Verborgen bekoring

Over een gedicht van Anouk Smies

Soms blijkt een gedicht een onneembare vesting en rest lezers niets dan dat te respecteren. Hoewel je van het geboden klankspel, lexicale vernuft en beeldmateriaal kunt genieten, blijven samenhang en betekenis geheel of gedeeltelijk verborgen. We spreken dan van hermetische poëzie. Anouk Smies houdt zich graag op in het grensgebied tussen toegankelijkheid en ontoegankelijkheid. Zo staat er in haar nieuwe bundel Wie heeft een middelpunt nodig het sibillijnse gedicht ‘Jeuk’:

4a

Dit is, met zijn rijke klankspectrum en vlotte zinsbouw, wél een lekker bekkend gedicht, dat bovendien een legitieme inzet lijkt te hebben: Smies heeft zin om ‘aan de neus die zich kunst noemt’, die ‘potsierlijke bacteriebron’, te peuteren. Zoals we weten, dienen bacteriebronnen met het oog op besmettingsgevaar te worden bestreden. Binnen de kunst zijn conventies net ziektekiemen, ze veroorzaken de ziekte van gelijkvormigheid. Ik hoef geen gedichten waarvan er dertien in een dozijn gaan. Gelukkig morrelen plenty dichters uit onvrede of vernieuwingsdrang aan geldende conventies.

In de regels 5 t/m 8 codeert Smies de mores waarover ze misnoegd is, waardoor de lezer, die de code niet kent, in het halfduister moet tasten: bromt Smies hier nu over kitscherigheid, houterige verbeeldingen en gangbare lay-outs? Of wil ze met deze vergroting van de raadselachtigheid in meer algemene zin weerstand bieden aan de norm die toegankelijkheid aan poëzie voorschrijft. Hoe dan ook, in de twee volgende regels wordt overgegaan tot subversieve actie die tot ontsporing moet leiden: ‘Gedetailleerd en fluimend / plaats je gruis op een trambaan’.

En in de afsluitende strofe kan de lezer dan ook inderdaad uit de rails raken. De toespelingen die Smies hier maakt, zijn weliswaar van een aangename mysterieusheid, maar mysterieus blijven ze. Waar je hoopt op duidelijkheid over de drijfveren van dit gedicht, krijg je nog meer voer voor ingewijden voorgeschoteld, wat tot een uiterste lectuur dwingt. Er zijn meerdere lezingen mogelijk.

De lezing die ervan uitgaat dat er in de laatste strofe naar een aflevering van de tekenfilmserie ‘Avatar: De legende van Aang’ wordt gekeken, waarin het kwaad wordt bestreden en het blinde meisje Toph, bijgenaamd ‘de blinde bandiet’, een rol speelt, hult ‘Jeuk’ alleen maar in dichtere mist en vind ik daarom minder interessant. Als we daarentegen de god van de lelijkheid (‘avatar’ kan ook verwijzen naar ‘vleesgeworden god’) in de slotregels tegen het lijf lopen, die weet hoe je het afzichtelijke kunt omvormen tot artistieke pracht, dan hebben we mogelijk een poëticaal statement te pakken. En dat vind ik wél een boeiende lezing. Het zou me niet verbazen als Smies schoonheid uit obscuriteiten wil slaan, op zoek is naar verborgen bekoring die zich in en achter het zichtbaar lelijke in de wereld bevindt. Waarbij ze als een tastende blinde bandiet te werk gaat, die genadeloos toeslaat als schoonheid eenmaal gevonden is. Er zit veel poëzie in dit gedicht.

4b

Wie heeft een middelpunt nodig, Anoek Smies, Opwenteling, 2016: via Olla.

Uitsparingen in je iris

In Citaten van een roofdier werpt Anouk Smies een hindernis van raadselachtigheid op, die lezers de toegang bemoeilijkt tot de inhoudelijke strekking van dit boek. Ze doet dit met opzet, wil niet dat we ons te veel met het bestaan van de ik-figuur bezighouden. Sporadisch worden er aanwijzingen gegeven, waaruit kan worden afgeleid dat de ik-figuur slachtoffer van incest is en aan bindingsangst lijdt. Maar van een bevrijdende openbaring is geen sprake. Nee, Citaten van een roofdier is bovenal een treffen met taal, die soms virtuoos en dan weer als een leerling te lijf wordt gegaan. Ik weet niet goed wat ik aan moet met een metafoor als deze: ‘omdat je opstond als een file vissen / een tube vee / die de dans ontsprong’. Maar het volgende gedicht is een proeve van bekwaamheid:

WINTERKOU

Zoals ik het zie:
Licht
sluit de ogen
We zien niet veel
maar
Niets

is een woord
gebruikt
na een
dubieus geplaatste
zoen

of
om de ontelbare
uitsparingen in je iris
waar ik antikraak verblijf

de das om te doen

Citaten van een roofdier, Anouk Smies, Uitgeverij Opwenteling, 2013.