Brassinga’s Debuut

Tijdens het Perdu Poëtendiner won ik Anneke Brassinga’s gesigneerde debuutbundel Brassinga’s Debuut, die in 1985 prachtig werd uitgeven op geschept papier in een oplage van 75 exemplaren bij De Lange Afstand te Amsterdam. Iemand aan tafel sprak nog de verwachting uit dat Brassinga op zekere dag de P.C. Hooft-prijs zou worden toegekend. Ik had nog niet eerder een bundel van haar gelezen, slechts hier en daar een gedicht in een bloemlezing of op een poëziekalender. En ik moet zeggen dat ik na lezing vooral vanuit bibliofiel oogpunt blij ben met dit boekje. Ook snap ik de opmerking over de P.C. Hooft-prijs nu: dit is poëzie overeenkomstig de voorschriften: gecondenseerde beelden, gedachten en gevoelens, nauwkeurig omschreven, met oog voor detail en een muzikaal oor. Maar ik kan er maar niet echt opgewonden van raken, vind een gedicht als ‘Griep’ zelfs ronduit kitschy:

Sproei nu, o tranen! Stroom
en doorploeg mijn tanige wangen
terwijl het snot drupt uit de neus,
rochel opspuit uit mijn longen.
Zengend droog klopt het hart
hoog in de keel, ’t ingewand deint
als woestijn, verscheurend raast
mistral van hoest en trekt
mij krom, oud en geteisterd,

een stronk van pijn.
[…]

Nee, Brassinga is hier niet ironisch en ze gaat ook niet bijna dood. Wat ben je weer hard, zal mijn echtgenote over deze dagboeknotitie zeggen. Maar wat moet ik dan, zal ik antwoorden, met poëzie die in ‘een zwijgzaam moeras van afwachting’ lijkt weg te zakken in plaats van te eisen wat zij wil! Wat later, en rustiger, zal ik beseffen dat deze gedichten al weer dertig jaar geleden geschreven zijn, wel degelijk hun eigenwaarde hebben en zal ik toegeven dat ik af en toe ook wat langer ben blijven stilstaan. Bijvoorbeeld bij het afsluitende gedicht, dat een mysterieuze tweede strofe kent:

KUST

De zee, de grijs bewegende
ligt vreemd verregend.
Onvast het land, gebogen naar
’t verdwijnpunt. De wind
slaat vuisten op het zand.

Geef je hand. Laten
reuzen zich nooit zien
of zijn wij blind? Een lege
mand, met gaten. Je ogen
gaan als duiven, bang.

(Dit bericht verscheen eerder, op 20-01-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)