Oudgrootvader, ik had er nog nooit van gehoord. Maar Jelle Broers Brandsma is Hennie’s oudgrootvader. Er zitten zes generaties tussen hen in. Hij werd omstreeks 1753 geboren in Finkum, Feinsum in het Fries, een gehucht dat tien kilometer ten noorden van Leeuwarden ligt. Soms fietsen we er langs of doorheen. Een kerk en nog geen vijftig huizen. Vroeger woonden hier monniken en een rijke familie, die veel grond bezaten. En er stond een state, waar knechten werkten. Wie weet Jelle Broers wel. Ik heb drie beroepen van hem kunnen achterhalen: koemelker, arbeider en gaardenier.
     Zou er over twee- of driehonderd jaar ook iemand in míjn verleden wroeten? Als de wroeter dan nog toegang zou hebben tot mijn WordPress- of Facebookberichten, dan zou hij of zij weten hoe ik er anno 2017 uit zag en wat ik toen zoal deed en dacht! Van Jelle Broers is nauwelijks meer iets bekend. Enkele feitjes nog: dat hij in 1780 met Hiltje Johannes trouwde, en met haar een zootje kinderen kreeg, om vervolgens in 1826, op 73-jarige leeftijd te sterven, in Stiens, niet ver vanwaar hij geboren werd. O ja, hij en zijn kinderen en kleinkinderen namen in 1811, toen het dragen van een familienaam verplicht werd, de naam Brandsma aan, ook wel Brantsma geschreven. Helaas geen woord over het hoe en waarom.

Vanmiddag is Jeroen van den Heuvel langs geweest. Aangenaam gesprek over Ooteoote o.a. en het uitgeven van poëzie.

Korenvelden bij Finkum, Dirk Beintema, 2014, 70 x 80 cm, olieverf op doek

Om 06.00 u. sta ik op. De houtzagerij naast me is dan al enige tijd in bedrijf. Ik heb enkele uren liggen woelen, verhaallijnen voor dit logboek bedacht. Tussendoor ben ik nog minstens eenmaal in slaap gevallen, want ik herinner me een droom waarin Lien, een van onze poezen, van grote hoogte naar beneden viel. Ik vond haar op een of andere trap terug, half kaal en bebloed.

Een van de verhaallijnen betreft een verzameling waarvan mijn vader en moeder aan het hoofd staan: de familie Van ‘t Hof/Leupen. Ik heb twee zussen en we zijn alle drie getrouwd. Samen hebben we zeven kinderen, van wie er momenteel vier hokken. Een van hen, het oudste kleinkind van mijn ouders, heeft inmiddels zelf ook alweer drie kids. Zo bestaat de verzameling Van ‘t Hof/Leupen momenteel, inclusief partners, uit 22 elementen. Zowel de bestudering van het onderlinge verband als elk element afzonderlijk kan mooie verhalen opleveren; deze verzameling is voor mij als schrijver een goudmijn.
     Mijn zoon Tim, die volgende maand 31 wordt, klessebeste gisteren met zijn licht dementerende oma. Naast hem zat zijn iets oudere neef Marco, met wie hij het goed kan vinden. Plotseling boog oma zich voorover en vroeg: ‘Kennen jullie elkaar?’ Mijn moeder vat nog wel de verticale banden binnen onze familie, maar heeft steeds meer moeite met de horizontale.

Buiten is het koud en nat. Toch even de metropolis Frisiae in, voor een frisse neus en boodschappen; vanavond wordt het een stoofpotje van varkensvlees en malse veldertjes.

Oliver Sacks in De rivier van het bewustzijn: ‘Het is een schokkende gedachte dat een deel van onze meest gekoesterde herinneringen nooit hebben plaatsgevonden, of dat ze iemand anders zijn overkomen.’

Emmakade, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Deze maand zijn mijn ouders zestig jaar getrouwd, vandaag vieren we dat. Alleen met kinderen met aanhang; pa & ma worden per slot van rekening al een dagje ouder. Ik geloof dat ze kunnen terugkijken op een redelijk gelukkig huwelijk met, uiteraard, ups en downs. De afgelopen jaren, waarin de lichamelijke gebreken toenamen en ze ook nog eens moesten verhuizen, waren niet de meest gemakkelijke. Ik heb momenten van verwijdering gezien die ik nooit zelf hoop mee te maken. Die momenten zitten me dwars. Ik kan ze alleen begrijpen als ik ze wijt aan een zekere mate van kindsheid. Vuur in hun ogen doet me pijn. Oud en wijs, jawel, maar tot op zekere hoogte.
     Enfin, hoe dan ook, het was een geanimeerd feest.

Aanwinsten:

  • Het verhaal, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 1986, 2e-hands, € 5,20;
  • Een bevrijding, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 1991, 2e-hands, € 8,25;
  • Nog in morgens gemeten: Nieuw Herwijns dagboek, Koos van Zomeren, Privé-domein nr. 261, De Arbeiderspers, 2006, 2e-hands, € 17,50.

De dag begint níet goed. Op het strand van het Siberische eiland Wrangel scheuren ijsberen een dode walvis aan stukken. Ze barsten van de honger, kunnen door het uitblijven van het ijs niet van het kale eiland af om op zeehonden te jagen. Ik tel bijna zeventig ijsberen op de krantenfoto. Er zitten veel moeders met jongen bij. Vanwege de opwarming komt het ijs tegenwoordig een maand later aan om zich vervolgens een maand eerder weer terug te trekken. De Wrangelse ijsberen hebben dus twee maanden minder tijd om zich te verdikken. Dat eist slachtoffers. En ik voel me daar medeverantwoordelijk voor.
     Ja, medeverantwoordelijk. Nee, ik ben niet zwaarmoedig. Realiseer me overigens dondersgoed dat ik voor dit soort zielenroerselen tijd heb omdát ik geen kopzorgen heb over het eten op tafel, de kleren aan mijn lijf en het dak boven mijn hoofd. Wat ík aan die opwarming doe? Mijn footprint op deze aardkloot steeds kleiner maken.

Als ik onze walnotenboom vorig jaar had gesnoeid, dan had ik nu niet zulke halsbrekende toeren hoeven uithalen. Hennie houdt de ladder vast terwijl ik op dakgoothoogte takken snoei. Hij heeft het dit jaar wél goed gedaan: ca. twee kilo walnoten, die Hennie, onder mijn ogen, zomaar cadeau doet aan buurman Julius; hé hó!

Na een kop snert toch nog even op de fiets geklommen voor een rondje Wyns. Het weer, waarbij zon en buien elkaar afwisselen, is té mooi voor een wolkenspotter als ik.

Wyns, 2017 © Ton van ‘t Hof