Vandaag is mijn bundel Dichter & andere dingen verschenen. Het bevat nieuwe gedichten en een keuze uit eerder werk. In 194 bladzijden wordt een overzicht van mijn oeuvre gegeven. Frank Keizer schreef er een grondige inleiding bij. Ik ben er trots op. De bundel kan worden besteld bij Uitgeverij Stanza, bol.com of uw boekhandel.

Als ik de deur van de auto dichtsla liggen er nog bijna zes kilometer en één haakse bocht tussen mij en het het doel van mijn wandeling: het buurtschap De Zwarte Haan, of preciezer nog: Vispassage zeegemaal H.G. Miedema, dat in het buurtschap ligt.

Ik bevind me in de gemeente Het Bildt, in het noorden van Friesland, tegen de zeedijk aan. Het is hier vlak en kaal en alle straten, akkers en weilanden volgen rechte lijnen. Het volk hier heeft de naam rechtlijnig te denken, maar doen ze dat ook? Achter me breekt de zon door de wolken, voor me oefenen gakkende brandganzen een V-formatie. In een sloot drijft een lege fles Sonnema Berenburger.

In de verte staat een ambulance met draaiende zwaailichten stil voor een huis. Je zult in deze uithoek wat krijgen. Als ik dichterbij kom zie ik iemand op een brancard liggen, onder een wit laken. Een man in een elektrische rolstoel passeert me en zegt gedag. Ergens brandt een houtkachel.

Sint Annaparochie, 2017 © Ton van ‘t Hof

De Zwarte Haan wordt wel het begin van de wereld genoemd en dat is het ook. In 1872 zou Maria er zijn verschenen. Wellicht is het daarom wel het begin van een pelgrimsroute, het Jabikspaad. De plaatsnaam is overigens een verbastering van het Friese ‘swarte hoarne’, wat zwarte hoek betekent, naar de zwarte slib die hier ooit werd aangetroffen. Er wonen anderhalve man en een paardenkop.

Het H.G. Miedemagemaal, genoemd naar een oud-voorzitter van het waterschap, voert het overtollige water uit deze uithoek af. Ik zie een blokkendoos die is opgetrokken uit rode bakstenen en groen geverfd metaal. Een kunstwerk verwijst naar de onder water gelegen vispassage. Je ziet er niets van. Maar een bord vertelt dat o.a. paairijke palingen en driedoornige stekelbaarzen van deze doorgang tussen zoet en zout water gebruikmaken. Van die laatste soort, weet ik uit een krantenbericht, zelfs 375.000 stuks per voorjaar.

Als ik langs de Kouwe Faart terug wandel vraag ik me af hoe het al die vissen vóór de vispassage verging. Levenslange seksuele onthouding? Ik kijk naar het donkere water en krijg er een goed gevoel bij.

Zeegemaal H.G. Miedema, De Zwarte Haan, 2017 © Ton van ‘t Hof

Kwam een citaat van Francis Ponge tegen dat als motto van dit logboek zou kunnen dienen:

‘De enige activiteit die verplichtend is en waaraan werkelijk niemand ontsnapt, is: leven, houdingen aannemen, denken (zo goed als het gaat), spreken (antwoorden).’

Het doet me denken aan een van mijn gedichten uit de cyclus ‘Dichter & andere dingen’, die is opgenomen in de gelijknamige bundel die overmorgen verschijnt:

10

Lyriek als verzet
tegen standaardisatie van het
individu was

wat je me bovenal bijbracht, je vroeg me
naar de prikkels van mijn bestaan, je boog je arm
en streek langs de wereld

en verduidelijkte: ‘Hier zit je dus in.’

‘Converseer.’

‘Breng iets voort, ga verder.’

Ik neem foto’s op het gevoel. Lang heb ik gedacht dat schoonheid steeds voor de prikkeling zorgde, die aanzette tot het schieten van het plaatje. Maar ik twijfel de laatste tijd. Hoe langer ik naar mijn werk kijk, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat het schone wel een rol vervult, maar niet de voornaamste. Die is weggelegd voor iets anders, maar wat?

Waar zoekt mijn gevoel naar? Wat wil het vastleggen, waar getuige van zijn?

Behalve op familiekiekjes tref je op mijn foto’s zelden mensen aan. Ik hoef ze er niet bij te hebben. Alles wat we tegenwoordig zien is al door de mens aangeraakt, regelmatig met onzalige gevolgen. Ik stoor me te vaak aan de mensheid.

Vanmiddag las ik in een essay van Jean-Luc Nancy over portretteren iets wat ik met betrekking tot mijn fotografie herkende, drie woorden die Nancy in een totaal ander verband gebruikte: ‘terugkeer naar zichzelf’. Het had iets van een aha-erlebnis. Misschien gun ik stad en land wel een terugkeer naar zichzelf, mogen zij zich in mijn shots loszingen van hun functies en hoeven niets meer te doen dan er simpelweg te zijn.

Ze zo afbeelden dat ze daartoe ook de gelegenheid krijgen, dat is de kunst.

Zoiets. Vooralsnog.

Jan Luykenstraat, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof