Als je bang bent

27 januari. ‘Het is zo moeilijk / te vergeten’ verzucht Peter Verhelst tegen het einde en vat daarmee zijn nieuwe bundel, Wij totale vlam (Prometheus, 2014), samen: zijn hoofd en hart blijven zich maar bewust van een verloren liefde. De pijn die dit met zich meebrengt is af en toe akelig voelbaar. Het stel lijkt domweg uit elkaar gegroeid te zijn. Van kinderen wordt niet gerept. We komen überhaupt weinig aan de weet van de feitelijke omstandigheden. De lezer wordt ondergedompeld in de beleving van de ik-figuur, geplaatst in zijn gevoelens en gedachtegang. De scheiding is reeds een gegeven, er wordt teruggekeken, naar wat voorbij is, gedaan is, zo moeilijk te vergeten is. Verhelst maakt de ontstane leegte tastbaar.

We moeten in beweging blijven – waarom zwoegen we anders elk
in onze kleine olieblauwe kajak uit de riviermond naar zee
tot we eerst geen land en daarna geen vogels meer zien?

We staan in ons mangat als mast en houden onze jas
als een zeil open, samen vormen we een groot schip.

We hadden nooit kunnen denken deel uit te maken van een zon
aan de overkant van wat we kennen.

Het is vermoeiender dan gedacht
elkaar niet uit het oog te verliezen – ons geschreeuw weerkaatst
tegen onzichtbare bergen.

Het is koud en helder als glas ’s nachts.

Ik heb geprobeerd in contact te blijven
(schoof mezelf als een antenne uit),

maar
de stilte
totaal
de stilte.

28 januari. Het bestuur van de Stichting VSB Poëzieprijs reageert in het NRC Handelsblad van vandaag op het stuk dat Arie van den Berg vrijdag in NRC Boeken publiceerde en waarin hij drie van de vijf juryleden niet capabel acht. Ook vindt Van den Berg de dit jaar genomineerde bundels niet de moeite waard, met uitzondering van Barnas’ Jaja de oerknal. Juist ja. Het bestuur heeft de jury aangesteld en voelt zich blijkbaar aangesproken.

Maar waarom zou je reageren op een sjacheraar als Arie van den Berg en haal je over zijn aantijgingen je schouders niet op? Nou, bijvoorbeeld, als je bang bent dat er morgen, na de bekendmaking van de winnaar, een storm van kritiek zal losbarsten. Kritiek die zich, bijvoorbeeld, richt op de toegepaste ‘systematiek van de jury’ of de kundigheid van de afzonderlijke juryleden. Het bestuur herhaalt in haar weerwoord met nadruk het argument dat er gekozen is voor ‘poëzie die geëngageerd is en aan de wereld appelleert.’

Ik zoek het voor de zekerheid nog eens op in de Van Dale: engagement: ‘betrokkenheid van kunstenaars en intellectuelen bij de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen’. Tja, denk ik dan. Er is maar één bundel waarin een zekere mate van geëngageerdheid valt te ontdekken. En dat is ritmisch zonder string van Antoine de Kom. Maar hé! die zou toch al om heel andere redenen winnen?

(Dit bericht verscheen eerder, op 28-01-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)

Arie & Eva

Arie van den Berg bewondert Eva Gerlachs werk. Hij besprak haar bundels de afgelopen jaren zonder uitzondering positief. Ook maakte hij deel uit van de jury die Eva de P.C. Hooftprijs 2000 toebedeelde.

Gisteren verscheen Arie’s oordeel over Eva’s nieuwe bundel in NRC: ‘Vooralsnog lijkt Kluwen mij veruit de beste bundel van 2011, en daarmee ook een hoogtepunt in het oeuvre van Gerlach.’ Goh, dacht ik, Arie, die nog maar mondjesmaat recensies publiceert, moet dit jaar toch een hoop bundels hebben gelezen. Waarom zou ik hem anders geloven? En dan die paginagrote titel – ‘Een labyrint van jewelste. Eva Gerlachs Kluwen is de beste poëziebundel van 2011′ – drie dagen voor Sinterklaas. Een gecoördineerde promotiestunt? Wat van dit alles te denken?

(Dit bericht verscheen eerder, op 03-12-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)