Willem Roggeman, geportretteerd door Godfried Vervisch
—Steeds vaker krijg ik manuscripten toegestuurd waarin tekst en beeld zijn gecombineerd, vooral uit België, dat op dit vlak een rijkere traditie heeft. Maar het gebeurt vaker dan enkele jaren geleden. Ik vraag me af of hier sprake is van een trend. In de eerste helft van 2018 zal Stanza geillustreerde dichtbundels publiceren van de Belgische auteurs Willem Roggeman en Frank De Crits. Vanochtend las ik een indrukwekkend manuscript van de Brugse beeldend kunstenaar T.V., waarin zij gedichten en tekeningen van haar hand heeft samengebracht. Twee jaar terug bracht Stanza al Met man en muizenis uit, beeldgedichten van het Hollandse duo Onno Maat en Benne van der Velde, en vorig jaar verscheen Geladen gedichten, visuele poëzie van Mechelenaar Luc Fierens. Wellicht begint Stanza ook een naam op te bouwen als uitgeverij van beeld & poëzie.

—Enkele jaren geleden verbleef de Franse auteur Sylvain Tesson zes maanden lang, van februari t/m juli, alleen in een blokhut aan de oever van het Bajkalmeer in Siberië. Toen hij aankwam, na een lange tocht met een vrachtwagen over het ijs, vroor het dertig graden. De dichtstbijzijnde buurman zat vijftien kilometer verderop. Belangrijkste overlevingsmiddelen die hij, naast lucifers en een bijl, bij zich had: pasta, wodka, sigaren en bijna zeventig – met ‘grote zorg’ uitgekozen – boeken. Opvallendste titel: Out of Africa van Karen Blixen. Het boek dat hij over dit barre avontuur schreef verscheen in Nederland in 2012 onder de titel Zes maanden in de Siberische wouden (De Arbeiderspers). Ik kocht enkele maanden terug een duurzaam 2e-hands exemplaar en ben daar nu net in begonnen.

Wat me aan Tessons boek bevalt is de bewuste koppeling van een uitputtingsslag aan de autoverslaggeving ervan. Ik broed zelf ook, maar dan dichter bij huis, op een soortgelijk project, dat ook nog eens met Stanza verenigbaar moet zijn. Momenteel zie ik nog slechts wat vage contouren voor me. Enfin. Eerste aanstreping in Tessons boek:

Kou, stilte en eenzaamheid zullen in de toekomst meer waard zijn dan goud. Op een overbevolkte, oververhitte, lawaaiige aarde is een boshut een paradijs.

Warhoofds gekkenwerk, Alain Delmotte

Dagboek van een uitgever (1)

In het voorjaar van 2012 schreef ik Uitgeverij Stanza bij de Kamer van Koophandel in. Ik wilde poëzie uitgeven, bundels waar ik achter stond, met als enig criterium: mijn eigen smaak. Nu is die breder dan de experimentele verzen die ik zelf schrijf, waardoor het fonds zich niet louter tot deze soort poëzie beperkt. Sinds 2012 zijn er bundels verschenen van uiteenlopende dichters als Frank Keizer, Mark van der Schaaf, Bart FM Droog, Jan Pollet, Chrétien Breukers, Sophia Le Fraga, Nanne Nauta, Martijn Benders, Olaf Risee, Lammert Voos, Sven Staelens, Çağlar Köseoğlu, Gert de Jager, Benne van der Velde, Sacha Blé, Peter van Galen, Estelle Boelsma, Charles Bernstein, Luc Fierens en Martin Knaapen.

Jaarlijks brengt Stanza circa zes bundels uit. De omzet is gestaag gestegen naar vier- á vijfduizend euro per jaar. Als eenmanszaak zit Stanza hiermee aan haar plafond.

Regelmatig ontvangt Stanza manuscripten van bekende en onbekende auteurs. Ik lees ze allemaal. Soms zit daar iets verfrissends tussen. Over de tekst die de Belgische auteur Alain Delmotte me begin februari van dit jaar toestuurde, hoefde ik niet lang na te denken:

‘Hoi Alain,

Top! Dit geef ik graag uit. Ik heb gelachen en gehuild. Ik zit voor dit jaar al wel helemaal vol. Ik zou de publicatie willen inplannen voor het eerste kwartaal 2017. Schikt dat?

Groet, Ton’

Ik kende Alain nog uit mijn periode bij Uitgeverij De Contrabas, die twee bundels van hem publiceerde. Een eigenzinnig dichter, die zich graag van prozapoëzie bedient. Wat ik in handen had, was een volledig uitgewerkte tekst die zo kon worden gedrukt. Een geschenk voor elke uitgever.

De afgelopen maanden hebben we intensief aan de vormgeving gewerkt. Alain had daar goede ideeën over. De proefdruk is binnen. Ik ben zeer tevreden over het resultaat.

img_1089
De proefdruk. Het schilderij op de omslag is van Lucas Devriendt. Johan Duyck verzorgde de vormgeving van de omslag.
Warhoofd is een taalfiguur met een allegorisch karakter, die ook al in vorige bundels van Alain te vinden is, maar ditmaal de hoofdrol heeft. Warhoofd is een geboren loser. Alain beschouwt hem niet als een alter ego. ‘Iedereen is een loser, existentieel gesproken. En dus zou iedereen zich in Warhoofd moeten herkennen.’ Een fragment uit de bundel:

Stoten onder de gordel: voor geen geld in de wereld zou hij die willen missen.

Blunders, flaters, zijn mond voorbijpraten, ondoordachte uitlatingen: allemaal maakt het, slim bedacht, deel uit van zijn tactisch arsenaal.

Voor de voeten worden gelopen, is hem een niet te verwoorden zaligheid: hij tekent ervoor.

Noodlot houdt hem bezig. De worp, de gril, de meewarige lol trekt hem daarin aan.

Langs de weg die hij gaat, trapt hij in elke drol. Hij vermoedt dat het de zijne zijn.

Dankbaar is hij voor elke tegenslag en voor wie hem gretig kan manipuleren.

Warhoofds gekkenwerk zal op 25 februari 2017 in de openbare bibliotheek van Harelbeke worden gepresenteerd.