Wie denk ik dat ik ben?

Ik ben dol op zelfhulpboeken. Trek uit de bibliotheekkast het zelfhulpboek Wie denk je dat je bent. De zelfkennisdriehoek: Een methode voor de verbreding en verdieping van je zelfkennis van Bert van der Zaag. Een mens is nooit te oud om te leren.

wie-denk-je-dat-je-bent

Kennis van je mogelijkheden en onmogelijkheden is, volgens Van der Zaag, in veel situaties verrekte handig. Zo kun je, bijvoorbeeld, bij overschatting van jezelf gemakkelijker je hand overspelen en leidt onderschatting eerder tot het missen van kansen. En dat willen we natuurlijk niet.

Naast vakinhoudelijke kennis is zelfkennis noodzakelijk om effectief te kunnen zijn. Bovendien: af en toe met jezelf bezig zijn geeft veel mensen een goed gevoel.

Je zelfkennis – alle opvattingen, gevoelens en gedachten die je over jezelf hebt – is opgeslagen en georganiseerd in je zelfbeeld, je verhaal over jezelf.

Mijn zelfbeeldverhaal, opgebouwd volgens de Van der Zaag methodiek, luidt als volgt:

De belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven tot nu toe zijn de ontmoeting met de vrouw die al weer sinds 1986 mijn echtgenote is, de geboorte van onze zoon, de geboorte van onze dochter, de burn-out die me in 1994 ruim drie maanden thuis hield, de poëzie die eind jaren 90 weer in mijn leven terugkeerde, het commandantschap dat ik in 2006 aanvaardde, de baas die het om wat voor reden dan ook niet in me zag zitten, de uitzendingen die ik in conflictgebieden volbracht en, last but not least, de vaststelling in 2014 van chronische lymfatische leukemie (CLL) bij mij.

Dit zijn mijn ‘defining moments’, de kritieke ervaringen die mijn zelfbeeld bepalen, als echtgenoot, vader, militair en dichter. De vaststelling van CLL heeft mijn leven drastisch veranderd: deze confrontatie met de vergankelijkheid heeft me emotioneler gemaakt, zachter voor mezelf en voor anderen.

Ik ben gevormd door vreugdevolle aangelegenheden en momenten van verdriet. Spanning was er volop tijdens mijn uitzendingen. Hoewel ik me niet geroepen voelde tot het militaire vak maar er min of meer bij toeval in rolde, kijk ik terug op een aardige carrière. Het dichterschap heeft me veel plezier gebracht: in het schrijven van en over poëzie kan ik mijn ei kwijt. Ook nu de kinderen de deur uit zijn, vormen we nog altijd een hecht gezin, dat me van alles het meest dierbaar is.

O ja, en ik wandel ook nog verdomd graag.

Mijn familie vormt de belangrijkste groep mensen in mijn leven. Ik word een fijne echtgenoot, vader, zoon en broer genoemd, wat me deugd doet. Ook met mijn dienstcollega’s kan ik over het algemeen goed opschieten. Een uitzondering is de baas die liet merken, maar nooit openlijk uitsprak, dat hij het niet in me zag zitten. Ik heb deze frustrerende ervaring nog geen goede plek kunnen geven. Critici hebben mijn poëziebundels overwegend positief besproken, wat mijn ego streelt. Negatieve kritiek blijft vervelend, maar ik trek het me tegenwoordig minder aan dan vroeger, probeer er van te leren. Mijn onafhankelijke opstelling in het poëzieveld, waarbij ik mijn mening openlijk op mijn blog verkondig, wordt door een deel van de gevestigde orde niet begrepen. Maar ik geloof dat ik al met al wel een plezierige vent ben, die het militaire vak verstaat en een redelijk vlotte pen heeft.

Ik heb niet het gevoel dat er bovenmatig op me wordt gelet. Wel krijgt mijn blog ‘over kunst, literatuur, plezier, schoonheid en waarheid’ aardig wat bezoekers. Ik ben zichtbaar, maar besef dat er uiteindelijk maar een handjevol mensen echt in me geïnteresseerd is. Uit een 360 graden feedbackprocedure weet ik dat mijn zelfbeeld en het beeld van anderen voor een behoorlijk deel overeenstemmen.

Ambitieus ben ik zeker, maar niet ten koste van anderen. Ik zet mijn verlangens opzij als ik bemerk dat vervulling ervan schadelijk of onrechtvaardig is voor iemand anders. Van mijn moeder heb ik meegekregen dat we alles eerlijk zullen delen. Ik verwacht dat ook van anderen, kan niet tegen inhalige of gierige mensen, of het nu om geld of lof gaat. ‘Ere wie ere toekomt’ staat hoog in mijn vaandel. Mijn vader bracht me een groot verantwoordelijkheidsgevoel bij voor mensen die op de een of andere wijze van mij afhankelijk zijn: ik zal goed voor mijn gezin, mijn medewerkers etc. zorgen. Mijn ongeduld vind ik een vervelend dingetje, daar zou ik wel wat aan willen doen. Het lijkt overigens genetisch bepaald: mijn vader is, als iets tegenzit of langer duurt, net zo’n opgewonden standje als ik. Voorts is ruimte van groot belang voor me, ruimte om in te lopen, ruimte om te handelen. Van te weinig ruimte word ik (claustrofoobje) giftig (wat eveneens een verbeterpuntje is). Ook kom ik soms wat te direct en standvastig over. Als ik dat aan reacties van anderen bemerk, probeer ik in te binden en me toegankelijker op te stellen. Mijn empathisch vermogen heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. Ik kan me steeds beter in anderen verplaatsen en doe dat ook vaker dan vroeger.

Hoewel ik dromen maar sporadisch onthoud, is er ééntje die regelmatig terugkeert en me angst bezorgt. In deze droom lig ik moederziel alleen in een oceaan, twee kilometer water onder me en een wolkeloze hemel boven me. Een uitzichtloze toestand, waaruit ik zwetend wakker word.

Alles bij elkaar genomen ben ik een gewone jongen met gemiddelde kwaliteiten, die soms intuïtief en dan weer rationeel handelt. Gek genoeg word ik herhaaldelijk geroemd om mijn visionaire blik, waar ik weet dat ik zelden voorzie wat er in de toekomst zal gebeuren. Wel kijk ik graag naar voren en breng wat ik zie met alle plezier en zo helder mogelijk onder woorden.

STIP AAN DE HORIZON

Mijn persoonlijke visie is dat ik op termijn doodga.

In tussentijd volop ruimte om te dralen, me laf te gedragen, besluiteloos te blijven staan.

Om me heen snel uitdijende onvrede. Ik heb geen rugdekking.

Uit mijn bundel Ingangspunt, Uitgeverij Stanza, 2013: via ollauogalanestas.nl.

Wie denk je dat je bent, Bert van der Zaag, Boekenplan, 2012: via bol.com.