Vissende voorouders

Al eerder berichtte ik dat mijn betovergrootvader Albert Spann en zijn zonen Carl en Willem, mijn overgrootvader, beroepsmatig zalm en paling uit de Rijn haalden. Maar Albert is, in tegenstelling tot zijn zonen, niet zijn hele werkzame leven riviervisser geweest.  Toen hij op zijn 34ste trouwde, in 1869, was hij nog arbeider, pas daarna zou hij van beroep veranderen. Hoogstwaarschijnlijk leerde hij het vak van zijn schoonvader, Bernardus Driessen, die evenals zíjn vader en schoonvader riviervisser was.

Voorts las ik vanmiddag in Het Millings Jaarboek 2006 dat mijn overgrootvader Willem ook nog eens met een dochter van riviervisser Jacobus van Eerden in het huwelijksbootje stapte. Tjonge. Dit alles betekent dat twee van mijn oudvaders, twee betovergrootvaders en een overgrootvader hun boterham met hengelen op de Rijn hebben verdiend. Ergens bevalt me dat wonderwel.

Op de foto hieronder vaart Carl, de broer van mijn grootvader, met zijn zoon Albert de rivier op.

Carl Spann met zijn zoon Albert in een vlieger, ca. 1935