Heijne, Wieg, Zwagerman, Boskma, Mertens, Irisarri

~ In een essay op nrc.nl zet Bas Heijne zijn diagnose van de huidige politieke crisis uiteen. Hij neemt onder andere een ideologische gespletenheid waar:

‘Richten we onze samenleving in naar de idealen van de Verlichting, waarbij gelijkheid of individuele vrijheid vooropstaat en waarin de verbondenheid van een individu met alle mensen ongeacht afkomst, kleur, en wat dan ook wordt onderstreept? Of vallen we terug op de verhalen van eigenheid die de zogeheten Contraverlichting ons voorhoudt, waarbij de nadruk op eigenheid wordt gelegd – historische en culturele eigenheid?’

Om een samenleving naar de idealen van de Verlichting in te kunnen richten is, zo lijkt me, tolerantie een noodzakelijke voorwaarde. Zonder verdraagzaamheid en toegevendheid jegens de ander kan ‘gelijkheid of individuele vrijheid’ niet bestaan. Daarnaast is mij van jongs af aan bijgebracht dat ‘tolerantie’ een sleutel van de Nederlandse historische en culturele eigenheid is. Als dit alles waar is, is de huidige politieke crisis het gevolg van iets wat stukgegaan is. Misschien kan dat nog worden gerepareerd. Handen in het haar.

~ Nieuw element voor mijn verzameling aanhalingen met betrekking tot onze onontkoombare aftakeling:

‘Hoe kun je jezelf als dichter van een uitstervende generatie Maximalen (Rogi Wieg, Joost Zwagerman) nog een plek toebedelen in het huidige dichtersklimaat? Heb je als oudere dichter nog wel bestaansrecht? Waar haal je de inspiratie vandaan? In Tsunami in de Amstel laat Pieter Boskma (Leeuwarden, 1956) de worsteling met zijn eigen dichterschap zien. […] In deze bundel komen alle facetten van Boskma’s worsteling aan bod: hij durft zijn eigen plek in het dichterslandschap onder de loep te nemen. Juist door het verval in kaart te brengen, blaast hij zijn dichterschap nieuw leven in en geeft hij de bundel een zekere urgentie. “Ik sta echter – hoezeer ik mij nog altijd / met die jonge dichters gedeeld voel in het hart – / op die plek waar het behoorlijk stil begint te worden”, dicht hij.’ – Diewertje Mertens in de Leeuwarder Courant

~ Geen Top 2000 voor mij vandaag, maar ‘post-minimalism’ van Rafael Anton Irisarri:

~ Uit de oude doos:

89da121f-55d0-4236-b9c2-5cb42fae36cc
Panama City Beach, 1988

Over literaire mores, politieke taal & afvalkunst

Vrijdagmiddag 28 okt: kussen in de rug, poes op schoot, glas whisky & iPad binnen handbereik en surfen maar. Stuit al direct op Arjen Fortuins column in de NRC van de 27e: over de mores in de literaire wereld. Hij geeft af op belangenverstrengeling in literaire jury’s: ‘Als een naaste collega (of partner, of vriend) in aanmerking komt voor een prijs, moet je de jury verlaten.’

Ik neem een slokje whisky, aai de poes en denk: da’s waar. Maar in de literaire niche poëzie zal Fortuins voorstel niet gemakkelijk kunnen worden verwezenlijkt: het poëzieveld is zó klein, dat zowat ieder jurylid met een beetje affiniteit met poëzie wel collega en/of partner en/of vriend (en/of concurrent/rivaal/vijand) van bijna alle ingezonden dichters zal zijn. Waardoor vrijwel níemand alléén op zijn of haar literaire kwaliteiten zal worden beoordeeld. Wat nu? Hoe lossen we dit op? Wie laten we dan jureren? Of, voor deze, subsidieaanvragen beoordelen?

We kunnen dit niet afdoen als oninteressant of onbelangrijk. Daarvoor is er te veel prijzen- en subsidiegeld mee gemoeid. Te veel macht ook. En achterstelling. De veelgehoorde klacht dat het meestal blanke heteromannen van middelbare leeftijd zijn die met een prijs aan de haal gaan, dient serieus te worden genomen. Het wordt tijd, hoe lastig ook, voor een uitweg. Een uitweg die altijd begint met de erkenning van het probleem. Waarna men op basis van een analyse oplossingsrichtingen kan gaan bedenken.

Een bagatellisering zoals Das Mag dat in een advertentie met betrekking tot de NS Publieksprijs laat zien – ‘Het wordt eindelijk eens tijd dat een witte man van middelbare leeftijd een literaire prijs wint.’ – is (inderdaad Obe Alkema) uit den boze.

Zaterdagochtend 29 okt: Rondje digitaal nieuws. Ik begin met de column van Bas Heijne: ‘Het is tijd voor een nieuwe taal‘. Hij heeft eigenlijk een geruststellende boodschap: Trump en Wilders frustreren met hun ‘uitzinnige, opwindende en hyperbolische taal […] hun eigen politieke ambities. Zij zijn zelf hun grootste tegenstander.’ De kans dat Trump of Wilders ooit president dan wel minister-president wordt, acht Heijne daarom klein.

