Om 06.00 u. sta ik op. De houtzagerij naast me is dan al enige tijd in bedrijf. Ik heb enkele uren liggen woelen, verhaallijnen voor dit logboek bedacht. Tussendoor ben ik nog minstens eenmaal in slaap gevallen, want ik herinner me een droom waarin Lien, een van onze poezen, van grote hoogte naar beneden viel. Ik vond haar op een of andere trap terug, half kaal en bebloed.

Een van de verhaallijnen betreft een verzameling waarvan mijn vader en moeder aan het hoofd staan: de familie Van ‘t Hof/Leupen. Ik heb twee zussen en we zijn alle drie getrouwd. Samen hebben we zeven kinderen, van wie er momenteel vier hokken. Een van hen, het oudste kleinkind van mijn ouders, heeft inmiddels zelf ook alweer drie kids. Zo bestaat de verzameling Van ‘t Hof/Leupen momenteel, inclusief partners, uit 22 elementen. Zowel de bestudering van het onderlinge verband als elk element afzonderlijk kan mooie verhalen opleveren; deze verzameling is voor mij als schrijver een goudmijn.
     Mijn zoon Tim, die volgende maand 31 wordt, klessebeste gisteren met zijn licht dementerende oma. Naast hem zat zijn iets oudere neef Marco, met wie hij het goed kan vinden. Plotseling boog oma zich voorover en vroeg: ‘Kennen jullie elkaar?’ Mijn moeder vat nog wel de verticale banden binnen onze familie, maar heeft steeds meer moeite met de horizontale.

Buiten is het koud en nat. Toch even de metropolis Frisiae in, voor een frisse neus en boodschappen; vanavond wordt het een stoofpotje van varkensvlees en malse veldertjes.

Oliver Sacks in De rivier van het bewustzijn: ‘Het is een schokkende gedachte dat een deel van onze meest gekoesterde herinneringen nooit hebben plaatsgevonden, of dat ze iemand anders zijn overkomen.’

Emmakade, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Over de dichters, hun leven & werk (17)

Roger F.

Mijmert vaak over avonturen
waarin hij zelf zijn held is.

Deze maand zijn mijn ouders zestig jaar getrouwd, vandaag vieren we dat. Alleen met kinderen met aanhang; pa & ma worden per slot van rekening al een dagje ouder. Ik geloof dat ze kunnen terugkijken op een redelijk gelukkig huwelijk met, uiteraard, ups en downs. De afgelopen jaren, waarin de lichamelijke gebreken toenamen en ze ook nog eens moesten verhuizen, waren niet de meest gemakkelijke. Ik heb momenten van verwijdering gezien die ik nooit zelf hoop mee te maken. Die momenten zitten me dwars. Ik kan ze alleen begrijpen als ik ze wijt aan een zekere mate van kindsheid. Vuur in hun ogen doet me pijn. Oud en wijs, jawel, maar tot op zekere hoogte.
     Enfin, hoe dan ook, het was een geanimeerd feest.

Aanwinsten:

  • Het verhaal, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 1986, 2e-hands, € 5,20;
  • Een bevrijding, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 1991, 2e-hands, € 8,25;
  • Nog in morgens gemeten: Nieuw Herwijns dagboek, Koos van Zomeren, Privé-domein nr. 261, De Arbeiderspers, 2006, 2e-hands, € 17,50.

Over de dichters, hun leven & werk (16)

Henri M.

Zweert bij: ‘Vorm
is expressie.’

Speurt naar een ‘duurzame’ interpretatie
van de werkelijkheid.

Is lid van een sportschool.

De dag begint níet goed. Op het strand van het Siberische eiland Wrangel scheuren ijsberen een dode walvis aan stukken. Ze barsten van de honger, kunnen door het uitblijven van het ijs niet van het kale eiland af om op zeehonden te jagen. Ik tel bijna zeventig ijsberen op de krantenfoto. Er zitten veel moeders met jongen bij. Vanwege de opwarming komt het ijs tegenwoordig een maand later aan om zich vervolgens een maand eerder weer terug te trekken. De Wrangelse ijsberen hebben dus twee maanden minder tijd om zich te verdikken. Dat eist slachtoffers. En ik voel me daar medeverantwoordelijk voor.
     Ja, medeverantwoordelijk. Nee, ik ben niet zwaarmoedig. Realiseer me overigens dondersgoed dat ik voor dit soort zielenroerselen tijd heb omdát ik geen kopzorgen heb over het eten op tafel, de kleren aan mijn lijf en het dak boven mijn hoofd. Wat ík aan die opwarming doe? Mijn footprint op deze aardkloot steeds kleiner maken.

Als ik onze walnotenboom vorig jaar had gesnoeid, dan had ik nu niet zulke halsbrekende toeren hoeven uithalen. Hennie houdt de ladder vast terwijl ik op dakgoothoogte takken snoei. Hij heeft het dit jaar wél goed gedaan: ca. twee kilo walnoten, die Hennie, onder mijn ogen, zomaar cadeau doet aan buurman Julius; hé hó!

