Nee, saai zou ik het leven van mijn betovergrootvader Jan Leupen niet willen noemen, eerder geregeld. Hij bracht het overgrote deel van zijn leven al wevend—zijn beroep—in gat Gasteren (DR) door, trouwde met de drie jaar oudere Lammigje Rigterink en kreeg met haar vier kinderen, wat in die tijd als een bescheiden aantal gold.

Maar wie op de details ingaat ontwaart naast ingedutte tijden ook voor- en tegenspoed. Zo had Jan het geluk dat hij werd uitgeloot voor militaire dienst en mocht blijven weven. Jaren later daarentegen werden hij en Lammigje door een zeer ongelukkig lot getroffen: in 1866 overleed hun enige dochter, Annigje, nog geen tien maanden oud.

Wat ik ook opmerkelijk vind is dat Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik vernoemde, zoals toentertijd gebruikelijk was. Waarom gaf hij zijn eerste zoon de naam Geert mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen? Een raadselachtige kwestie die om opheldering vraagt.

Nog meer treurigheid: (1) toen Lammigje in 1890, pas zestig jaar oud, de geest gaf, en (2) toen Jan anderhalf jaar later het vertrouwde Gasteren al dan niet gedwongen (werkgelegenheid?) inruilde voor het onbekende Peest (DR), kilometers verderop.

Tot slot Jans nalatenschap. Nadat Jan in 1893 op 59-jarige leeftijd voor Gods rechterstoel was verschenen, mochten zijn drie jongens ‘eenige meubelen van geringe betekenis’ verdelen alsmede 26 are bouwland en 59 are heide in de buurt van Gasteren. Hoe waren die lapjes grond Jan ooit deelachtig geworden? Wordt vervolgd.

Hieronder een recente foto van de nog altijd bestaande woning in Peest waarin Jan, samen met zijn twee jongste zonen, zijn laatste dagen sleet.