Het verlangen naar spetterend vers (14)

Buiten is het zilvergrijs en zeer zacht voor de tijd van het jaar. Binnen neem ik een merkwaardig gedicht in me op. Het staat op bladzijde 4 van Arjen Duinkers e-bundel Catalogus, dat Querido in 2016 uitbracht, en luidt als volgt:

VOGEL VIERKANTJE VIERKANTJE CIRKEL

Vogel vierkantje vierkantje cirkel
Cirkel vogel vierkantje vogel
Cirkel rechthoek vogel cirkel
Bloem vierkantje lip vierkantje
Liniaal bloem vogel bloem
Cirkel bloem vierkantje mouw
Liniaal rechthoek vogel mouw

Bloem driehoek driehoek cijfer
Liniaal vogel vogel weggetje
Weggetje liniaal cijfer cijfer
Driehoek weggetje weggetje lip
Vogel bloem bloem bloem
Cijfer liniaal cijfer liniaal
Weggetje weggetje cijfer cijfer

Als ik in de bundel blader bespeur ik nog 56 gedichten van dezelfde soort, elk vers een geordende opsomming van woorden. Enkele titels: Oor signaal driehoek splinter, Deur stoel vouw spook & Braam duim vlakje vlakje. Ik hang gebiologeerd boven de gedichten, kan me maar moeilijk van ze losmaken. Alsof ik naar een nieuwe, zojuist ontdekte dier- of plantensoort kijk; God schiep de raarste dingen.

Als ik eindelijk naar achteren leun vraag ik me af of deze menselijke bedenksels ook nog iets voorstellen, iets representeren, weergeven? Of zou er niets dan blinde onverschilligheid aan ten grondslag liggen? Verwoordt Duinker in deze verzen soms een, al dan niet verzonnen, beeldschrift? Ook kan ik de mogelijkheid niet uitsluiten dat hij in Catalogus een zotskap draagt en zijn lezers, ter vermaak, voor het lapje wil houden. Ik weet het simpelweg niet. En heb daar vrede mee. Maar ze alle 57 van a tot z lezen? Nee. Als ik de BiebApp sluit moet ik zachtjes grinniken.