In Afghanistan verloor ik kameraden. Die herdenk ik vanavond óók. Misschien wel vooral.

Bereidde voor de lunch een soep van restjes groente (ui, knolselderij, wortel & Chinese kool); goed voedsel gooi je niet weg!

Na de kernramp van Tsjernobyl werden grote gebieden in de Oekraïne en Wit-Rusland ontruimd. Mensen verlieten gedwongen hun huizen en werden elders ondergebracht. Arthur Chichester bezocht recentelijk Wit-Russen die in 1986 zijn geëvacueerd. Ze komen aan het woord in zijn boek The Burning Edge: Travels through Irradiated Belarus (2018). Anna Alexandrovna:

‘Ik geloof dat velen van ons zich op de een of andere manier schuldig voelden, alsof we onze huizen en dorpen hadden verraden door ze te verlaten. Sommigen lieten een briefje voor hun huis achter. “Wees niet treurig, huisje, op een dag komen we terug,” schreven enkelen, maar natuurlijk is niemand van ons teruggegaan.’

Het zonnetje aan het einde van de dag was, zittend in ons tuintje met een glas, weldadig.

‘Het heeft geen zin om in m’n eentje een goed leven te leiden als de rest dat niet kan,’ zei een oude wijze Nubiër gisteravond op tv.

Na een lange ochtend tuin behoefte aan een break. Rond twee op de fiets geklommen en naar Wyns gestoempt voor thee, een pannenkoek (Hennie), een glas bier & bitterballen (ik).

Was, later, slechts bij vlagen onder de indruk van Divya Victors veelgeprezen Kith (2017); dit gedicht vond/vind ik evenwel een pareltje:

& ze vingen zó veel vis dat hun netten begonnen te scheuren
& ze schreeuwden om hulp naar anderen in andere boten
& die anderen sprongen de anderen dus bij
& de boten raakten zó zwaar beladen dat ze begonnen te zinken
& de boten begonnen te zinken alsook de vis

Ruimde de boekenkast beneden op (waarin o.a. al mijn poëziebundels staan).

In Wit-Rusland kunnen gepensioneerden, zo las ik in Arthur Chichesters The Burning Edge: Travels through Irradiated Belarus (2018), een klein bedrag per maand verdienen (circa $ 40) met het schoonhouden van een stukje openbare ruimte. Volgens Chichester moet Wit-Rusland wel het schoonste land ter wereld zijn, waar elke ochtend een in oranje hesjes gehuld leger van pensioentrekkers het land ontdoet van alle lege wodkaflessen en andere rotzooi. Ben er nog niet uit wat ik hier nu van vinden moet.

Wyns, 2019 © Ton van ’t Hof

Muziek uitgezocht voor de crematie morgen, en een toespraakje geschreven. Geen doordacht, genuanceerd verhaal, maar gewoon wat gedachtes die in me opkwamen; een ongeveinsd portretje van mijn ouwe heer.

Daarna in de achtertuin gewerkt: de laatste rotzooi van de vorige bewoners in de puinbak gegooid (in totaal zes kuub weggedragen) en de oude regenpijp van pvc vervangen door eentje van zink. De wederopbouw is gestart.

Aan het einde van de middag volledig gaar in bad gedoken met een dichtbundel: Morgan Christie’s Variations on a Lobster’s Tale (2018)—3 sterren.

Keek naar enkele vlogs van Engelsman Arthur Chichester, die onlangs afreisde naar Wit-Rusland en daar de door Tsjernobyl besmette gebieden bezocht. Fascinerend. Ik kocht ook zijn boek over deze trip, The Burning Edge: Travels through Irradiated Belarus (2018), dat hij in eigen beheer uitgaf (Kindle editie voor € 4,05). Deze rauwe uitingsvormen – vlogs, eigen beheeruitgaven – staan al langere tijd in het middelpunt van mijn belangstelling; hun ongepolijste authenticiteit staat me aan.

In een van de vlogs: een taaie 91-jarige Wit-Russin die nog altijd zelfgeteelde aardappels rooit/rooide in gecontamineerd gebied.

Luisterde naar Sing for Absolution van Muse (één van mijn favoriete nummers in Afghanistan)

en toen brak ik.