16012017

~ René Descartes studeerde in 1629 enige maanden aan de Universiteit van Franeker. Wellicht verdreef het klimaat hem al gauw weer naar zuidelijker Nederland: ‘Het waait hier altijd,’ schreef hij in een brief, ‘en het is hier altijd koud en nat. Slecht voor mijn botten.’

~ Gecatalogiseerd: The Art of Twentieth-Century American Poetry: Modernism and After (Blackwell Publishing, 2006) van Charles Altieri.

Charles Altieri (1942) is een vooraanstaande academicus en veelgelezen criticus op het gebied van de Amerikaanse poëzie van de twintigste eeuw.

Toch is me van dit boek – ik las het drie jaar terug – maar weinig bijgebleven.

Van alle passages die ik heb aangestreept vind ik de passage waarmee het boek eindigt de spannendste:

‘Many of our best younger poets now seem driven by a quite different imperative – not to tell so much as to explain, and not to make the “now” vital but to speculate on its relation to “before” and to “after.” Under the pressure of contemporary politics. It may have become necessary that they worry about questions of causality and responsibility on a collective scale. It may be a time in which the subject of speaking has to recede and the object of analysis come to the fore even of our lyrical projections.’

Iets wat ik in het werk van sommige van onze jongere dichters wel herken, in dat van Frank Keizer bijvoorbeeld.

~ De Estlandse componist Arvo Pärt kan als geen ander mijn snaar raken, die verlangt naar mystiek, transcendentie, bovenaardse schoonheid: