De ervaring an sich

Claudia Keelan betoogt in Revising the Parade: In Question of Witness (Denver Quarterly, 1997) dat ‘poëzie die getuigt’ faalt in ‘een seculiere klassenmaatschappij omdat de dichter gemeenschappelijke grond moet veinzen met zijn lezers. Zij faalt ook onder omstandigheden waarin actie in de publieke sfeer zich beperkt tot polls en statistische analyses. Een verandering van bewustzijn betekent weinig onder omstandigheden waarin manipulatie van overheid en media door lobbyisten de enig overgebleven praktijk is.’ Ze voegt er nog aan toe dat het lijden van mensen door toedoen van anderen vroeger nieuws mag zijn geweest, ‘but it is not news today.’

Keelan lijkt van poëzie te verwachten dat zij morele en politieke invloed uitoefent, maar dat vind ik toch wat teveel gevraagd. Poëzie ≠ ethiek ≠ politiek. Wat niet wil zeggen dat er geen poëzie wordt bedreven en geschreven met ethische of politieke thema’s als inzet. Shut Up Shut Down en Coal Mountain Elementary van Mark Nowak zijn daar voorbeelden van.

Ik neig er steeds meer toe om ‘de ervaring’ te bestempelen als het terrein bij uitstek van de poëzie. Zij exploreert onze ervaringen en is tegelijkertijd, als zij wordt gelezen, ware ondervinding die, indien in zich opgenomen en zelfstandig verwerkt, in een ervaring over kan gaan. De ervaring van de ervaring an sich lijkt me dan ook tot de kerndeeltjes van de poëzie te behoren.

En de ervaring an sich heeft iets met ons mens-zijn te maken, onze notie van een onverdeeld bestaan van het leven, scheppingskracht en het tijdloze moment van bevatting. Dat is de gemeenschappelijke grond van dichter en lezer.

(Dit bericht verscheen eerder, op 11-07-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)