Fietste, omdat dat goed is voor lichaam, geest en milieu, in stromende regen en bij windkracht vier op en neer naar Dokkum, voor een echo van een van mijn speekselklieren, waarin vermoedelijk een of meerdere minuscule speekselsteentjes zitten. Op de echo viel niets te zien, niets verontrustends in elk geval. Maar, zei de radioloog, we kunnen niet alles met de echo waarnemen.

‘Zoals gruis aan de binnenkant, bijvoorbeeld,’ zei de assistente.

Onderweg: grutto op een meter over mijn hoofd, in duikvlucht, in de aanval.

Goochelde opnieuw een paar uur met de riolering: langs welke bochten sluiten we in godsnaam twee toiletten en een douche op de nieuwe pvc-buis naar buiten aan?

De tekening van de dag betreft een uitzicht op de Atlantische Oceaan vanaf Tregonhawk Cliff, Cornwall, waar we twee jaar geleden, precorona, vertoefden.

Tregonhawk Cliff, Cornwall, 2021 © Ton van ’t Hof

Herlas in Benders onlangs verschenen verzamelde werk, Traktaat van de Zon, de bundel Sauseschritt, waarover ik in 2015 het volgende schreef:

‘Ergens in Sauseschritt geeft Martinus Benders een rake omschrijving van wat hij als dichter doet: baantjes trekken door de taal. En het is een genot om naar hem te kijken: met gracieuze slagen volbrengt hij schijnbaar moeiteloos een marathon; Sauseschritt telt ruim honderdvijftig bladzijden. Taal is Benders’ ding. Hij zet haar soepel in voor al zijn gemoedstoestanden en geeft haar grootmoedig en veelvuldig de vrije teugel, wat meer dan eens een parel van een gedicht oplevert. Ik heb om Sauseschritt gelachen en gehuild, de bundel in de hoek gesmeten en al kussend onder mijn kussen gelegd; Sauseschritt is Benders op z’n best.’

Woorden waar ik nog altijd achter sta. Twee gedichten uit deze bundel:

Ondanks de regen enkele uren in de tuin gewerkt: gesnoeid, woekerend onkruid verwijderd, geveegd, geharkt, vijver schoongemaakt.

Onder de lunch zongen de vogels, over de werelden waar zíj van dromen.

Later een fleurige herinnering aan een vakantie in Zuidwest-Engeland, precies twee jaar geleden, omgezet in bits en bytes: het huisje op de klif, de doornstruiken, de naburen, verdwijnend in dat passende perspectief.

Pakte op een christelijke tijd een Weissbier, eentje maar

(op moment van schrijven).

Treninnow Cliff, Cornwall, 2021 © Ton van ’t Hof

Ik geloof dat de digitalisering van verf, kwasten, doek en papier de volgende revolutie is binnen de schilderkunst, na die van de tube.

De mogelijkheden zijn ongekend.

Wat me ook door het hoofd ging: kritisch journalistiek onderzoek & de poëziewereld; ik wist nog niet wat ik er van moest denken.

Een achterhaald idee?

In Dokkum kochten we een vloerkleed, twee raspatatjes oorlog met ui, een bamischijf en een Kwekkeboom kroket met mosterd uit Dijon.

Paesens, 2021 © Ton van ’t Hof

Zat hoofdzakelijk binnen vandaag: rusteloos weer, rusteloos hoofd & lusteloos lichaam.

Aan het einde van de middag bereikte mijn ergernis over het pokkenweer haar dieptepunt; het grote spook van de klimaatverandering.

Toverde vervolgens maar zelf de zon tevoorschijn, het wad bestralend; als het bedrieglijk tijdloze, mythische landschap van de prentbriefkaart.

Met de vooruitgang werd ook de catastrofe uitgevonden.

Het wad bij Wierum, 2021 © Ton van ’t Hof

Wandelde van Oosternijkerk naar Paesens en weer terug en zag onderweg, in een aardappelveld, twee fazanten dansen.

Dacht aan Rutte als een poreuze constructie.

Een wendbare boerenzwaluw.

Eurovisie Songfestivalliedje.