Na een kop snert toch nog even op de fiets geklommen voor een rondje Wyns. Het weer, waarbij zon en buien elkaar afwisselen, is té mooi voor een wolkenspotter als ik.

Wyns, 2017 © Ton van ‘t Hof

Over de dichters, hun leven & werk (15)

Wilhelm W.

Leest de waarde van een gedicht af

aan het leven dat het bevat.

Tegen vieren wakker, tegen vijven op. Ik had het koud in bed. Omdat het oude beddengoed wat sleets geworden is, proberen we al enkele weken nieuwe dekens en dekkleden uit; maar de juiste samenstelling hebben we nog niet gevonden. Ik draag al 35 jaar geen pyjama meer, maar overweeg nu om er weer eentje aan te schaffen.
      Vroeger droeg iedereen een pyjama. Toen ik aan mijn militaire opleiding begon behoorden ze – je kreeg er twee – tot de standaarduitrusting; ik weet niet of dat nog steeds zo is. Hoewel je tijdens bivak geacht werd alleen je dienstlaarzen uit te trekken en, met het oog op een eventueel alarm, in veldtenue in je slaapzak te kruipen, nam ik ook dán een pyjama mee. Ooit hield ik tijdens een nachtelijk alarm de hele groep op omdat ik als enige mijn volledige veldtenue nog moest aantrekken. Enkele commando’s die ons begeleidden scholden me, terecht en tot hilariteit van anderen, helemaal stijf.

Met W. van gedachten gewisseld over nieuwe lyriek die steekt: hebben we hier een trend te pakken of ontspruit deze ontwikkeling aan onze fantasie? Er komen trefwoorden voorbij als hoogstpersoonlijk en vitaliteit. Holle retoriek is uit den boze.

Het allerlaatste maal dat Hitlers kokkin in de Führerbunker voor haar baas bereidde, zo lees ik in de krant, ‘bestond uit aardappelpuree en spiegeleieren.’ Was er niets anders meer? Of wist hij toen nog niet dat het zijn laatste maal zou zijn? Of was dit écht zijn lievelingskostje? Vragen, vragen.

Muziek vandaag: Postcard from the Badlands, instrumentale debuutplaat van de nieuwe, gelijknamige postrockband uit Seattle; alsof je door melancholische heuvelachtige landschappen zwerft. Ik associeer deze soort muziek, bemerk ik, toch vaak met landschappen, waar anderen ongetwijfeld totaal andere associaties hebben.
      Wat heb ik toch met landschappen? Ik herinner me ze vaak ook beter dan de bewoners die erbij horen.

Over de dichters, hun leven & werk (14)

Ernst Ludwig K.

Vaardigde, toen hij jong was
en het gezicht van een groep dichters,

een manifest uit,

waarin hij het establishment
er flink van langs gaf.

Aanwinst: Die stad, dat jaar, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 2009, 2e-hands, € 11,35.

Wandelen en daar, liefst in mooie zinnen, over schrijven; het is een wonderlijke bezigheid. Om half tien vanochtend de auto geparkeerd in Wynjewâld, een Fries dorp dat zuidoost van Drachten ligt. Kort tevoren nog voor een nieuwe gemeenteraad gestemd, op Caroline de Groot, lijsttrekker van de Partij voor de Dieren. Ik zie graag weer wat idealisme terug in de politiek. Van het rampzalige handjeklap van het neoliberalisme moet ik niets hebben.

Het is grijs en zacht. Ik kom enkele scholieren tegen die allemaal gedag zeggen. Tientallen ganzen vliegen over, westwaarts, wellicht zijn ze de weg kwijt of wat in de war. Al gauw loop ik te midden van weilanden over een geasfalteerd laantje met eikenbomen, dat na een kilometer of twee bij een bos uitkomt. Hier gaat het asfalt over in bagger. Daar heb ik geen rekening mee gehouden. Ondanks mijn gespring, gehup en gekikker worden mijn broekspijpen en schoenen smerig en zeiknat. Wat je al niet moet doen om in Petersburg en Moskou te komen! want naar die twee buurtschappen ben ik onderweg.

Een buurtschap is een zeer kleine plaats die wel een naam heeft, maar geen officiële staatkundige status. Petersburg heeft iets meer huizen dan Moskou, dat er zes heeft. Petersburg is gebouwd om een enorme wilg en voor het oudste huis van Moskou staat een oeroude beuk met een borstomvang van wel zes meter. Naar het hoe en waarom van beide plaatsnamen wordt gegist. Als ik Moskou binnen wandel komt een paard-en-wagen me tegemoet, als ik het buurtschap uit ben passeert een oldtimer. Ooit zijn het grote Petersburg en het grote Moskou ook zo klein geweest, bedenk ik me en val op het laatste stuk van de wandeling, door een soort niemandsland, helemaal stil.

Petersburg, Friesland, 2017 © Ton van ‘t Hof
Moskou, Friesland, 2017 © Ton van ‘t Hof