08012017

Droomde vannacht dat ik achter een kruimelzuiger hing en bij het krieken van de dag laag over het land zoefde. Achter me vlogen er nog twee. Ik weet niet wat we gingen doen, maar op een gegeven moment bemerkte ik dat ik mijn wapen vergeten was en moest terugkeren. De andere twee vlogen door.

Bij Vroege vogels hoorde ik dat de SGP en VVD van Flevoland de Oostvaardersplassen verder willen ontsluiten voor het toerisme. Er moet meer geld in het ondernemerslaatje. Om het natuurgebied aantrekkelijker en toegankelijker te maken, dienen er bomen en struiken op het grasland te worden aangeplant en nogal wat herten, paarden en runderen te worden afgeschoten. Dit alles uiteraard verzonnen tijdens het maandelijkse netwerkborreltje. We kunnen ook nooit eens met onze graaizieke handen van de natuur afblijven.

Boswandeling gemaakt op het landgoed De Slotplaats in Bakkeveen:

img_4071
Landschap 50, Bakkeveen, 2017 © Ton van ’t Hof

Gecatalogiseerd: Een voetreis naar Rome van Bertus Aafjes (J.M. Meulenhoff, 1946, 1e druk). Omdat het ooit tot een canon behoorde, ooit tweedehands gekocht. Voor vijf gulden, zo lees ik binnenin. Waar ook de naam van de eerste eigenaar staat: ‘B. Postman / Augustus 1946’.

Nu ik weer wat passages lees, kan ik me voorstellen dat de Vijftigers zich tegen deze afstandelijke, gezwollen poëzie hebben gekant. Dit lange gedicht is alleen nog maar verteerbaar als je je voortdurend rekenschap geeft van de tijd waarin het geschreven is. Maar bij een erotische passage als ‘Het Landschap’ kan ik mijn lachen toch niet inhouden (onder de foto loopt de passage door):

897d03a8-3bee-4e27-9f54-53a45b6afee4

De satyr met de nimf boeleert [overspel spelen].
En in de dartele bosschages
Ziet men den maaltijd op het groen,
Steeds onderbroken door vrijages;
De echo steelt een rappen zoen.
De vrouw zit in haar roze leden,
De man nog in het zwart jacket,
En zonlicht dwarrelt naar beneden
door bladergroen – à la Manet.
Het fruit ligt in den korf te wachten
Gelijk haar mond en borst het doen,
Dat eindelijk het holst der nachten
Zich mag voltrekken in het groen.
En zachtjes lispelen de boomen,
En onafwendbaar stijgt de keus;
Het hart, dat nest van onze droomen,
Wordt warm en vol en amoureus.

06012017

Gisteravond maakte een luisteraar van Radio 4 me wijs dat David Sylvian de Schubert van deze tijd is. Ik geloof niet dat ik die associatie deel. Wel was zij aanleiding om weer eens naar de prachtige stem van Sylvian te luisteren.

Vannacht bij mijn dochter geslapen, die in de buurt van het ziekenhuis woont, waarin ik vanochtend een CLL routineonderzoek moest ondergaan (a.s. maandag pas uitslag). Kwam onderweg de zonsopgang tegen.

img_4048
Landschap 49, Putten, 2017 © Ton van ’t Hof

Eenmaal thuis eerst wat gelummeld en daarna besloten om toch maar mijn boekenverzameling te catalogiseren. Al was het maar om elk boek nog eens grondig door mijn handen te laten gaan, er herinneringen aan op te halen.

Vandaag was de dichtbundel De Karavaan van Bertus Aafjes aan de beurt, door J.M. Meulenhoff in 1953 uitgegeven. Ik meen dat ik het hardcover exemplaar lang geleden voor een paar gulden op de Deventer Boekenmarkt heb aangeschaft. Het ruikt muf en er zit (waar kom je dat nog tegen!) een erratum in:

Pagina 60, 5e regel, lees:
Klein als hij was, leek hij een grote paaskaars,

en laatste regel:
Boven de paaskaarsgloed. Gothiek van zegen.

Nieuwsgierig sla ik pagina zestig open en lees ‘paarskaars’ en ‘paarskaarsgloed’.

Deze bundel heeft ongetwijfeld mijn aversie tegen Aafjes aangewakkerd: dit is poëzie van de kleine catechismus, een onverdraagbaar zoet wereldbeeld van priesterlipjes. Geen enkel gedicht vind ik de moeite waard. Wat niet geldt voor het motto, dat is ook nu nog (of juist nu) ijzersterk:

6357d9da-9fcb-427c-bae8-6b54bff2417b