Een stuk riolering aangelegd. Dat deel waarin de drek straks een val van meer dan twee meter zal gaan maken, loodrecht naar beneden, vanaf de eerste verdieping het onderaardse afvoerkanaal in.

Ik had er een goed gevoel bij.

Schrijf niet boven je kunnen, adviseerde Kluun, die te gast was bij Van Willigenburg en Breukers.

Onlangs had hij, Kluun, het verrassende inzicht opgedaan dat literatuur vorm is

Mijn advies: stijg boven jezelf uit.

Harkte het grasveld aan en dacht ondertussen na over literair activisme.

Een activist voert actie om een politiek doel te bereiken. Literaire activisten willen met het schrijven van literaire werken politieke doelen bereiken.

Ze zijn geëngageerd, nemen in hun geschriften stelling inzake actuele maatschappelijke problemen.

En hopen dan dat er iets gebeurt, verandert.

Mijn sympathie hebben ze.

Begrijp me niet verkeerd, Didier Eribon en Edouard Louis, bijvoorbeeld, schreven contemporaine activistische literaire werken die een diepe indruk op me maakten.

De afvalemmer was vol, het grasveld vrij van rommel.

Cornjum, 2021 © Ton van ’t Hof

Rietdekker wegens te veel regen naar huis gegaan.

Zelf de bouw van het nieuwe toilet hervat.

Later op en neer naar Holwerd gelopen, voor een pot appelstroop.

Op het godsakkertje van Waaxens een kwak veldbloemen.

Dat het leven zich verkleint naarmate je ouder wordt.

Cadeaus brengen me in verlegenheid. Daarom heb ik meer dan twintig jaar geleden, toen ik nog enig vaderlijk gezag had, vaderdag afgeschaft. Voor ons gezin dan.

Vanochtend toch weer verrast, door de beste kids van de wereld. Volwassen inmiddels.

Rondje Bornwird gelopen. In de slootkant: enkele zwanenbloemen, verderop nog eentje, rozerood. Je zou ze vanwege hun pracht kunnen aanbidden.

’s Middags voor de radio gezeten, heerlijk ouderwets, en geen seconde van Verstappens grand prix impressionnant gemist!

Op de houten buitentafel tientallen vliegjes, jonge huisvliegen, die zich warmden in de zon.

Hantumer Feart, 2021 © Ton van ’t Hof

De dag, de dag, de dag.

Waarop ik, staande op een wiebelende ladder, een vonkenvanger om de schoorsteen aanbracht.

Waarop takken knapten, van roos en es. Ook de rietdekker repte van een toename van wind de laatste jaren.

Waarop we langs wuivende velden een wandeling maakten, hand in hand.

Waarop ik een pernod dronk en we lasagne aten.

Een dag waarop de keuzes beperkt leken, de instructies onvolledig, maar die desondanks goed uitpakte.

Foudgum, 2021 © Ton van ’t Hof

Het was even over negenen en ik nam de dag door. Op de achtergrond een schreeuw van Dumfries.

Belachelijke penalty voor Nederland.

De rietdekker stond vanochtend al om zeven uur op de stoep; wat een beroep bij plus dertig graden! Boodschapjes gedaan, winkel in, winkel uit, bier in blik en vliegenmeppers.

Oostenrijk zeker niet de meerdere.

Tekende vanmiddag een aardappelveld dat nog geen bloesem heeft gedragen. Ook nog gras gemaaid, getracht de opstalverzekering aan te passen en gebarbecued bij windkracht vier.

Van die dingen dus die voorbij zijn gegaan, en opgetekend, maar niet of nauwelijks falsifieerbaar.

Aardappelveld, Brantgum, 2021 © Ton van ’t Hof

Terroriserend kleefkruid uit de tuin verwijderd, twee kruiwagens vol. Omliggende planten werden omstrengeld en gewurgd. En dat wordt hier niet getolereerd.

Vandaag maakten hijgende duiven en puffende merels veelvuldig gebruik van het waterornament, voor een verkwikkend bad.

De rozen komen in bloei. Over een week of wat weet je niet wat je ziet: een vlammenzee van meer dan duizend bloemen.

Als ik aan een roos wil ruiken, kijk ik altijd eerst, kapitein Haddock indachtig, of er geen bij of hommel in zit. In het album De juwelen van Bianca Castafiore vergat Haddock dat.

