Soms duikt er een spook op

Ochtendgloren. Gevels verlicht. Rood, geel en roze. Vlijmscherpe wind. Een vlucht wilde ganzen had babbels. Binnen was de koffie bruin

en luisterde ik naar de betoverende elektronische klanken van de Canadese RAMZi aka Phoebé Guillemot en las in het verbazingwekkende boek Met de zon als kompas. 6500 kilometer door de ruige natuur van Alaska van de Amerikaanse Caroline Van Hemert.

Van Hemerts metgezel begreep ik wel: ‘[Pat] hield niet van [Alaska] omdat hij het had bedwongen, maar omdat het een oord was dat zich niet liet temmen. […] Hij wilde plekken opzoeken waar hij de enige mens in de verre omtrek zou zijn.’

Elke dag heeft iets nieuws in petto, elke dag is enig in zijn soort.

Soms duikt er een spook op. Uit een doos van mijn moeder viste ik een merkwaardige oude foto op van een vrouw die achterna wordt gezeten door iemand die een laken over zich heen getrokken heeft.

De vrouw lijkt op mijn oma Spann, de moeder van mijn moeder. Grada Spann werd in 1908 in Millingen aan de Rijn geboren. De kerk op de achtergrond heeft veel weg van de Millingse Sint-Antonius van Paduakerk. Aan de haardracht en kleding te zien is de foto een tiental jaren na de Tweede Wereldoorlog genomen; mijn oma liep toen tegen de vijftig aan. Wellicht was ze op bezoek bij haar moeder (haar vader was in 1943 overleden) of een van haar broers of zussen.