Las vanochtend in Joseph Massey’s A New Silence (2019), een dichter die ik momenteel goed pruimen kan, een moderne poète maudit ook, die zichzelf telkens weer te gronde weet te richten. Stilte is zijn thema, verstilling de techniek.

‘Nothing to hear beyond a voice / consuming itself in an alley.’

In het kader van de namenkwestie Sloots/Schut alle kinderen van Hendrik Alofs (1773-1812) en Lammigje Harms Sloots (1773-1849) op een rijtje: Jantien, Harm, Annegien, Alof, Willem, Willemtje & Albertje; edoch:

  • Jantien overleed in 1869 als (meisjesnaam) Jantien Hendriks;
  • Harm overleed in 1846 als Harm Hendriks Sloots;
  • Annegien overleed in 1879 als (meisjesnaam) Annegien Hendriks Sloots;
  • Alof overleed in 1879 als Alof Hendriks Sloots, maar trouwde in 1824 als Schut;
  • Willem overleed in 1863 als Willem Hendriks Sloots, trouwde in 1827 ook als Sloots, maar in 1852 als Schut;
  • Willemtje overleed in 1887 als (meisjesnaam) Willemtje Sloots;
  • Albertje overleed in 1890 als (meisjesnaam) Albertje Hendriks Sloots.

What can I say? Kennelijk wist deze familie geen consensus te bereiken over het aannemen van een en dezelfde achternaam. De keuze voor Hendriks (patroniem vader) of Sloots (achternaam moeder) valt nog te begrijpen, maar Schut vooralsnog niet.

Hypothese: twee van de drie zonen zijn ooit in de veronderstelling geweest dat hun vader de achternaam Schut zou hebben aangenomen áls hij nog wat langer had geleefd.

Heeft Hendrik Alofs, die al op 38-jarige leeftijd zijn hachje erbij inschoot, wellicht broers of zussen gehad die zich aan het begin van de 19e eeuw als Schut hebben laten registreren? Ik graaf verder.

PS Al deze familieleden woonden hun hele leven lang op loopafstand—binnen vijf kilometer—van elkaar.

Uit de huwelijksakte van Alof (Aalf) Hendriks Sloots (Schut), 1824