Het wit zo wit

Goed schrijven begint met verontrustende feiten. Opperde ik.

Vanaf de geboorte van haar tweede kind begon mijn betovergrootmoeder Maria van de Leur zich opeens Anna Maria van de Leur te noemen. Dit hield ze vol tot haar dood.

Wie vergeet te leven, verliest.

Dus bracht ik enkele uren op ladders door, in aanwakkerende wind, om dakgoten schoon te maken en het garagedak vrij van klimop.

In bad las ik Bert Voetens dichtbundel een bord bekijken: ‘het wit zo wit / als het rond rond’.

Holwerd, 2020 © Ton van ’t Hof

Het zoute wonder van de schoonheid

Gerbrand Bakkers De 3 bestaat niet is literair entertainment van het hogere niveau, waar ik gisteravond een halve rol chocoladebiscuits bij opvrat.

De tuin mijn stadion wuifde vanochtend, jubelde.

Online kwam Bert Voetens dichtbundel De tijd te lijf ter sprake, die in 1961 verscheen. Ik pakte de bundel uit de kast en bladerde meteen door naar de tweede afdeling, waarin Voeten zijn verhaal doet van een gedane reis naar Normandië en Bretagne. Hij is hier op dreef, weet deze streken, die ik goed ken, trefzeker te versificeren, bijna elk beeld is raak. Hieronder een strofe uit het gedicht ‘Bretonse namiddag’:

Elke middag zie ik de val van het water,
de terugtocht naar de slikkende oceaan.
De herhaling is nooit eentonig. Elke keer
glanst het zoute wonder van de schoonheid anders.

En dan onze vijver: ik pompte er vandaag duizend liter kraanwater in. Morgen optooien met (water)planten.

De koe met gekneusde heup stond zowaar weer op vier poten! Ze keek me aan alsof er niets gebeurd was.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof