Ik lees Alle voetnoten (2018) van Arnon Grunberg. Heel vermakelijk. Maar hij ruilt wel de ene gedachte in voor een andere. Vliegt nogal eens uit de bocht. Wat charmant is, en irritant tegelijk. Dagelijks je gedachten publiceren legt óók je luimen en nukken bloot. Oppassen geblazen! roep ik tegen de noeste blogger die ik ben. Voor je het weet nemen ze je niet meer serieus.

Als Grunberg in mei 2010 uitvaart tegen Joris Luyendijk –

‘Joris Luyendijk is een aardige man. In zijn boek over zijn ervaringen als correspondent in het Midden-Oosten staat veel wetenswaardigs. Afgelopen zaterdag schreef Luyendijk dat we naar “engagerende journalistiek” moeten “die iets teweeg brengt bij de lezer”. De journalist moet de lezer naar behoren informeren. Opvoeden en agiteren moet hij aan anderen overlaten.’

– denk ik: deze klap zou hij Luyendijk anno 2018 niet meer hebben verkocht.

Luyendijk, o.a. geschoold als religieus antropoloog, wordt inmiddels door collega-journalisten zeer gewaardeerd. En geen idee of Grunberg ooit in één jaar tijd ruim 300.000 exemplaren van één titel heeft weten te slijten. Luyendijk wel, met Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers.

Kijk maar uit. Jaren later weten ze je nog te vinden.

Arnon Grunberg, 2018 © Ton van ’t Hof