitant als de bezoeker belangrijker geworden dan de getoonde artefacten, wat onmiddellijk te zien is aan de onevenredige drukte in de cafetaria’s, de restaurants, de museumwinkels en andere “ontmoetingsplaatsen”.’

Het museumgebeuren is vandaag de dag inderdaad een heel circus geworden, waarbij de rustige ruimtes en glazen museumkasten zijn ingeruild voor wachtrijen en interactieve spelletjes. Wat me vervult met weemoed.

16.42 u. Dikke drie uur gewandeld in de buurt van Rendeux. Weet ik veel hoeveel caches gevonden (zie foto hieronder). Matig weer. Na afloop in Li P’tit Creton Belgische biertjes gedronken. Zowaar ook nog tegen een boulangerie aan gelopen die open was: twee taartjes en een brood gehaald.

EA53F7D7-3A77-4E00-966E-38F5BE887267
Geocaching, Rendeux, 2018 © Ton van ’t Hof

07.09 u. Er vielen eikels op het houten dak en de lucht begon te kleuren. Had een woelige nacht onder een te warm synthetisch dekbed. Hoorde nieuwe en vertrouwde vogelgeluiden.

10.09 u. Aangeschaft in de Kindle Store: Een iets beschuttere plek misschien. Journaal 2017 (Privé-domein, nr. 302) van Cyrille Offermans en er direct in begonnen te lezen:

‘Ik ben nooit fulltime schrijver geweest en heb daar ook nooit naar verlangd. Ik heb het schrijverschap altijd gecombineerd met een normaal “burgerlijk” bestaan, als dat niet te pathetisch klinkt. Intellectuelen, schrijvers, kunstenaars hebben zich veel te lang als een uitzonderlijke mensensoort beschouwd waarvoor aardse en sociale verantwoordelijkheden niet bestonden.’

16.01. u. Terug van een zonovergoten wandeling met hellingshoeken. Wat een kleurenpracht en dit is nog maar het begin! In de komende weken wordt het hier kakelbont. En mijn eerste cache gevonden; Anoek & Sanne zijn liefhebbers van dit spel, geocaching. Ik ben er nog niet uit of ik het ook leuk vind.

18.39 u. Kreeg weer een hartverwarmende reactie op de tumultueuze gebeurtenissen van de afgelopen weken. De rode draad in de reacties: probeer wat meer afstand te nemen. Die raad neem ik ter harte.

2E37C766-F92A-4E12-AA21-57376779C656
Hotton, 2018 © Ton van ’t Hof