Ik neem foto’s op het gevoel. Lang heb ik gedacht dat schoonheid steeds voor de prikkeling zorgde, die aanzette tot het schieten van het plaatje. Maar ik twijfel de laatste tijd. Hoe langer ik naar mijn werk kijk, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat het schone wel een rol vervult, maar niet de voornaamste. Die is weggelegd voor iets anders, maar wat?

Waar zoekt mijn gevoel naar? Wat wil het vastleggen, waar getuige van zijn?

Behalve op familiekiekjes tref je op mijn foto’s zelden mensen aan. Ik hoef ze er niet bij te hebben. Alles wat we tegenwoordig zien is al door de mens aangeraakt, regelmatig met onzalige gevolgen. Ik stoor me te vaak aan de mensheid.

Vanmiddag las ik in een essay van Jean-Luc Nancy over portretteren iets wat ik met betrekking tot mijn fotografie herkende, drie woorden die Nancy in een totaal ander verband gebruikte: ‘terugkeer naar zichzelf’. Het had iets van een aha-erlebnis. Misschien gun ik stad en land wel een terugkeer naar zichzelf, mogen zij zich in mijn shots loszingen van hun functies en hoeven niets meer te doen dan er simpelweg te zijn.

Ze zo afbeelden dat ze daartoe ook de gelegenheid krijgen, dat is de kunst.

Zoiets. Vooralsnog.

Jan Luykenstraat, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Over de zorg voor zichzelf (4)

De derde en laatste tekst betreft een vraaggesprek met Foucault:

Is ethiek dat wat in het onderzoeken van zichzelf, in de zorg voor zichzelf, verwezenlijkt wordt?

[…] Ik geloof dat men zich bij de Grieken en de Romeinen – vooral bij de Grieken – met zichzelf bezig moest houden om zich goed te gedragen en de vrijheid naar behoren in praktijk te brengen. Men moest voor zichzelf zorg dragen, zowel om zichzelf te leren kennen – de meest gangbare interpretatie van het gnothi sauton (ken jezelf) – als om zichzelf vorm te geven, boven zichzelf uit te stijgen en de lusten te beheersen die je dreigen mee te slepen. […] Gedurende acht grote eeuwen van de Oudheid is de zorg om de vrijheid een wezenlijk en voortdurend probleem geweest. Men vindt er een hele ethiek die om de zorg voor zichzelf draait, en die verleent de klassieke ethiek haar bijzondere karakter. Ik zeg niet dat die ethiek neerkomt op zorg voor zichzelf, maar dat ethiek in de Oudheid als weldoordachte vrijheidspraktijk om dit fundamentele gebod draaide: “draag zorg voor jezelf”.

Een gebod dat het zich eigen maken van Logoi, waarheden, impliceert?

Uiteraard. Men kan geen zorg voor zichzelf dragen zonder kennis. Zorg voor zichzelf bestaat natuurlijk uit zelfkennis – dit is het socratisch-platoonse aspect –, maar het houdt ook kennis in van een aantal gedragsregels of principes die tegelijkertijd waarheden en voorschriften zijn. Zorg voor zichzelf dragen betekent zich met deze waarheden toerusten: op dit punt is ethiek met het waarheidsspel verbonden.’

Zorgdragen voor jezelf omvat dus ook: het ontwerpen van een eigen levensstijl en een eigen moraal, als grondslagen voor een eigen manier van zijn en een eigen manier van handelen.

’Vrij zijn betekent dat men geen slaaf is van zichzelf en van zijn lusten, wat impliceert dat men jegens zichzelf een bepaalde verhouding van beheersing of heerschappij instelt.’

Over de zorg voor zichzelf deel 1, deel 2 & deel 3.

Over de zorg voor zichzelf (3)

‘Wat ben ik?’ is een objectiverende vraag, waarin ‘ik’ objectief – zich bepalend tot de feiten, niet beïnvloed door eigen gevoel of door vooroordelen – wordt voorgesteld of beschouwd.

‘Objectiveren’ heeft in het Nederlands geen antoniem.

In de vraag ‘Wie ben ik?’ wordt ‘ik’ subjectief – betrekking hebbend op, uitgaand van de persoonlijke zienswijze of smaak – voorgesteld of beschouwd.

De staat is geïnteresseerd in wat, niet wie, je bent. Omdat je staatsburger bent. Omdat je belastingplichtige bent. Omdat je verkeersregels kan overtreden. Et cetera.

De meeste individuen zijn geïnteresseerd in wie zij zijn; de vraag naar wat je bent zul je niet zo snel aan jezelf stellen. Toch kan die vraag bijdragen aan zelfinzicht. Hij dwingt je om van buitenaf naar jezelf te kijken, naar wat eigen aan je is als een persoon die beschouwd of behandeld wordt als een object.

Zo ben ik, onder andere, een gewezen militair die met functioneel leeftijdsontslag is en als zodanig nog enkele jaren aanspraak heeft op een uitkering.

Dit antwoord leidt tot nieuwe vragen: Ben ik momenteel, in de huidige situatie, nog van nut voor de staat? Of voor de gemeenschap? Zijn staat en gemeenschap hier synoniem aan elkaar?

Ik ben en blijf een denkend wezen.

(Aantekeningen naar aanleiding van de tweede tekst, Individualisering door politieke technologieën, in Breekbare vrijheid: De politieke ethiek van de zorg voor zichzelf, Michel Foucault, Boom/Parrèsia, ed. 1998.)

Over de zorg voor zichzelf deel 1 & deel 2.