Over contracten & een gedicht van Chia-lun Chang

Ik vind het strontvervelend en volslagen onterecht dat Uitgeverij Stanza, omdat zij niet ‘het modelcontract’ hanteert, opnieuw door een institutionele partij als een malafide bedrijf is weggezet. Zie dit bericht op Facebook.

Kern van de zaak is dat Stanza geen royalty’s van 10% per verkochte paperback hanteert (of 8% in geval van een pocket), zoals voorgeschreven in ‘het modelcontract’, maar 50% van de nettowinst aan de auteur uitkeert. Stanza’s argumentatie heb ik eerder hier uiteengezet.

Sinds 2012 heeft Stanza, mijn eigen werk niet mee gerekend, 22 poëziebundels op de markt gebracht. 5 van deze 22 bundels hebben (peildatum vandaag) nog geen winst opgeleverd. Op de overige 17 bundels is wel winst gemaakt. Als we de bedragen die aan de auteurs zijn of nog zullen worden uitgekeerd, omrekenen naar royalty’s per verkocht exemplaar, dan rolt daar van laag naar hoog de volgende reeks uit: 3%, 5%, 7,5%, 7,5%, 8%, 8,6%, 9,7%, 10,1%, 11%, 11,3%, 12,5%, 12,8%, 13,3%, 14,3% 15,8%, 18,4% en 20,2%. Gemiddeld 11,1%.

Ik zie niet in waarom ‘het modelcontract’ de enige weg is die naar Rome zou leiden. Hoe meer exemplaren verkocht, hoe hoger het bedrag dat Stanza per verkocht exemplaar uitkeert. Bovendien kan Stanza op deze wijze haar hoofd boven water houden. So what’s the point, letterenfondsen?

img_0651

Enfin. Terug naar waar het werkelijk om draait: de poëzie zelf. Ik las het debuut van Chia-lun Chang, One Day We Become Whites, een chapbook vol eigentijdse poëzie: beetje hermetisch, tikkeltje fantastisch, pietsie pseudofilosofisch, vleugje experimenteel. Chang werd geboren in Taipei, Taiwan, en woont en werkt tegenwoordig in Brooklyn. Ik vertaalde het heerlijke tweede gedicht uit de driedelige reeks ‘Post Cities’:

Steden en de taalkundige

     Het gebouw staat op een spitse heuvel aan zee. Elke ochtend word je wakker in een cabine van een kabelbaan langs de oceaan met twee open ramen. Boven de wolken streelt de wind je huid. Je zet je masker op en concentreert je op je job. Elke dag praat je tegen je boek, luister je naar je stem, raak je vingers aan die duizenden bladzijden hebben doorgebladerd, maak je notities, heroverweeg je de lay-out en stel je een vocabulaire samen.
     Omdat je je bij de groep mag aansluiten, zeg je met een slapeloze glimlach vaarwel. Het is een fulltimejob die je op het eiland in leven zal houden. Je bent altijd al gevoelig geweest voor klanken, uitdrukkingen, vondsten, patronen en tradities. ‘Levende geschiedenis’ noemen anderen je altijd. Golven rollen over het modernisme, afscheid nemen is dus verplicht.
     Als je vrijaf bent, volg je een cursus met anderen. Iedereen behoort tot dezelfde soort maar tot andere catalogussen. Beur je stem op alvorens geluid te maken.
     In de stad is de weg die we hebben afgelegd het meest essentiële element dat moet worden behouden.

One Day We Become Whites, Chia-Lun Chang, No, Dear / Small Anchor Press, 2016: via de uitgeverij.