‘147 inzendingen voor Eerste Grote Poëzieprijs’ lees ik op poëzieprijs.nl, ‘nagenoeg een verdubbeling van het aantal inzendingen voor de laatste editie van voorganger de VSB Poëzieprijs.’ Dat klinkt als een mooi resultaat.

Er wordt wél aan toegevoegd dat de stijging ‘ook te danken [is] aan de langere periode waarover wordt gejureerd en de openstelling van de prijs voor bundels uitgegeven in eigen beheer.’ Bij het woordje ‘ook’ vraag ik me wel af waaraan de stijging dan mogelijk nog méér te danken is.

En tot slot de uitkomst van de redenering: ‘Hoe dan ook kan worden geconcludeerd dat er een onverminderd grote behoefte bestaat aan een jaarlijks ijkmoment voor nieuwe Nederlandstalige poëzie.’ Uiteraard.

Als ik door de lijst inzendingen ga valt me op dat er nogal wat uitgeverijen op staan die ik niet ken. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik besluit om de inzendingen van de eerste editie van De Grote Poëzieprijs eens te vergelijken met de inzendingen van de laatste vijf edities van de VSB Poëzieprijs. Turven geblazen dus.

Op basis van de verzamelde cijfers, zie tabel hieronder, kom ik tot de volgende conclusies:

  • Tussen 2014-2018 werden jaarlijks gemiddeld 110 bundels ingezonden. 2019 kent een langere periode waarover wordt gejureerd: 16 in plaats van de gebruikelijke 12 maanden. Als we het aantal inzendingen voor editie 2019 verminderen met 25% (van 16 naar 12 maanden) dan blijft er een getal van 110 over. Vergeleken met de laatste vijf edities van de VSB Poëzieprijs heeft de eerste Grote Poëzieprijs eigenlijk een gemiddeld aantal inzendingen.
  • Tussen 2014-2019 werden door 113 verschillende uitgeverijen bundels ingezonden. 67 uitgeverijen deden dat slechts één keer (groengekleurd in de tabel) en 46 uitgeverijen zonden twee of meerdere keren bundels in (blauwgekleurd in de tabel). 30 van de 67 uitgeverijen die slechts één keer bundels inzonden deden dat voor editie 2019. Tussen 2014-2018 lag het aantal ‘gelegenheidsuitgeverijen’ jaarlijks gemiddeld op ruim 7. Vergeleken met de laatste vijf edities van de VSB Poëzieprijs is voor de eerste Grote Poëzieprijs dus door een opvallend groot aantal gelegenheidsuitgeverijen bundels ingezonden. Ik geloof dat een deel hiervan eigenlijk verkapte ‘in eigen beheer uitgaven’ zijn. De openstelling van de prijs voor bundels uitgegeven in eigen beheer zou dan de verklaring kunnen zijn voor deze stijging.
  • Tussen 2014-2018 werden er overigens ook al bundels ingezonden onder de (letterlijke) noemer ‘in eigen beheer’: 4, tegen 2 voor de eerste Grote Poëzieprijs.
  • Het aantal uitgeverijen dat vaker bundels inzendt bedroeg tussen 2014-2018 jaarlijks gemiddeld 30. De eerste Grote Poëzieprijs ligt met 33 iets boven dat gemiddelde.
  • Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het ‘deelnamebedrag’ van € 75 per titel niet of nauwelijks van invloed is geweest op het aantal inzendingen. Het totale deelnamebedrag bedraagt € 11.025.
  • Al met al wijken de inzendingen voor de eerste Grote Poëzieprijs niet veel af van die van zijn voorganger de VSB Poëzieprijs, onder aantekening dat het aantal gelegenheidsuitgeverijen best behoorlijk is gestegen. De openstelling van de prijs voor bundels uitgegeven in eigen beheer zou hiervoor de verklaring kunnen zijn.

Er komt een dag dat iedereen je vergeten is; welverdiende vergetelheid!

Iemand slaakte een kreetje.

09.20 u. Bestelde voor € 19,64 Oil Spell van Claire Marie Stancek. Nee, niet spill.

‘She subverts all trends with poems that feel entirely new.’

09.46 u. Las dat scheepsbouwers studeren op mammoetschepen waarop 50.000 containers passen.

12.54 u. ‘Peace,’ zei ik.

Bo kijkt vanuit de vensterbank naar fietsers die voorbijsjezen * sommigen hebben regenkleding aan * dan wordt het lichter * er vliegt een kraai op * Bo komt naar me toe en geeft me kopjes * hé * een regel van Ed Dorn die me te binnen schiet: ‘Waarom / kan het niet voor altijd zo blijven?’

Op de laatste bladzijde van Paul Blackburns In. On. Or About the Premises (1968) wordt vermeld dat er van deze eerste editie 3500 bundels met slappe en 1400 met harde kaft zijn gedrukt. Not bad.

