Tijdens het mediteren vanochtend veranderde mijn hoofd in een bloemknop, die langzaam een beetje openging.

Met veel plezier Onno Bloms vlot en humorvol geschreven Memoires van een biograaf. In de voetsporen van Jan Wolkers (Privé-domein nr. 299, De Arbeiderspers, 2018) gelezen. Wolkers’ fascinatie voor dode dieren is anders dan de mijne. Blom over Wolkers:

‘Alle dode vogels op het strand werden aan nauwkeurig onderzoek onderworpen. Alle bijna dode vogels werden liefdevol verzorgd en van een geschikte naam voorzien voor zij in het duinzand ter aarde werden gesteld. Eén meeuw die hulpeloos naar beneden was komen dwarrelen heette Eddy, naar Eddy Treijtel, de keeper van Feijenoord die bij een uittrap een meeuw uit de lucht had geschoten.’

Voor Wolkers was het onderzoek, de eventuele naamgeving en de begrafenis een reeks handelingen die hem, even maar, dicht bij de vergankelijkheid bracht. Bij wijze van voorproefje van wat ons allemaal te wachten staat. ‘Met zo’n dood beest,’ schreef Wolkers in zijn dagboek, ‘ben je eenzamer dan alleen.’

Met alle opgezette dieren in mijn huis trek ik een lange neus naar de tijdelijkheid: na je dood hóef je niet volledig uit het zicht te verdwijnen.

Begonnen in Tao als water, dat Alan Watts niet meer kon voltooien en in 1975, twee jaar na zijn dood, in het Engels verscheen. In 2016 werd het voor het eerst in het Nederlands uitgebracht, bij Synthese.

Watts, geparafraseerd: Op basis waarvan onderscheiden we de bij van de bloem?

‘De oude filosofie van Tao is een manier om vaardig en intelligent het verloop van de natuur te volgen. Het menselijk leven wordt daarin niet beschouwd als vreemd en vijandig in zijn verhoudingen tot de wereld, maar als integraal aspect van het hele proces.’

Dat ons ervaren volledig aan het moment gebonden is, dat zo kort en vluchtig is, maar anderzijds ook altijd aanwezig, alom present.

Dat het huidige moment en de ervaring ervan in feite identiek zijn.

Dat het bestaan van een onafhankelijke zon – los van mijn gewaarwording ervan – een gevolgtrekking is.

Dat ik mijn gewaarwordingen ben.

Dat we elk moment in het onbekende worden geworpen.

Dat het leven zich telkens weer hernieuwt

en geen verklaring nodig heeft om zichzelf te rechtvaardigen.

(Geparafraseerd uit Alan Watts’ De wijsheid van onzekerheid. Wenken voor een angstige tijd, dat hij 1951 publiceerde.)

Uit Wayne W. Dyers De levende Tao of Alan Watts’ De wijsheid van onzekerheid, die ik beide momenteel lees (de zinsneden hieronder zijn soms wel, soms niet geparafraseerd):

Vooruitgang is bedrog, en dromen over de dag van morgen is niets anders dan een zinloze poging om te ontsnappen aan de pijn en angst van vandaag.

Het leven nemen zoals het is, meer niet.

Dat ons hart voor het eindige, niet het oneindige gemaakt is.

Zoals geld de bederfelijkheid en de eetbaarheid van voedsel niet vertegenwoordigt, zo vertegenwoordigen woorden en gedachten niet de vitaliteit van het leven.

Wat voel je, vraagt Alan Watts, als je nadenkt over het vooruitzicht dat er niets is, dat deze hele toestand enkel een luchtbel is die oplost.

Hij heeft het dan niet alleen over het eigen leven maar ook over het universum als voorbijgaand geheel.

Ik lees Weg van het denken, een verzameling teksten van ‘spiritueel leraar’ Alan Watts (1915-1973) die, zo staat op de achterflap, ‘een van de meest gelezen filosofen van de vorige eeuw’ is en ‘een cultstatus’ geniet.

Ik kende hem niet.

Hij was in elk geval geen begenadigd schrijver. Zijn stijl is stijf en hij grossiert in lege woorden als proces, systeem en model. Maar spirituele wijsheden vragen om beeldende taal.

Enfin, Watts’ remedie tegen angst voor de dood is confrontatie. ‘Je zou dus moeten stilstaan bij het niets. Ik weet,’ zegt hij, ‘dat het moeilijk is erover na te denken, maar het zal gemakkelijker zijn wanneer je onthoudt dat het niets datgene is wat je bent en wat je was voordat je geboren werd. Dit is een uiterst belangrijk punt. Het is het geheim van de hele kwestie.’

En het is moeilijk om over het niets na te denken, zegt hij even later, omdat het niets de verbeelding te boven gaat. ‘Je verbeelding put zichzelf uit wanneer het probeert het zich voor te stellen.’

Tja. Hoe onderzoek je iets wat je niet kent en zich niet laat indenken?

Watts reikt zijn leerlingen in elk geval geen oplossingsstrategieën aan.

Ik zal mijn eigen antwoord moeten formuleren. Wat ongetwijfeld onderdeel is van het hele eiereten.