Bij Heijne’s slotparagraaf moet ik ook aan de hierboven aangehaalde advertentie van Das Mag denken. Ook reclamemakers kunnen zich uit scoringsdrang vergalopperen. Heijne:

‘Taal die louter vijandig is, die geen publieke zaak erkent, en zich weigert te committeren aan de meningen en denkbeelden van een ander, maakt alleen nog stemming. […] De verwording van het publieke discours is niet enkel de schuld van populisten. We moeten afscheid nemen van onze eigen verlekkerde hyperbolen, van onze verbale uitzinnigheden, de neiging alles en iedereen in dramatische termen te gieten, van onze zelfrijzende verontwaardiging en ontsteltenis. Het is tijd voor een nieuwe taal.’

Op Artist’s Books and Multiples kom ik een werk van de Belgische kunstenaar Sophie Nys tegen: een ‘plastic pumpkin leaf bag’, bedoeld voor bladerafval, maar waarin Nys geshredderde documenten heeft gestopt. Het werk is in een oplage van 25 stuks verschenen en wordt voor $ 300 per stuk verkocht.

img_0790
‘Leaf Bag’, Sophie Nys, 2016, oplage 25 stuks

In het begeleidende persbericht lees ik dat Nys alledaagse objecten transformeert en herpositioneert om vragen op te roepen over oorzaak, gevolg & vergankelijkheid en nieuwe ruimtes te open voor reflectie, verzet & creativiteit.

Een reclamepraatje of zet dit kunstwerk je daadwerkelijk aan het denken? Dat we met z’n allen veel afval produceren is een bekend gegeven. Evenals de noodzaak tot hergebruik. Veel vernieuwends kan ik aan deze oranje zak dan ook niet ontdekken. Hoewel het uiteraard nuttig blijft om het afvalprobleem, zo lang het bestaat, steeds weer onder onze aandacht te brengen. Grappig vind ik het ding wel. Stel me voor hoe hij in onze woonkamer zou staan. En hoeveel nieuwsgierigheid hij daar zou opwekken. Verbazing ook. Over de prijs die je ervoor hebt betaald.

Een zondag met Bas Heijne, donderwolken, whiskey, Christo, Zátopek & ambitie

img_0689

Lees in Bas Heijne’s essay Onbehagen: Nieuw licht op de beschaafde mens de volgende passage en knik instemmend:

‘Als product van de evolutie blijken we slecht toegerust voor dat zo innig door ons gekoesterde verlichte mensbeeld. Het hartgrondige pessimisme van mijn lievelingsschrijvers, Conrad en Dostojevski, krijgt tegenwoordig door nieuwe wetenschap steeds meer vaste grond onder de voeten. Ik voeg er meteen aan toe: onze “goede” eigenschappen ook, onze natuurlijke neiging tot sociabiliteit, ons vermogen om met anderen samen te werken.’

‘Het wordt nooit wat met ons,’ verzucht ik en denk terug aan brute momenten die ik meemaakte in conflictgebieden. De kameraadschap daarentegen is een gezegend aspect van het beroep dat ik uitoefen.

Na het rake doch ellendige mensbeeld dat Heijne schetst – ‘Hoed u voor de barbaar in je omgeving. En voor de barbaar in jezelf.’ – een eindje wezen fietsen, waarbij we onderweg de voorgenomen route vanwege naderende donderwolken toch maar wat hebben aangepast.

img_0688
Landschap 2, Leeuwarden, 2016, © Ton van ’t Hof

Eenmaal thuis de open haard aangestoken en in kranten, tijdschriften en boeken gedoken. Glas whiskey erbij. Wat ik zoal tegenkwam:

img_0690
‘Wrapped Look Magazine’, Christo, 1964, editie van 100 gesigneerde en genummerde exemplaren

Gingen ze in 1964 nog voor $ 200 per stuk van de hand, tegenwoordig doet een door Christo ingepakte Look $ 20.000.

In de London Review of Books worden twee biografieën van de legendarische Tsjechische langeafstandsloper Emil Zátopek (1922-2000) besproken. Zátopek won op de Olympische Spelen in 1952 een gouden medaille op de 5 km, 10 km én de marathon. En dat op dit dieet:

‘He had an odd diet, fuelling himself before races with beer, cheese, sausages and bread. He drank strange concoctions [brouwsels] that he thought would improve his performance: the juice from jars of pickles; a mixture of lemon juice (for vitamin C) and chalk (he thought the calcium would protect his teeth). He ate the leaves of young birch trees [berkenbomen] because he had noticed that deer did so. Deer run quickly, he reasoned, so he might too. He experimented with eating dandelions [paardenbloemen], as well as “vast quantities of garlic”, and when people asked him why he told them: “The hare runs through the woods, eats what he finds – and he’s fine.”‘

En, ergens aan het einde van de middag, denk ik plots: Hoe maak ik van dit blog een amazing blog? Hier spreekt ambitie uit. Ik word er zelfs verlegen van.

Onbehagen: Nieuw licht op de beschaafde mens, Bas Heijne, Ambo|Anthos, 2016: via bol.com.