Bij toeval

Hoe leg ik dit uit? Mijn grootmoeder van moederszijde heette Spann. Ze trouwde met een Leupen. Een dochter van een broer van haar trad begin jaren 80 in het huwelijk met een Sent. Familie van hem werd eind 19e eeuw in de echt verbonden met een broer van mijn overgrootvader Leupen. En niemand die, tot voor kort, van dit toeval wist. Zowel via mijn grootvader als grootmoeder van moederszijde heb ik dus banden met een en dezelfde familie Sent.

Ik bezit een foto van een dijkhuis in Millingen aan de Rijn dat lange tijd aan de familie Spann toebehoorde. Omdat mijn moeder het dijkhuis herkende, nam ik aan dat mijn overgrootvader Willem Spann er ooit met zijn gezin in woonde. Vandaag kwam ik erachter dat dat niet zo is. Eerst betrok mijn betovergrootvader Albert Spann het dijkhuis, zo las ik in het Millings Jaarboek 2006, en later zijn zoon Carl, de oudere broer van mijn overgrootvader Willem. Maar wie weet is het wél het geboortehuis van mijn overgrootvader. Dat moet ik nog zien te achterhalen. Het dijkhuis is overigens enige tijd geleden afgebroken.

Maar op nog geen honderd meter afstand ervan liet mijn overgrootvader Willem een nieuw huis zetten, waar hij in 1906 met vrouw en kinderen (hij had er op dat moment al vier) ging wonen. Mijn grootmoeder was het eerste kind dat in dat nieuwe huis aan de Paulus Potterstraat geboren werd, waarna nóg vijf kinderen zouden volgen.

En laat dat huis er nu nog altijd zijn! Ik heb het via het Kadaster en Google Maps weten te spotten. Als alles volgens plan verloopt reis ik eind april af naar Millingen aan de Rijn en hoop het huis dan in het echt te kunnen zien.

Op het groene perceel stond het dijkhuis dat eerst aan mijn betovergrootvader Albert Spann toebehoorde en later aan zijn zoon Carl. Zijn zoon Willem, mijn overgrootvader, bouwde een nieuw huis op het rode perceel.
Het huis dat mijn overgrootvader Willem Spann in 1906 in Millingen aan de Rijn liet bouwen.

Vissende voorouders

Al eerder berichtte ik dat mijn betovergrootvader Albert Spann en zijn zonen Carl en Willem, mijn overgrootvader, beroepsmatig zalm en paling uit de Rijn haalden. Maar Albert is, in tegenstelling tot zijn zonen, niet zijn hele werkzame leven riviervisser geweest.  Toen hij op zijn 34ste trouwde, in 1869, was hij nog arbeider, pas daarna zou hij van beroep veranderen. Hoogstwaarschijnlijk leerde hij het vak van zijn schoonvader, Bernardus Driessen, die evenals zíjn vader en schoonvader riviervisser was.

Voorts las ik vanmiddag in Het Millings Jaarboek 2006 dat mijn overgrootvader Willem ook nog eens met een dochter van riviervisser Jacobus van Eerden in het huwelijksbootje stapte. Tjonge. Dit alles betekent dat twee van mijn oudvaders, twee betovergrootvaders en een overgrootvader hun boterham met hengelen op de Rijn hebben verdiend. Ergens bevalt me dat wonderwel.

Op de foto hieronder vaart Carl, de broer van mijn grootvader, met zijn zoon Albert de rivier op.

Carl Spann met zijn zoon Albert in een vlieger, ca. 1935

Zalm & paling

De moeder van mijn moeder, Grada Spann, kwam in 1908 in Millingen aan de Rijn ter wereld. Haar vader, mijn overgrootvader, Willem Spann, was evenals zijn broer Carl en zijn vader Albert riviervisser van beroep. Ze voeren met een roeibootje, een vlieger, de Rijn op en visten onder andere op zalm en paling, ook bij hoge golven en sterke wind, ‘omdat hun boterham er nu eenmaal mee gemoeid was.’ Geen van de kinderen, niet van Willem en niet van Carl, trad in vaders voetsporen. Halverwege de vorige eeuw leverde de inmiddels ernstig vervuilde rivier te weinig vis op om er nog de kost mee te kunnen verdienen.

Op foto hieronder, die rond 1935 is genomen, kun je Carl (staand), de broer van mijn overgrootvader, aan het werk zien.

Carl Spann (staand) en Bartje Weyers op een vlieger in de jaren dertig