Er stond veel wind en er kwam regen aan. Toch besloot ik vanochtend om naar Oudega te rijden. Volgens mijn weerapp had ik een uur voor een wandeling en een half uur voor een sfeerimpressie eer de eerste buien zouden overtrekken. En dat klopte precies. Toen ik weer instapte vielen de eerste druppels. Het huis hieronder ligt eenzaam aan het Ouddiep, ten zuiden van Oudega.

C4000A6B-704D-4C15-9381-C35FA1EFAB7D
Ochtend in januari ten zuiden van Oudega, 2018 © Ton van ’t Hof

Eerste outdoor painting: de Dokkumer Ee bij Lekkum, omstreeks 10.00 u. Een mislukking, dat wel. Met name qua kleur: het groen te groen, het geel te geel; het was er veel grijzer. Toch veel van geleerd. Bovenal: ik moet beter kíjken. En ook: hete thee mee in een thermoskan; het was verdomd koud!

6FE9A057-14FD-4468-A1B5-EAD1DE0B5548
Dokkumer Ee bij Lekkum, 2018 © Ton van ’t Hof

Mijn leven staat op zijn kop. Omdat ik sinds enige weken weer aan het schilderen geslagen ben. Iets wat ik meer dan twintig jaar niet meer gedaan had, opgegeven had ten faveure van de poëzie. Veel mensen om mij heen, bijna geen van allen poëzieliefhebbers overigens, hebben dat altijd betreurd. Het heeft wel elf dichtbundels opgeleverd, mooie bundels, al zeg ik het zelf. Toch ben ik de beeldende kunst nooit uit het oog verloren: ik ben blijven kijken, heb telkens weer musea bezocht en veel kunstboeken gelezen. Bovendien schilderde mijn vader wél door en ging mijn zoon in tussentijd naar de kunstacademie.

Maar na publicatie van mijn laatste dichtbundel, die naast nieuwe gedichten ook een ruime keuze uit eerder werk bevat, begon het in november jl. plotseling te kriebelen. Er dienden zich geen ideeën aan voor nieuwe gedichten en tijdens wandelingen dwaalden mijn gedachten steeds vaker af naar de jaren waarin ik als een bezetene tekende en schilderde. En steevast eindigde mijn gemijmer met de hardop uitgesproken vraag: ‘Waarom niet?’

Wat nu precies de doorslag heeft gegeven weet ik niet, maar toen we enige weken geleden uit de bioscoop kwamen – we hadden net Final Portrait gezien, over schilder-beeldhouwer Alberto Giacometti – hoorde ik mezelf tegen Hennie zeggen: ‘Ik ga weer schilderen.’ En zo geschiedde. De noviteit? Het is, dankzij mijn zoon, een digitaal penseel geworden, dat me tot nu toe zeer goed bevalt. Ik schilder louter en alleen naar werkelijke objecten en levende natuur, maak dus geen gebruik van foto’s of andermans afbeeldingen. En het is weer fantastisch om te doen! En nee, ik geef het schrijven er niet aan; het moet een én én verhaal worden.

PS Vroeger wilde ik striptekenaar worden. De tekening hieronder maakte ik in de jaren 80.

tekening-4

‘In our age, the mere making of a work of art is itself a political act. So long as artists exist, making what they please and think they ought to make, even if it is not terribly good, even if it appeals to only a handful of people, they remind the Management of something managers need to be reminded of, namely, that the managed are people with faces, not anonymous numbers, that Homo Laborans is also Homo Ludens.’ – H.W. Auden in The Dyer’s Hand, 1962

Hennie’s oudmoeder, Fokje Jouws Hiemstra, was 21 toen ze in 1807 trouwde met de 25-jarige Pieter Gosses de Boer uit Sint Jacobiparochie, twintig kilometer ten noordwesten van Leeuwarden. Niet lang daarna kwam dochter Grietje ter wereld, waarna ze nog zes kinderen zouden krijgen. Ze woonden lange tijd in Sint Jacobiparochie, waar Pieter het beroep van wolkammer uitoefende. Hij kamde ruwe wol tot glad vezelgaren, dat daarna door een wolspinner tot een draad ineengedraaid werd. Pieter zal er niet rijk van zijn geworden, maar kon er blijkbaar een flink gezin van te eten geven. In 1821 of 1822 verhuisden ze naar Sint Annaparochie, even verderop, waar Pieter als ‘werkman’ aan de slag ging. Wellicht had een mechanische kammachine hem beroofd van zijn eerdere baantje.

In februari 1825 werd Noord-Nederland getroffen door ernstige overstromingen. Als gevolg hiervan braken ziekten als de pokken en malaria uit, die Friesland en Groningen enige jaren zouden blijven teisteren. Sint Annaparochie ligt niet ver van de waddendijk. Fokje overleed, net 41 jaar oud, op 20 januari 1827 en Pieter, dan 45, aanvaardde drie weken later de grote reis. Hoewel de doodsoorzaak onbekend is, acht ik het goed mogelijk dat ze beiden aan de pokken of malaria zijn bezweken.

1132B29B-A6A5-4270-AA53-74E7ACEC5AC3