In het vlakke land tussen Brantgum en Foudgum vind je slechts twee schaduwrijke plekken, twee bosjes vlak naast elkaar. Nou, dáár tekenden we vanmiddag, where else?

Foudgum, 2021 © Ton van ’t Hof

Kwam ooit iemand tegen die Melis heette, van voren. Toen ik vanochtend oudvader Lucas van Melis ontdekte, veronderstelde ik dan ook dat de achternaam Van Melis zijn oorsprong vindt in: zoon of dochter van ene Melis.

Maar niets is minder waar. Volgens de Nederlandse Familienamenbank duidt Van Melis op ‘herkomst uit het dorp Milheeze’, in de huidige gemeente Gemert-Bakel.

Lucas werd omstreeks 1762 geboren, te Gemert, en trouwde met meisjes uit Boekel en Bakel.

Schoot me opeens te binnen, mijn moeder gisteren, lachend: ‘Ik weet niet wat ik weet!’

Oudvader Lucas weer: bouwman, arbeider en krasse baas; 91 werd hij.

Foudgum, 2021 © Ton van ’t Hof

Mijn moeder draagt een oud horloge, dat je nog op moet winden. Wat ze niet meer doet. Waarom zou ze ook.

Vier minuten over elf is en blijft het.

Ze heeft geen en alle tijd.

Uit een van onze containers: de lucht van rottende garnalenresten.

Ik moet iets aan die doorschietende pens van me doen.

Mijn moeder, 2021 © Ton van ’t Hof

Was om 07.00 uur al buiten, om het ochtendlicht vast te leggen, wat jammerlijk mislukte.

Monet vernietigde van tijd tot tijd stapels mislukte schilderijen.

Uren gefietst, uren planten water gegeven. Dingen die ik al eerder deed en eerder heb beschreven. Naast verandering is herhaling een vast gegeven in een mensenleven.

Wat ik vandaag voor het eerst deed: een aardappelgal doorsnijden. Binnenin: larven van een galwesp, wit en piepklein.

Geen alcohol gedronken en toch poepslaperig toen Nederland-Oekraïne begon. Dommelde niet veel later in.

Hiaure, 2021 © Ton van ’t Hof

Zon, voorbijsnellende wolken. Vrij krachtige wind. Het waait hier altijd. Altijd. Wat iets, zie ik, met mensen doet. Zelfs degenen die hier geboren zijn schaffen massaal e-bikes aan!

Luisterde naar Thaise funk van Yīn Yīn, een band uit – ik kon mijn oren niet geloven – Limburg, waar het doorgaans minder hard waait dan in Friesland, maar de meeste verheffingen hoger zijn.

Ook nog een stukje gewandeld, beetje getekend en tamelijk veel gelezen, onder andere in Koos van Zomerens Aan de dijk. Herwijns dag- en fotoboek. Ik ben per slot van rekening met prepensioen.

Vandaag hoorde ik het weer: dat literatuur je ‘aan het denken’ zet. Iets, dacht ik, waar literatuur geenszins het natuurlijke monopolie op heeft. Vroeger las ik overwegend fictie, tegenwoordig kies ik meestal voor een boek uit de royale categorie non-fictie. Daar ligt geen bewuste keuze aan ten grondslag, maar, zo vroeg ik me vanmiddag af, wat dan wel?

Dat heeft iets te maken, formuleerde ik voorzichtig, speculerend, met het verdwijnen, grote verdwijnen van een wereld, míjn wereld – dat verdwijnen dat maar doorgaat en doorgaat.

Waaxens, en plein air, 2021 © Ton van ’t Hof

De dag begon met een kno-arts, die echogrammen van mijn oorspeekselklier beoordeelde: ‘Ik zie geen gekke dingen en stel dus voor dat we de boel voorlopig maar op zijn beloop laten.’

Wat ik best wel oké vond.

(Zolang ik mijn biertje of wijntje maar mag blijven drinken, vind ik veel zaken best wel oké.)

Verder druk geweest met van alles en nog wat. Bijvoorbeeld: werklui op ons smoorhete dak voorzien van de nodige ijskoude colaatjes.

Dat dak dat er al best wel oké uitziet.