Gedicht Bryan Coffelt

Bryan Coffelt (1985) is in zijn chapbook The Whatever Poems op zoek naar zichzelf en de ander. In de door en door vervuilde taal tast hij voorzichtig naar woorden die de relaties van vandaag de dag nog kunnen weergeven. Hij slaagt daar wonderwel in.

MIJN ELEKTRONICA HAAT JOU, EN MIJ

mijn elektronica haat jou, en mij
het vermogen om te sturen
met betrekking tot bediening
of bedieningspaneel

er is een bijzonder
hoge concentratie van consumentenelektronica
in Japan en Zuid-Korea

veel industriepioniers haten jou, en mij
de trend van alsmaar dalende prijzen
gedreven door winst in
geleidelijke verschuivingen en productconvergentie

het verlangen naar aansluiting terwijl

producten worden uitgezet

zo ver gelegateerd
is giga

haat jou, en mij
een ‘circuit’ kan worden gedefinieerd
als
                                                                           jij, en ik

tegenwoordig is een
‘gemengd signaal’
een spin
met kenmerken van een schakelaar
die in essentie
twee outputlevels heeft

ik haat jou, en mezelf
op een aantal discrete
spanningsniveaus gelabeld
‘laag’ en ‘hoog’

logica is bestudeerd –
assemblagelijnen
amusementsritjes
of verlichtingsarmaturen die
acht poten hebben

jij, en ik
gemodificeerd tot giftanden
een offerteaanvraag
Bedford, Massachusetts
                                                                           haar strikken, vangen
                                                                           met kleverige bola’s
het neerhalen

elektronische klokken
ingewanden te nauw voor
vaste stoffen
                                                                           voor vogels en hagedissen

Bryan Coffelt
Vertaling Ton van ’t Hof

(Dit bericht verscheen eerder, op 09-09-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)