Van der Graaffs Wormen en engelen doet me aan mijn eigen religieuze verleden denken, dat niet veel om het lijf heeft gehad. Zowel mijn vader als moeder is van katholieke huize. Hun huwelijk is nog wel bezegeld in het bijzijn van God, maar daarna hield mijn moeder de kerk voor gezien. Mijn vader heeft zijn overtuiging iets langer aangehouden. Tot zijn moeder, die diep gelovig was, overleed.

Mijn lagere school in Den Haag was verbonden met de Allerheiligst Sacramentskerk aan de Sportlaan. Aan het begin van de vierde klas, ik was negen, werd ik met een misdienaarsreisje tot het misdienaarsschap gelokt. Ik heb het een jaartje volgehouden. Trouwpartijen en begrafenissen waren het leukst om te doen. Daar waren twee misdienaars voor nodig. Vaak kreeg je aan het einde van zo’n mis een dubbeltje of een kwartje in je hand gedrukt. Soms stalen we hosties uit de blikken hostietrommels; ik vond de bruine het lekkerst. Onze kapelaan heette Simonis, die niet veel later tot bisschop van Rotterdam werd benoemd.

Na het misdienaarsreisje, dat naar Diergaarde Blijdorp ging, hield ik het voor gezien. Omdat ik inmiddels te veel andere interesses gekregen had. Maar van wierook heb ik nooit echt afscheid kunnen nemen. En de laatste tijd luister ik vaker dan voorheen naar sacrale muziek. Arvo Pärt o.a.

Allerheiligst Sacramentskerk, Den Haag, 2012 © Ton van ‘t Hof