Procedurele poëzie

In zijn boek Procedural Form in Postmodern American Poetry (Palgrave Macmillan, 2010) definieert David W. Huntsperger ‘procedurele vorm’ als een ‘compositie door middel van een vooraf bepaalde methode’. Voorbeelden van procedurele poëzie zijn OULIPO gedichten, Ron Sillimans Tjanting (compositie gebaseerd op de reeks van Fibonacci), een belangrijk deel van het werk van Jackson Mac Low en in sommige gevallen ook flarf.

Huntsperger zoekt de verklaring voor het ontstaan van procedurele poëzie gedeeltelijk in een zich afzetten tegen het romantische idee van het individu als een ‘holistisch artiest die verzen schrijft uit een overvloed aan poëtisch gevoel’:

‘In een postmoderne, posthumanistische, postindustriële tijd is een dergelijk organisme verworden tot een anachronisme. Vandaag de dag lijkt een verlangen naar organische vorm eerder op nostalgie naar de kleinburgerlijke literatuur van de 19e eeuw, een hang naar creatieve transcendentie van de materiële condities van het dagelijkse leven. Dit verlangen manifesteert zich vooral in het vrije vers, waarvan de naam alleen al de mogelijkheid suggereert om te kunnen ontsnappen aan materiële, sociale en artistieke beperkingen. […] Het postmoderne procedurele alternatief, zoals beschreven door McHale, brengt een opzettelijk op de voorgrond plaatsen met zich mee van het verdwijnen van de individuele tussenkomst bij de productie van inhoud. […] De postmoderne dichter is simpelweg de machine geworden.’

De gevolgde methode bij procedurele poëzie is een generator die niet alleen structuur en/of inhoud voortbrengt maar tegelijkertijd ook thematisch bezit van het gedicht is. ‘In alle procedurele poëzie is arbeid onvermijdelijk een thema.’ Procedurele poëzie vraagt van de lezer om ook voorbij de tekst te kijken en hem te plaatsen in de grotere sociale context waarin hij tot stand is gekomen. ‘Bijzondere formele beperkingen analogiseren algemene ideologische beperkingen. Wanneer men procedurele teksten leest, vraagt men zich af of het alledaagse leven zelf een soort procedurele operatie is geworden, beperkt door regels waar we ons vaak niet van bewust zijn.’ En:

‘Het procedurele gedicht vraagt om onderzoek naar het mechanisme achter zijn productie. En wat men vindt is dat het mechanisme het werk van het individu zelf is, een mechanisme dat een artefact produceert dat tegelijkertijd product en kritiek is van de maatschappij waarin het is voortgebracht. […] Het procedurele gedicht is een optekening van het literaire “werk”.’

Flarf is vanuit deze invalshoek nog nauwelijks bekeken.

(Dit bericht verscheen eerder, op 09-05-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)