Voorkant schuur afgetimmerd, nu nog een likje verf.

Het lijf? Geen centje pijn.

Op een vinger na dan, die paarsblauw is (klassieke misslag met hamer).

In de brievenbus: een tweedehands exemplaar van Tomas Lieskes prijswinnende bundel Hoe je geliefde te herkennen (2006).

Mijn geliefde herkende ik spoorslags (1986).

‘Soms kans op opklaringen,’ las ik vanochtend in een weerbericht en schoot in de lach om zo veel omzichtigheid.

Luisterde naar een literaire podcast en schoot bij het antwoord van een universitair docent opnieuw in de lach:

‘Waarom waarom vind ik zijn poëzie zo adembenemend? Zijn teksten zijn gedichten lezen in eerste instantie heel toegankelijk heel concreet ook hè als hij het heeft over ja onnadrukkelijk over die die vrouw met wie-ie leeft of wat-ie heeft gedaan of wat-ie niet heeft gedaan over de plekken waar-ie woont heel zonder opsmuk zonder moeilijke beelden zonder experimentele vormen lastige woorden dus niet een Sylvia Plath die met een thesaurus op haar schoot weer een ander woord zoekt overigens niets ten nadele van Sylvia Plath en hij heeft ooit in een interview in een in een essay een een kritisch essay heeft-ie geschreven dat een goed gedicht voor hem écht is nou ja dat is misschien roep je dan dat is een cliché maar wat hij bedoelde is dat hij het moest kunnen geloven dat het voor hem en dat is écht heel wezenlijk hij noemt alles de dingen de plekken de de de de stenen op de weg die hij ziet de huizen waar hij woont bij bij de naam juist door alles alle opsmuk daaromheen weg te laten laat hij in feite zien hoe onbereikbaar en hoe onbevattelijk alles om hem heen is om het even anders te zeggen hoe groot het mysterie is en dat is dus het paradoxale van die poëzie dat hij hij wil daarmee door als het ware een geërodeerde vorm van taal te brengen die uitgekleed is zoals de kale rotsen waar hij woont in Griekenland juist daardoor kan hij kan hij het beste of of het dichtst bij het wezen van de wereld of het leven liefde doods afscheid komen dus de grote thema’s.’

Ik hoor geregeld een podcast, maar luister zelden. Ze dienen vooral als achtergrondgebabbel, waarbij ik me goed op andere zaken kan concentreren. Ik heb niet het idee dat ik veel mis.

Klaarde het me daar in de loop van de middag toch nog op! Aan de wandel dus.

Ferwert, 2021 © Ton van ’t Hof

De dag als constellatie.

Toestand.

Wederom niets dan grauwe wolken boven het hoofd.

De kleur geel vergoedde veel.

Bij het kopje thee ’s avonds een vrachtlading aan chocolade.

Reduzum, 2021 © Ton van ’t Hof

Vijf jaar geleden vierden we om deze tijd vakantie aan de baai van Napels. Veel mooier kan een omgeving niet worden, laat staan aardiger.

‘Ik ontwaar in dat volk een uiterst alerte en vindingrijke ijver, niet om rijk te worden, maar om zonder zorgen te leven’, schreef Goethe over de Napolitanen.

Het Napolitaanse geheim: mijd het definitieve, vastomlijnde.

Niets blijft zichzelf. Ook schuren niet.

‘Het begrenzen van de groei moet het overwinnen van ecologische en sociale schade gaan heten.’ – Maja Göpel in Onze wereld nieuw denken

Wow, kreeg een directe van het tweede prikje en lag uitgeteld op de bank.

Sliep wat, dacht wat.

Vroeg me af wat ik mínder zou moeten doen? Niet meer, maar minder. Neus peuteren is er eentje, vlees eten een andere. Gas en elektra verbruiken (maar daar wordt aan gewerkt). Geduld verliezen. En anderen over de tong halen. Enzovoort en zo verder.

Not-to-dolijst.

Las een geestdriftig pleidooi voor een wederkeer van het cynisme onder ‘schrijvers en intellectuelen’: ‘de cynicus waarschuwt tegen vals geloof, tegen bedrog in de vorm van ideologieën die in feite onderdrukking en zelfverrijking maskeren, of die nu van links of van rechts komen’.

Ik wist niet dat het cynisme onder schrijvers en intellectuelen verdwenen was, maar ben hoe dan ook tegen.

Schrijvers dienen zich niets te laten aanprijzen.

Rare categorisering, eigenlijk: ‘schrijvers en intellectuelen’.

Gelukkig zeikt het, bij windkracht vier, weer eens.

Zit in een sukkelstraatje, al enkele weken lang, zonder aanwijsbare oorzaak. Gelukkig komt er warmer weer aan.

Fietste vanochtend in een koelkast op en neer naar Dokkum.

Verstook al anderhalve maand lang hout van de wintervoorraad 2021/22.

Godsamme wat is het koud!

Het rooien van vijfentwintig half kale thuja’s vorige week heeft (1) hout voor de winter 2022/23 opgeleverd en (2) een gat in onze terreinafscheiding geslagen. Om dat gat op te vullen hebben we leilindes aangeschaft, die vanmiddag werden gebracht. Je kapt wat, je plant wat

Probeerde op het tekenvlak nieuwe dingen uit en gaf het resultaat de titel ‘Gebed’ mee.

Gebed, 2021 © Ton van ’t Hof

Bladerde door Traktaat van de zon. Verzamelde gedichten 1996-2021 van M.H.H. Benders, ruim zevenhonderd pagina’s dik.

Hij stuurde me het lijvige boekwerk wellicht met het oog op een recensie toe.

Enkele van zijn gedichten staan op mijn all-time favourites lijstje.

Vroeg me af of ik Benders’ oeuvre zou willen overpeinzen, wegen? En zo ja, vanuit welke invalshoek?

1,3 kilo papier; waar haal ik de tijd vandaan?

Begon toch te lezen.

Kunstschilder Henri Matisse (1869-1954) was, las ik in een van zijn biografieën, geen vrolijke Frans maar een somberaar. Toch heeft hij geen zwaarmoedig oeuvre nagelaten. Wel veranderde hij vaak van stijl, experimenteerde dat het een lieve lust was. Ook wisselen zijn schilderijen nogal van kwaliteit. Uit zijn nagelaten werk valt, vind ik, eerder een wispelturige persoonlijkheid af te lezen.

Onderstaand portret tekende ik naar een zwart-witfotootje uit de beginjaren dertig.

Henri Matisse, 2021 © Ton van ’t Hof

Heel en afgerond; geenszins ik.

Aan de andere kant, zeg nou zelf: een gladjes verlopend leven is toch een lullige uitvoering van wat het leven kan zijn.

Hé! er is een vinkenechtpaar gearriveerd in onze tuin. Zou dat hetzelfde tweetal zijn als vorig jaar? Reeds gespot in de aanwezige vogelhuisjes en heggen: broedende merels, broedende koolmezen en broedende pimpelmezen.

Las dat over veel, zo niet alles, valt te speculeren en te discussiëren. Wat een ‘cruciaal inzicht’ zou zijn.

Waaxens, 2021 © Ton van ’t Hof