Op zoek naar het beste boek van de wereld. Als ik deze zin om en om draai dringen zich allerlei vragen aan me op. Buiten is het onstuimig. Het beste boek van de wereld. Uiteraard naar mijn smaak. En binnen mijn mogelijkheden; zo ben ik, bijvoorbeeld, maar een paar talen machtig. Ja, dat boek zou ik nog wel willen lezen voor ik de pijp aan Maarten geef. Maar hoe vind ik dat?

Tjonge, wat kan een mens toch op gekke ideeën komen! Maar deze zet ik niet direct bij het grofvuil.

Oké. Vooruit dan: ik ben een controlfreak. Geen extreem geval, maar toch eentje die een behoorlijk aantal onzekerheden wil uitbannen. Omdat ik niet graag iets kwijtraak, geef ik veel dingen een vaste plaats. Omdat ik overzicht wil blijven houden, structureer ik onophoudelijk zaken.

Deze ordentelijkheid strekt zich ook tot mijn boekenkast uit: ik rangschik boeken op auteursnaam, niet op genre, en volgens de letters van het alfabet. Op een van de laatste planken ligt een ongeordend stapeltje lectuur: de boeken die nog gelezen moeten worden.

Nu ik na enige maanden afwezigheid weer bij Goodreads terugben, heb ik grote drang om deze ongelezen lectuur op mijn Want-to-Read-lijstje te zetten. Verzet hiertegen heeft, weet ik, geen enkele zin. Daar word ik alleen maar ongedurig van. Dit zijn ze dan:

  • Adder onder adders: Mijn jeugd tijdens de Russische revolutie, Victor Alexandrov, De Arbeiderspers, 1966
  • T as in Thether, David Bromige, Chax Press, 2002
  • Flarf: An Anthology of Flarf, red. Drew Gardner e.a., Edge, 2017
  • Vet hart, Koenraad Goudeseune, Bokeh, 2016
  • De stem op de 3e etage, Gerrit Kouwenaar, Querido, 1960
  • 21 Poems, George Oppen, New Directions, 2017
  • The Selected Letters of George Oppen, red. Rachel Blau DuPlessis, Duke University Press, 1990
  • Verder struinen op IJsland, Ruud Schaafsma, eigen beheer, 2016
  • Gelatenheid, Wilhelm Schmid, De Bezige Bij, 2015
  • Monet or the Triumph of Impressionism, Daniel Wildenstein, Taschen, 2010
  • Walking the Himalayas, Levison Wood, Hodder & Stoughton, 2017

In Laurens Hams debuutbundel Mijn grote schuld (Wereldbibliotheek, 2017) is een reeks gedichten opgenomen over de overwintering van Willem Barendsz en zijn bemanning in 1596-1597 op Nova Zembla. Bij het schrijven ervan heeft Ham zich o.a. laten inspireren door een brief die in 1672 door Engels kapers op een Nederlands schip werd buitgemaakt. Onder elk gedicht valt een fragment uit deze brief te lezen. ‘s Winters kan het gemakkelijk twintig tot dertig graden vriezen op Nova Zembla. Het moet steenkoud zijn geweest in en om het uit drijfhout opgetrokken Behouden Huys. Het kot had geen ramen en werd verwarmd met een open vuur. Met het spelen van spelletjes probeerde men de honger en wanhoop nog wat weg te dringen. In onderstaand gedicht geeft Ham deze hachelijke situatie trefzeker weer. De zwarte vingers van Barentsz zijn ook nog een vingerwijzing naar zijn naderende dood. Brrr.

Uit: Mijn grote schuld, Laurens Ham, Wereldbibliotheek, 2017