Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (13)

Aristoteles: ‘Aan het ontstaan van het genus literatuur lijken twee oorzaken ten grondslag te liggen, en wel van natuurlijke aard. Van jongs af aan zijn mensen namelijk van nature geneigd tot imiteren en zij verschillen van andere levende wezens daarin dat de mens de sterkste imitatiedrang heeft en zijn eerste lessen leert door imitatie. Daar komt het gegeven bij dat alle mensen zich verlustigen in afbeeldingen.’

Walter Benjamin: ‘En toen Abel Gance in 1927 geestdriftig uitriep: “Shakespeare, Rembrandt, Beethoven zullen films maken […]. Alle legenden, de gehele mythologie en alle mythen, alle godsdienststichters en zelfs alle godsdiensten […] wachten op hun stralende wederopstanding, en de helden verdringen zich aan onze poorten”, heeft hij daarmee, onbedoeld uiteraard, opgeroepen tot een grondige liquidatie.’

Walter Benjamin: ‘Receptie in een toestand van verstrooiing, die zich steeds nadrukkelijker op alle gebieden van de kunst doet gevoelen en het symptoom van diepgaande veranderingen in de waarneming is, bezit in de film haar ware oefeninstrument.’

Het gedicht als (lyrische) verbeelding van een werkelijkheid is in onze tijd door de nieuwe media kaltgestellt. Poëzie die zich daartoe beperkt biedt niet meer dan verstrooiing en doet er simpelweg niet meer toe.

(Dit bericht verscheen eerder, op 29-04-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)