Muggen. Ik behoor tot het type dat door steekmuggen al op honderd meter afstand wordt waargenomen. Dwars door muren heen. Als er zich één mug in onze straat bevindt weet zij (alleen vrouwtjesmuggen steken) mij te vinden.

Om half vijf wakker. Mug. Naar beneden. Ook daar mug. Zen’sect opgesmeerd, met 40% deet, waarna er prompt een mug op mijn hand landde. Haar met andere hand doodgeslagen. Hoe oud is dat antimuggenspul eigenlijk?

De twee zorgkantoren die zich buigen over de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor ma vergen idioot veel van mijn geduld. Ik bespeur drukdoenerij zonder énige concrete output en voel aandrift om met een houthakkersbijl te gaan zwaaien. (Wees niet bang, ik kan en zal me beheersen.)

‘Er is ook een theorie denkbaar dat de kwaliteit van de boekhandel bepaald wordt door de boeken die je er niet vindt.’—Ad ten Bosch

Eindelijk heb ik ze op een rijtje: de kinderen van mijn overgrootouders Geert Leupen en Geertruid Rutgers: elf stuks. Ga er maar aan staan! Lammegien (1891-1970) was de eerste, mijn grootvader Harm Geert (1910-1992) de een-na-laatste. Daar tussenin zaten Jacob, Jan, Annechien, Willem, Roelof, Roelof, Anna en Harmina. De benjamin heette Evert Geert, die in 1911 ter wereld kwam.

Roelof 1 werd ruim dertien maanden oud en Roelof 2 stierf—waaraan is (nog) onduidelijk—op 16-jarige leeftijd. Harmina hield het al na 34 dagen voor gezien. Hoewel ik nog niet weet wanneer Jacob, Jan en Anna de geest gaven, zou het me niet verbazen als mijn grootvader als laatste van het gezin de grote reis aanvaardde. Ik zal mijn herinneringen aan hem op een later moment boekstaven.

Een vraag die me ook bezighoudt: waarom liet zijn jongere broer Evert Geert, die slechts 61 werd, zich als Geert Leupen—dus zonder Evert—begraven?

Mijn grootvader van moederskant, Harm Geert Leupen, was de échte Fries in onze familie. Hij werd op 16 december 1910 in Oosterwolde (FR) geboren, dat twintig kilometer ten westen van Assen ligt, op de grens tussen Friesland en Drenthe. Zijn ouders, Geert Leupen en Geertruida Rutgers, kwamen uit de buurt van Rolde, niet ver van Assen.

Vanochtend vond ik op allefriezen.nl de geboorteakte van mijn grootvader. Daarin las ik dat hij om vijf uur ‘s ochtends werd geboren, dat zijn vader op dat moment landbouwer was en zijn moeder zonder beroep.

Leupen is een ongewone naam. Volgens de Nederlandse Familienamenbank droegen in 1947 slechts 154 personen in Nederland die naam en zestig jaar later 254.

Een vijftien jaar oudere zus van mijn grootvader, Annechien, huwde in 1919 met Alle de Jong uit Makkinga, dan arbeider van beroep. Ze zullen hun hele leven lang in Oosterwolde en omgeving blijven wonen. Vanmiddag bezocht ik hun gemeenschappelijke graf op de Algemene Begraafplaats aan de Pradingaweg te Oosterwolde.