Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (8)

Slavoj Žižek geeft een mogelijke definitie van het onbewuste:

‘de vorm van het denken wiens ontologische status niet die van het denken is, dat wil zeggen, de vorm van het denken die los staat van het denken zelf – kortom, een Andere Scène buiten het denken om, waarbij de vorm van het denken reeds vooraf is geformuleerd.’

Van John Ashbery wordt wel gezegd dat hij het onbewuste in kaart brengt:

MIJN LATERE IK

krimpt door ontmoetingen met de eerdere,
weet je, die ene. Degene waar we niet over spreken
behalve zo nu en dan tussen Thanksgiving en Nieuwjaar.

Een lange beraming en dan is hij weggeschrapt
van het vervolg. We gaven hem een plezante dood.
Misschien is hij snel terug,

maar we hopen van niet. Het porselein is allemaal verwisseld,
zodat we ons samen kunnen omkleden. Waarom het nooit eerder
dan gisteren tot een ontmoeting kwam, blijft onverklaard

en nog veel meer. We dachten dat het tranen waren.
Alléén in een open boot vertelt je heel veel
over discipline. Elke overtreding wordt over ’t hoofd gezien of bestraft.

John Ashbery
Vertaling Ton van ’t Hof

Charles McGrath: ‘The central drama of most Ashbery poems: the experience of suddenly coming upon something that is both deeply familiar and more than a little strange.’

(Dit bericht verscheen eerder, op 20-04-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)