Mijn voorgenomen glas witte wijn werd steeds groter.

Versprak me vervolgens tijdens het avondeten, zei guile ei in plaats van gele ui.

Paesens, 2021 © Ton van ’t Hof

Voorkant schuur afgetimmerd, nu nog een likje verf.

Het lijf? Geen centje pijn.

Op een vinger na dan, die paarsblauw is (klassieke misslag met hamer).

In de brievenbus: een tweedehands exemplaar van Tomas Lieskes prijswinnende bundel Hoe je geliefde te herkennen (2006).

Mijn geliefde herkende ik spoorslags (1986).

‘Soms kans op opklaringen,’ las ik vanochtend in een weerbericht en schoot in de lach om zo veel omzichtigheid.

Luisterde naar een literaire podcast en schoot bij het antwoord van een universitair docent opnieuw in de lach:

‘Waarom waarom vind ik zijn poëzie zo adembenemend? Zijn teksten zijn gedichten lezen in eerste instantie heel toegankelijk heel concreet ook hè als hij het heeft over ja onnadrukkelijk over die die vrouw met wie-ie leeft of wat-ie heeft gedaan of wat-ie niet heeft gedaan over de plekken waar-ie woont heel zonder opsmuk zonder moeilijke beelden zonder experimentele vormen lastige woorden dus niet een Sylvia Plath die met een thesaurus op haar schoot weer een ander woord zoekt overigens niets ten nadele van Sylvia Plath en hij heeft ooit in een interview in een in een essay een een kritisch essay heeft-ie geschreven dat een goed gedicht voor hem écht is nou ja dat is misschien roep je dan dat is een cliché maar wat hij bedoelde is dat hij het moest kunnen geloven dat het voor hem en dat is écht heel wezenlijk hij noemt alles de dingen de plekken de de de de stenen op de weg die hij ziet de huizen waar hij woont bij bij de naam juist door alles alle opsmuk daaromheen weg te laten laat hij in feite zien hoe onbereikbaar en hoe onbevattelijk alles om hem heen is om het even anders te zeggen hoe groot het mysterie is en dat is dus het paradoxale van die poëzie dat hij hij wil daarmee door als het ware een geërodeerde vorm van taal te brengen die uitgekleed is zoals de kale rotsen waar hij woont in Griekenland juist daardoor kan hij kan hij het beste of of het dichtst bij het wezen van de wereld of het leven liefde doods afscheid komen dus de grote thema’s.’

Ik hoor geregeld een podcast, maar luister zelden. Ze dienen vooral als achtergrondgebabbel, waarbij ik me goed op andere zaken kan concentreren. Ik heb niet het idee dat ik veel mis.

Klaarde het me daar in de loop van de middag toch nog op! Aan de wandel dus.

Ferwert, 2021 © Ton van ’t Hof

De dag als constellatie.

Toestand.

Wederom niets dan grauwe wolken boven het hoofd.

De kleur geel vergoedde veel.

Bij het kopje thee ’s avonds een vrachtlading aan chocolade.

Reduzum, 2021 © Ton van ’t Hof

Vijf jaar geleden vierden we om deze tijd vakantie aan de baai van Napels. Veel mooier kan een omgeving niet worden, laat staan aardiger.

‘Ik ontwaar in dat volk een uiterst alerte en vindingrijke ijver, niet om rijk te worden, maar om zonder zorgen te leven’, schreef Goethe over de Napolitanen.

Het Napolitaanse geheim: mijd het definitieve, vastomlijnde.

Niets blijft zichzelf. Ook schuren niet.

‘Het begrenzen van de groei moet het overwinnen van ecologische en sociale schade gaan heten.’ – Maja Göpel in Onze wereld nieuw denken

Wow, kreeg een directe van het tweede prikje en lag uitgeteld op de bank.

Sliep wat, dacht wat.

Vroeg me af wat ik mínder zou moeten doen? Niet meer, maar minder. Neus peuteren is er eentje, vlees eten een andere. Gas en elektra verbruiken (maar daar wordt aan gewerkt). Geduld verliezen. En anderen over de tong halen. Enzovoort en zo verder.

Not-to-dolijst.