Nog een klein vers van Blackburn:

OUDE KWESTIE

(voor Fee)

Waarom heeft het leven de behoefte
gecreëerd om in jezelf te praten,
terwijl er niemand is om een praatje mee te maken?

Straks reis ik af naar Deventer, voor de presentatie van het tweede nummer van petrichor.

Paul Blackburn, 2019 © Ton van ’t Hof

*

Wandelde op en neer naar Lekkum en zag de zon weer eens.

Las As, vuur (De Arbeiderspers, 2017) van Hester Knibbe: doelloze huis-tuin-en-keuken-poëzie. Knibbe mikt op zalvige mooischrijverij en laat de inhoud voor wat hij is. De lezer blijft zitten met het ‘onnavolgbare tuimelen’ in haar hoofd en gooi-maar-in-mijn-pet-zinnen:

‘Er was // voldoende licht om te zien dat elk / dezelfde richting op liep alsof ieder / door iets of iemand verwacht werd hoewel / de omgeving verstrekkend leeg was.’

At restjes van gisteren: Indiase curry met linzen & eieren, pudla (pannenkoekje van kikkererwtenmeel) & komkommersalade. Dronk er een Leffe blond bij.

Maakte de toilet schoon.

Zag een 67 minuten durende docu uit 2006 over twee bergdorpjes in het noorden van Georgië, waar de industrialisatie aan voorbij is gegaan. De 18e eeuw op film, in kleur. De openingsscène is van een buitengewone schoonheid. In een halve meter sneeuw worden van een nabijgelegen helling enkele hooibergen gehaald, met behulp van een slede en twee ossen. Halverwege het zware werk wordt een glaasje zelfgestookte alcohol genuttigd. The Last van de Russische regisseur Aleksandr Rekhviashvili.

Maakte het fornuis schoon.

Vette mijn handen in met zelfgemaakt gifvrij vet & schonk een kop kamillethee in.

Begon in In. On. Or About the Premises (Cape Goliard Press, 1968) van Paul Blackburn. Hoewel Blackburn nooit het Black Mountain College (1933-1957) bezocht wordt hij wel tot de gelijknamige stroming gerekend. Voor Black Mountain dichters is het gedicht een ontdekkingsreis, een middel tot exploratie. De vorm is een organisch uitvloeisel van het schrijfproces en het taalgebruik is vaak informeel, vertrouwelijk.

HET EILAND

Er staan zes kerels aan de bar
& er zitten zeven kerels aan tafeltjes
          nu acht
                    nu negen
de zestiende gozer is naar het toilet
Matty achter de bar
George achterin.
Er heerst stilte & er worden 2 gesprekken gevoerd
               soms 3.
Het is 9 maart, half vier ‘s middags

De ventilator in het raam op het oosten
maakt het meeste lawaai in deze openbare ruimte
          of de kat achter me
               die slaapt in het zonnetje
                    verbleekt tafelblad, gouden
                         fonkeling van bier.

Lekkum, 2019 © Ton van ’t Hof

Ron Silliman blogt weer. Wat ik verheugend nieuws vind. Gisteren publiceerde hij zijn eerste serieuze blogbericht over poëzie.

Silliman’s Blog, dat in 2002 werd gelanceerd, is belangrijk geweest voor de verbreding van mijn kennis over poëzie, in het bijzonder de Amerikaanse poëzie. Jarenlang berichtte Silliman vrijwel dagelijks over allerlei zaken met betrekking tot de edele dichtkunst, van fundamentele poëticale kwesties tot ditjes en datjes. Ik sloeg geen post over.

Maar de bron droogde op en de afgelopen jaren schreef hij nog maar sporadisch een beschouwing over poëzie. Maar daar lijkt nu verandering in te zijn gekomen. Blijkbaar heeft de grand old man weer voldoende inspiratie en energie gekregen om de boel nieuw leven in te blazen. ‘The blog is starten to awaken’ zegt hij er zelf over op zijn Facebookpagina.

Silliman gelooft dat de kunsten zichzelf steeds weer opnieuw uitvinden, vernieuwen, en vraagt zich in zijn blogbericht van gisteren af wat er zich nu, na New American Poetry en Language Poetry, de twee enige echt innoverende stromingen op Amerikaans poëziegebied sinds de 2e WO, zal gaan aandienen. Hij is er klaar voor.

Dit klinkt als een missionstatement: Silliman gaat de komende tijd op zoek naar de eerste tekenen van fundamentele verandering, innovatie. En Silliman zou Silliman niet zijn als hij niet zou denken al iets op het spoor te zijn. Hij geeft zelfs al een tip: het gaat niet om de, ook in Nederland zichtbare, recente draai naar meer politiek getinte poëzie.

Ron Silliman, 2019 © Ton van ’t Hof