Mijn leven staat op zijn kop. Omdat ik sinds enige weken weer aan het schilderen geslagen ben. Iets wat ik meer dan twintig jaar niet meer gedaan had, opgegeven had ten faveure van de poëzie. Veel mensen om mij heen, bijna geen van allen poëzieliefhebbers overigens, hebben dat altijd betreurd. Het heeft wel elf dichtbundels opgeleverd, mooie bundels, al zeg ik het zelf. Toch ben ik de beeldende kunst nooit uit het oog verloren: ik ben blijven kijken, heb telkens weer musea bezocht en veel kunstboeken gelezen. Bovendien schilderde mijn vader wél door en ging mijn zoon in tussentijd naar de kunstacademie.

Maar na publicatie van mijn laatste dichtbundel, die naast nieuwe gedichten ook een ruime keuze uit eerder werk bevat, begon het in november jl. plotseling te kriebelen. Er dienden zich geen ideeën aan voor nieuwe gedichten en tijdens wandelingen dwaalden mijn gedachten steeds vaker af naar de jaren waarin ik als een bezetene tekende en schilderde. En steevast eindigde mijn gemijmer met de hardop uitgesproken vraag: ‘Waarom niet?’

Wat nu precies de doorslag heeft gegeven weet ik niet, maar toen we enige weken geleden uit de bioscoop kwamen – we hadden net Final Portrait gezien, over schilder-beeldhouwer Alberto Giacometti – hoorde ik mezelf tegen Hennie zeggen: ‘Ik ga weer schilderen.’ En zo geschiedde. De noviteit? Het is, dankzij mijn zoon, een digitaal penseel geworden, dat me tot nu toe zeer goed bevalt. Ik schilder louter en alleen naar werkelijke objecten en levende natuur, maak dus geen gebruik van foto’s of andermans afbeeldingen. En het is weer fantastisch om te doen! En nee, ik geef het schrijven er niet aan; het moet een én én verhaal worden.

PS Vroeger wilde ik striptekenaar worden. De tekening hieronder maakte ik in de jaren 80.

tekening-4

Na zijn surrealistische periode keerde Alberto Giacometti tegen zijn veertigste, omdat zijn gevoel hem dat ingaf, terug naar het schilderen en beeldhouwen naar de natuur. Hij nam zich daarbij voor een volstrekt eigen stijl te ontwikkelen: zíjn beeld van de realiteit, zíjn kijk op de wereld. Regelmatig liet hij in deze context weten niet in kunst geïnteresseerd te zijn maar in waarheid. Zíjn waarheid uiteraard. Als hij aan een schilderij of beeld werkte, probeerde hij alle schilderijen en beeldhouwwerken te vergeten die ooit het licht hadden gezien. Dat was zijn foefje. Het leidde tot een aarzelende, in onzekerheid rondtastende werkwijze, die we vanaf dan in al zijn kunstuitingen terugvinden; deze vertwijfeling werd zijn handelsmerk en maakte hem wereldberoemd. Het dressoir hieronder schilderde Giacometti in 1957.

img_0011

Van de week zagen Hennie en ik de film Final Portrait, waarin de Zwitserse schilder en beeldhouwer Alberto Giacometti (1901-1966) zijn laatste grote portret schildert. Geoffrey Rush vervult als Giacometti een glansrol. De film is gebaseerd op het boek A Giacometti Portrait, waarin de Amerikaanse kunstcriticus James Lord, die model zat voor dit laatste grote portret, zijn verhaal vertelt van de totstandkoming ervan. Het is 1964. Giacometti schildert Lord in drie weken tijd. De film speelt zich grotendeels af in het kleine Parijse atelier van de Zwitser. Giacometti wordt door Rush neergezet als een innemende bevlogen kunstenaar. Final Portrait heeft grote indruk op me gemaakt. Omdat ik geloof dat Giacometti me nog het een en ander te vertellen heeft over de schilderkunst, heb ik na afloop van de film direct Lords Giacometti: A Biography besteld, dat in 1985 verscheen en waar Lord vijftien jaar aan werkte.

In deze biografie wordt onderstaande foto uit 1909 beschreven, waarop het gezin Giacometti te zien is. Lord vraagt zich af wat de blik zou kunnen betekenen die Alberto en zijn moeder uitwisselen.

5552A7E3-497F-4132-A35E-DD5B87D9FDFA