Langs diepduistere kanalen

‘Alles wat bedreigd wordt / door de tijd, // scheidt / valsheid af // en dit naarmate dat.’ – Arnoud van Adrichem & Jan Lauwereyns

image

Wie losjes door Het riool bladert ziet niks vreemds: gedichten, strofe’s, versregels, enjambement. De gedichten zijn wel wat langer dan gebruikelijk en de strofe’s en versregels kunnen vrijwel zonder uitzondering kort worden genoemd. Maar wat deze bundel qua vorm echt afwijkend maakt, is met het blote oog niet te zien: niet één maar twee dichters hebben Het riool geschreven, Arnoud van Adrichem en Jan Lauwereyns, waarbij niet meer te onderscheiden valt wie wat geschreven heeft: hun afzonderlijke stemmen hebben zich versmolten tot één stem.

Maar van een grensverleggende vorm, iets dat nog niet eerder is gedaan, is hier toch geen sprake. Enkele decennia geleden zetten Amerikaanse language dichters de ‘allerindividueelste expressie’ al bij het oud vuil en experimenteerden onder andere met co- en multiauteurschappen. Maar waar de opkomst van de language beweging nog in de context van het poststructuralisme kan worden overdacht, lijkt me Van Adrichems en Lauwereyns’ besluit tot dit duowerk toch niet gestoeld op een doodverklaring van de auteur à la Roland Barthes. De bundel zelf geeft geen beweegreden of oogmerk prijs. Plezier in het samenwerken en nieuwsgierigheid naar de uitkomst zouden zo maar motieven kunnen zijn geweest.

Het riool is een geëngageerde bundel geworden, waarin zware onderwerpen met een zekere lichtvoetigheid worden behandeld. Mogelijk heeft het duoschrijven voor extra afstand tot inktzwarte kwesties als onthoofdingen en massaslachtingen gezorgd, wat als vanzelf weer voerde tot een luchtiger poëtisch resultaat. Hoewel deze gedichten aansluiten bij de al wat langer bestaande, maar nog altijd groeiende tendens tot geëngageerdheid binnen de poëzie, verschillen zij met name in hun coauteurschap en lossere toon toch van de onlangs ontsprongen ‘persoonlijk politieke’ stroming in Nederland en Vlaanderen.

Enfin, het is Van Adrichem en Lauwereyns gelukt om de vele thema’s in Het riool telkens weer op originele wijze uit te diepen. Ik heb de bundel dan ook geboeid gelezen. Vanwege zijn grote spanningsboog en doordringend vermogen vormt het gedicht ‘Maren van de beul’ voor mij een dramatisch hoogtepunt van Het riool. Daarom tot besluit een fragment uit dit gedicht, waarin een islamitische scherprechter de hoofdrol speelt:

Het bloed in zijn kop
neemt de temperatuur aan
van de maan,

tussen fajr en maghrib,
het gebaar van de inkeer,
de toepassing van een afstand.

Het lemmet is minder
dan een zweetdruppel

verwijderd van de keel.

Vertraagt zand
het denken?

Een filosofische groteske,

lachen de beul
en de levende dode
die voor hem op zijn knieën zit.

Een blik op het oosten.

Eeuwen schieten heen en weer
als vogelzwermen.

Het riool, Arnoud van Adrichem & Jan Lauwereyns, Uitgeverij IJzer, 2016.