Voor je zelf staan

Luisterde naar Joni Mitchell (Shine, 2007) en liet mijn gedachten gaan over de voorbije weken, die tumultueus waren, vol gebeurtenissen die ik me maar moeilijk voorstellen kan. Deze pandemie laat littekens achter.

Las een artikel van Bas Heijne en was het met hem eens dat koffiedik kijken lastig is, vooral als het de toekomst betreft.

Ging vervolgens maar weer aan het werk: het verkruien van halfvergaan snoeiafval, sporen uit het verleden. Inmiddels hebben we twintig meter houtwal opgeruimd en nog maar vijf meter te gaan.

Bestudering van het persoonlijke impliceert bestudering van wat er in vroeger tijd gebeurd is.

Pakte tegen theetijd het derde deel van The Collected Poems of Larry Eigner (de vier delen beslaan bijna tweeduizend pagina’s) en vermaakte me:

Hoe je
  voor je

 zelf
     staat

   een kwart
    de spieren
     het gezicht

      mond

       veranderingen

Eigner (1927-1996), die zijn hele leven aan een rolstoel gekluisterd was, schreef dit gedicht op 20 juli 1972.

Verse eieren en overrijpe tomaten gehaald in Engelum. Daarna koffie gezet en in Bas Heijnes Hoe Hollands wil je het hebben? zitten lezen:

‘Diversiteit is waar de samenleving aan moet wennen, verschillen in smaak, kleur, afkomst, geloof, voorkeur, houding, opvatting – ik zeg, leve de rapper met nagellak.’

Later vraag ik me af wat ík heb neergezet tegenover alles waarover ik mijn goed- of afkeuring heb uitgesproken. Hoe luidt mijn eigen verhaal tot nu toe? Dat hangt, ben ik bang, van pragmatisme, egoïsme en gemakzucht aan elkaar. Het idealistisch elan, waarvan in eerste instantie nog sprake was, ebde uiteindelijk volledig bij me weg in Centraal-Azië. Daarna hebben cynisme, leegte en overlevingsdrang enkele jaren de boventoon gevoerd. Gelukkig is er ook liefde geweest, voor vrouw en kinderen, verwanten en goede vrinden.

Au fond was er nooit een storyboard en heb ik de dingen gewoonweg op me laten afkomen. Maar ik heb intussen bemerkt dat ik het slotstuk toch graag wat bewuster en met meer overleg doorlopen wil. Daartoe heb ik niet zozeer een verhaallijn nodig, als wel een globale context, die houvast en inspiratie kan bieden in situaties waarin het leven zich ‘in alle hevigheid’ aan me opdringt.

56A3B101-8EE8-4216-B1C7-D775AE4E015E
Engelum, 2018 © Ton van ’t Hof

Vanochtend om 5 uur naar beneden gestommeld voor een Zantacje en een paracetamolletje. De witte wijn had gisteren uitstekend gesmaakt, maar de twee afsluitende grappa’s waren aangekomen als mokerslagen.

Ik was rond lunchtijd met de trein in Amsterdam gearriveerd, waar Tim op een vega bowl bij SLA in de Utrechtsestraat trakteerde. Daarna boeken gekocht bij Scheltema: De genialiteit van vogels van Jennifer Ackerman, Hij schreef te weinig boeken van Herman Brusselmans, Bundels van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw onder redactie van Jeroen Dera & Carl De Strycker en Hoe Hollands wil je het hebben van Bas Heijne. De genadeloze zon joeg ons vervolgens Café de Jaren in, waar we een tafeltje aan het open raam vonden. Tegen vieren schoven Gert de Jager, Nanne Nauta en Mark van der Schaaf ook aan.

Nadat we waren bijgepraat over onze oudemannenkwalen hebben we de literaire wereld binnenstebuiten gekeerd. Ondertussen naar La Storia della Vita aan de Weteringschans verhuisd voor een klassiek Italiaans diner. Gert verklapte dat hij níet aan een roman werkte, nooit aan een roman heeft gewerkt en ook niet van plan is om dat in de toekomst te gaan doen. Ook had geen van ons de laatste bundel van Nachoem M. Wijnberg gelezen. Van de programmering van Perdu begrepen we geen snars meer. Enzovoorts. In jolige stemming om middernacht terug in Leeuwarden.

Vanuit de trein zag ik op de heenweg grote delen van de Oostvaardersplassen diep geel kleuren, oorzaak: bloeiend jacobskruiskruid. Ik voelde me afgebluft.

99175B6B-4C81-4B72-B58A-1E1731060BF5
Oostvaardersplassen, 2018 © Ton van ’t Hof