De nieuwgeborenen zijn allemaal Einsteins

In Voices from Chernobyl laat Nobelprijswinnares Svetlana Aleksijevitsj (Alexievich in het Engels) de journalist Anatoly Shimanskiy, afkomstig uit de streek waarin de kerncentrale van Tsjernobyl ligt, aan het woord. Hoewel hij de streek nu al jaren na de reactorontploffing doorkruist en aantekeningen maakt over wat hij hoort en ziet, kan Shimanskiy de catastrofe nog niet goed overdenken, beschrijven:

‘Er over schrijven? Dat is onzinnig. Je kunt het niet verklaren, niet begrijpen. […] Ik heb het geprobeerd, maar het werkt niet. De ontploffing van Tsjernobyl gaf ons de legende van Tsjernobyl. Kranten en tijdschriften strijden om wie het meest angstaanjagende stuk kan schrijven. Iedereen leest over paddenstoelen zo groot als een hoofd, maar niemand heeft ze nog gevonden. In plaats van schrijven, moet je registreren. Documenteren. Laat me een fantasyboek over Tsjernobyl zien – er is er niet één! Omdat de werkelijkheid fantastischer is.’

Documenteren is precies wat Aleksijevitsj in haar boek doet. Ze laat tientallen mensen die op de een of andere wijze door de ramp zijn geraakt hun verhaal doen. Het beeld dat zo ontstaat is schrijnend. Het leed haast onvoorstelbaar. Aan het einde van het interview laat ze Shimanskiy verscheidene geruchten voorlezen die hij heeft opgetekend. In de overdrijving komt de tragiek in volle omvang naar voren.

‘Er zijn kampen in de buurt van Tsjernobyl waarin ze iedereen met een hoge stralingsdosis zullen onderbrengen. Ze houden ze daar een tijdje, observeren ze, begraven ze.
    Ze halen de doden uit nabijgelegen dorpen en vervoeren ze met bussen rechtstreeks naar het kerkhof, leggen ze bij duizenden in massagraven. Zoals tijdens het beleg van Leningrad.
    Enkele mensen zagen in de nacht voor de ontploffing naar verluidt een vreemd schijnsel in de lucht boven de centrale. Iemand fotografeerde het zelfs. Op de foto bleek het stoom te zijn, van een buitenaards object.
    In Minsk hebben ze de treinen van binnen en buiten schoongemaakt. Ze brengen de hele bevolking over naar Siberië. Ze knappen de oude barakken uit Stalins tijd al op. Eerst gaan vrouwen en kinderen. De Oekraïners zijn al verhuisd.
    Het was een ongeluk, een aardbeving. Er gebeurde iets binnenin de aarde. Een geologische explosie. Hier waren geofysische en kosmofysische krachten aan het werk. Het leger wist het van te voren, ze hadden iedereen kunnen waarschuwen, maar ze hielden het daar allemaal geheim.
    In de meren en rivieren zwemmen nu snoeken zonder kop of staart. Alleen hun lichamen dolen rond.
    Iets dergelijks overkomt mensen ook gauw. De Wit-Russen veranderen in mensachtigen.
    De dieren in het bos hebben stralingsziekte. Ze zwerven treurig rond, ze hebben bedroefde ogen. De jagers zijn bang en zo met ze begaan dat ze niet durven schieten. Maar de dieren zijn niet langer bang voor de mensen. Vossen en wolven trekken de dorpen binnen en spelen met de kinderen.
    De inwoners van Tsjernobyl krijgen kinderen die geen bloed maar een onbekende gele vloeistof hebben. Er zijn wetenschappers die volhouden dat apen intelligent werden omdat ze vlakbij straling leefden. Binnen drie of vier generaties zijn de nieuwgeborenen allemaal Einsteins. Ze voeren een kosmisch experiment met ons uit …’

Eerder schreef ik hier over dit boek.

Voices from Chernobyl: The Oral History of a Nuclear Disaster, Svetlana Alexievich, Picador, 2006
Wij houden van Tsjernobyl: Een kroniek van de toekomst, Svetlana Aleksijevitsj, Mets & Mets Uitgevers, 2006 (niet langer leverbaar)