Tegen vieren wakker, tegen vijven op. Ik had het koud in bed. Omdat het oude beddengoed wat sleets geworden is, proberen we al enkele weken nieuwe dekens en dekkleden uit; maar de juiste samenstelling hebben we nog niet gevonden. Ik draag al 35 jaar geen pyjama meer, maar overweeg nu om er weer eentje aan te schaffen.
      Vroeger droeg iedereen een pyjama. Toen ik aan mijn militaire opleiding begon behoorden ze – je kreeg er twee – tot de standaarduitrusting; ik weet niet of dat nog steeds zo is. Hoewel je tijdens bivak geacht werd alleen je dienstlaarzen uit te trekken en, met het oog op een eventueel alarm, in veldtenue in je slaapzak te kruipen, nam ik ook dán een pyjama mee. Ooit hield ik tijdens een nachtelijk alarm de hele groep op omdat ik als enige mijn volledige veldtenue nog moest aantrekken. Enkele commando’s die ons begeleidden scholden me, terecht en tot hilariteit van anderen, helemaal stijf.

Met W. van gedachten gewisseld over nieuwe lyriek die steekt: hebben we hier een trend te pakken of ontspruit deze ontwikkeling aan onze fantasie? Er komen trefwoorden voorbij als hoogstpersoonlijk en vitaliteit. Holle retoriek is uit den boze.

Het allerlaatste maal dat Hitlers kokkin in de Führerbunker voor haar baas bereidde, zo lees ik in de krant, ‘bestond uit aardappelpuree en spiegeleieren.’ Was er niets anders meer? Of wist hij toen nog niet dat het zijn laatste maal zou zijn? Of was dit écht zijn lievelingskostje? Vragen, vragen.

Muziek vandaag: Postcard from the Badlands, instrumentale debuutplaat van de nieuwe, gelijknamige postrockband uit Seattle; alsof je door melancholische heuvelachtige landschappen zwerft. Ik associeer deze soort muziek, bemerk ik, toch vaak met landschappen, waar anderen ongetwijfeld totaal andere associaties hebben.
      Wat heb ik toch met landschappen? Ik herinner me ze vaak ook beter dan de bewoners die erbij horen.