Het gaat om de krenten. Katie Degentesh (1974) schreef er enkele. Haar enige bundel tot nu toe, The Anger Scale (2006), is een van mijn favoriete bundels flarfpoëzie. Het gedicht ‘I Was Horny’, dat ze later maakte, werd opgenomen in Flarf. An Anthology of Flarf (2018). Leestip: laat je niet vertederen. Als bijtend commentaar op het machismo is het een meedogenloos politiek gedicht.

IK WAS GEIL

Jongens zijn interessante wezens.

Het jongenslichaam is uniek.
Jongens kunnen een muis in het donker zien.
Hun vleugels zijn gigantisch en zwaar.
De klauwen zijn zo scherp als die van een ontleedmes. Ze verscheuren vlees met hun muil.
Ze bewegen hun ogen niet. Ze kunnen een muis horen rennen.
Ze hebben dikke veren aan de binnenkant en ze hebben ook donsveertjes.

Dit zijn enkele eigenschappen of gewoontes van jongens.
De jongens verscheuren hun prooi, slikken haar geheel door en spugen balletjes uit.
Ze jagen op kleine dingen. Jongens vliegen onhoorbaar. Ze zien goed in het donker,
jagen 's nachts en slapen overdag. Ze maken anderen bang door hun veren op te zetten.
Ze gaan op in het bos.

Jongens eten veel dieren. Het joch eet kleine prooien.
Jongens eten soms kleine konijnen. Ze houden van muizen.
Stinkdier is hun lievelingsdier. Meestal eten jongens wasberen.
Op andere avonden eten ze buidelrat. Soms eten jongens slangen.

Jongens wonen op veel plaatsen. Jongens huizen in boomgaten.
Jongens wonen in boomstammen. Sommige jongens op boerderijen. Sommige jongens kunnen in struiken wonen.
Jongens kunnen ook in bossen wonen. Soms wonen jongens in oude gebouwen.
Andere jongens wonen in schuren. Grote jongens wonen in cactussen.

Jongens zijn erg cool.

Een eigenschap van sommige jongens is dat ze 's nachts heel goed kunnen zien.
Sneeuwjongens gaan helemaal op in de sneeuw. Jongens slapen overdag
en zijn 's nachts wakker. Ze hebben een zeer korte nek,
waaraan je ze herkent. Jongens hebben zeer scherpe nagels die klauwen worden genoemd.
Deze worden gebruikt voor het vangen van prooien.

Jongens zijn anders dan meisjes omdat ze konijnen, muizen, stinkdieren,
ratten, slangen, hagedissen en vissen eten. Als jongens eten, verscheuren en
verslinden ze soms. Ze eten door met hun muil en klauwen te rijten en te scheuren.
Sommige jongens jagen op meisjes. Jongens jagen 's nachts op nachtdieren.
Door hun veren hoor je jongens niet als ze 's nachts jagen.

Jongens wonen op veel plekken zoals grotten, boomgaten, stammen,
oude gebouwen, boerderijen, schuren, struiken, vliegvelden, bossen en cactussen.
Er is een jongen die in schuren woont en zijn naam is Schuurjongen.
En er is een jongen die Sneeuwjongen heet en in de sneeuw leeft.

Een andere jongen woont in heel erg oude bomen.
Jongens wonen op plekken waar het erg donker is.
Woestijnjongens wonen in cactussen, waar ze ook water uit halen.
Soms wonen ze in regenwouden en boomstammen en gaten.

Ik vind jongens erg interessant en ze zijn erg cool.
Ik hoop dat ik meer over ze te weten kan komen. Ik hoop dat ik ze kan gaan observeren.

Ik hoop dat jongens nooit uitsterven en ik hoop dat ze nooit in gevaar komen. Ik hou van jongens.

In zijn essay ‘Forms of Disjunction’ betoogt James Longenbach dat disjunction – het gebruik van een contrasterende associatie, beeldspraak, argumentatie of toonzetting om aan een gedicht een verrassende wending te geven – een lange geschiedenis heeft.

Longenbachs essay verscheen evenals Gary Sullivans gedicht ‘That a Hamster Could Be President’ in 2004 en werd op diverse blogs besproken. Gezien zijn dichtregels ‘in a world / where disjunctive poetry is “the norm”’ – heeft Sullivan mogelijk nota genomen van Longenbachs verhandeling.

In 2017 werd Flarf: An Anthology of Flarf uitgebracht, waarin een ingekorte versie van Sullivans oorspronkelijke gedicht is opgenomen. In mijn vertaling:

DAT EEN HAMSTER PRESIDENT ZOU KUNNEN ZIJN

Het lijkt gek, toch? dat mensen
een hamster zouden kiezen, maar in een wereld

waar disjunctieve poëzie ‘de norm’ is
kan allerlei rare shit gebeuren

Wie vandaag de dag dit gedicht leest, zal ongetwijfeld aan de gedragsgestoorde Donald Trump denken, die in 2016 verrassend de Amerikaanse presidentsverkiezingen won.

Toen Sullivan dit gedicht schreef, was George W. Bush president van de VS. Een presidentschap dat herinneringen bij me oproept aan 9/11, strijd tegen terrorisme, oorlogen in Afghanistan en Irak, en mijn eigen uitzending naar Kandahar, in 2008/2009.

Jezus! er gebeurt allerlei rare shit in deze wereld.