Het is geen toeval, borrelde vanochtend in me op, dat ‘aantreffen’ en ‘bedenken’ elkaar tegen het lijf lopen in het woord ‘vinden’. Als iemand ‘iets vindt’, houdt dat meestal in dat-ie een meninkje heeft dat-ie elders, al dan niet in samenstelling, aangetroffen heeft.

We wauwelen elkaar vooral na, en voor je het weet is er een establishmentstandpunt. Thans is geëngageerde poëzie bon ton. Het juryrapport van De Grote Poëzieprijs maakte dat gisteren weer eens duidelijk. Daarin kwam ik een zinsnede tegen waar ik de afgelopen jaren al menigmaal op stootte in uiteenlopende teksten.

Ik heb nooit goed begrepen wat die passus nu precies betekende. Maar dat zal aan mij liggen. En gisteravond dus weer: ‘Fabias maakt het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk,’ aldus de jury. Wat een geleuter.

Krijg zo langzamerhand het gevoel dat ik achtergelaten ben door de tijd.

Wat wel steeds beter lukt: me ontspannen in dat wat zich voordoet.

Nog effe op bezoek geweest bij Herbergier Bartlehiem, het verzorgingstehuis waar hopelijk mijn moeder een dezer dagen kan worden ondergebracht.

Lekkum, 2019 © Ton van ’t Hof

De Jenisej is 6000 kilometer lang en doorsnijdt Siberië van het zuiden naar het noorden, waar hij uitmondt in de Noordelijke IJszee. Halverwege ligt het oeverplaatsje Bor. Dirk Sager volgde de rivier van Bor naar het grotendeels ontvolkte mijnbouwstadje Dikson, dat acht maanden per jaar onder sneeuw bedolven is.

Stalin nam dit immense gebied ooit in exploitatie. Tienduizenden mensen werden er al dan niet vrijwillig tewerkgesteld en een deel vond er uiteindelijk een thuis. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie stortte de economie echter ineen. Velen vertrokken, een enkeling bleef achter. Sager zoekt in zijn documentaire achterblijvers op.

Ik kan niets dan bewondering opbrengen voor deze doorzetters. Ze proberen te overleven in een adembenemend landschap maar genadeloos klimaat. Hiertoe hebben de meesten een eigen wereld geschapen, waarin hoop en fantasie hoofdrollen vervullen. Potdomme, ik geef het je te doen.

Als een vader opbiecht dat hij illegaal steur vangt en van de opbrengst de studie van zijn zoon betaalt, vergeef je hem dat. Als een bejaard echtpaar vertelt dat ze beiden van Duitse afkomst zijn en ruim zestig jaar geleden gedeporteerd, heb je meelij met ze. Maar als zíj aangeeft dat er ‘hier niet gezopen wordt’ en dat híj ‘nog tamelijk sterk’ is, lach je met ze mee.

Vanavond wordt De Grote Poëzieprijs uitgereikt. Voor het eerst werden uitgaven in eigen beheer aangemoedigd om tegen betaling van € 75 mee te dingen. Circa 20% van de inzendingen kan onder deze noemer worden geschaard. Geen enkele uitgave in eigen beheer haalde de longlist. Ik heb al eerder mijn ongenoegen geuit over deze gang van zaken.

In De Groene Amsterdammer van deze week oefent Alfred Schaffer op dit punt ook kritiek uit: ‘En als een jury moet concluderen “dat het selectiemechanisme van de traditionele poëzie-uitgevers, zeg maar hun ‘poortwachtersfunctie’, functioneert”, is het misschien beter om dichters die buiten dat traditionele uitgeefcircuit opereren in het vervolg niet al te blij te maken met een dooie mus.’ Waarvan akte.

Dertig kilometertjes getrapt om in Lokaal Op Hatsum (nieuwe eigenaar!) de lunch te gebruiken: een lekkere maar wat zuinige hap.

Nagekomen bericht: Radna Fabias won met Habitus De Grote Poëzieprijs. Het is haar van harte gegund. Over de poëzie in deze bundel schreef ik eerder dat ‘die vaak afstandelijk (koel, cynisch, bitter) is en, mede daardoor, maar sporadisch ontvlammen wil.’ Smaken verschillen.

Boksum, 2019 © Ton van ’t Hof

In Jachthaven De Maas, vlakbij Alem, naar een motorkruisertje wezen kijken. Een en dezelfde boot, twee verschillende paren ogen. Waar ik een ruim en goed onderhouden vaartuig zag, nam Hennie een ‘tankje’ (3 ton staal) waar. We denken erover na en zoeken ondertussen verder.

Bij thuiskomst vond ik de proefdruk van Alain Delmottes Warhoofds leerdichten op de deurmat; de bundel ziet er perfect uit. Meteen in de etalage gezet: als e-book en als paperback.

Uit ‘Leerdicht over de ochtendspits’:

‘De ochtend gaat aan de slag met je humeur. Je straal aan ochtendpis geeft de kleur al aan, zet de toon van wat zal volgen.’

Proust, tabee!

Proust snellezen lukt me niet: wat een onmogelijke hoeveelheid bijzinnen! ‘Matig uw snelheid,’ is het credo. Maar boeiend is het wel.

Naar de oogarts geweest: na mijn rechteroog moet nu ook het linker eraan geloven: staar. Na de zomer krijg ik een nieuw lensje.

Gewerkt aan Brandsma. Een Friese familiekroniek, waarin ik Hennie’s stamboom beschrijf. Moet van de zomer verschijnen als deel 5 van de Gaia • Chapbooks reeks.

Ruim veertig kilometer gefietst, naar Sint Annaparochie, en via Tichelwurk weer terug. Onderweg gesneupt bij Malle Pietje, waar Hennie een oude waskom wegsleepte, ‘voor op de wastafel.’

Je kunt het misschien geen journalistiek noemen wat ik hier, op dit blog, bedrijf, maar eerlijk en onafhankelijk is het wel.

Engels is nu nog de eerste taal waarin EU-documenten worden geschreven, maar na een eventuele brexit lijkt me dit toch—ondanks een verwoed pleidooi van The Economist—een no-go.

Ritsumazijl, 2019 © Ton van ’t Hof

Niet zo best geslapen. Dronk gisteravond een borreltje te veel tijdens onze online zoektocht naar een 2e-hands motorkruisertje. Aanstaande zaterdag gaan we er eentje bezichtigen, in de buurt van Zaltbommel.

Vandaag eerst samen met Hennie geyogaad en vervolgens het 8 pagina’s lange ‘Verzoek tot onderbewindstelling en/of instelling van mentorschap’ ingevuld, lege flessen naar de glasbak gebracht, boodschappen gedaan, auto door de wasstraat gereden, geluncht, werkzaamheden voor Gaia verricht, gelezen, door de stad gewandeld (onderweg twee nieuwe haringen gegeten) en de avondmaaltijd klaargemaakt (Mexicaanse omelet, naar een recept van Jamie Oliver).

‘Veel diepgang heeft het leven niet,’ dacht ik ergens in de middag, ‘het is eerder flinterdun.’

Luisterde ook nog tweemaal naar Ausländer van Rammstein.

Bij de huisarts geweest en ter behandeling van mijn geïrriteerde mondslijmvlies chloorhexidine mondspoeling meegekregen.

Met ma langs de Oostvaardersplassen gewandeld & koffie met gebak genoten bij Gasterij en Natuurbelevingcentrum de Oostvaarders. Opmerkelijk: ze kon zich onze vorige wandeling langs de Noorderplassen enkele weken terug nog goed herinneren. Haar probleem met taal—ze weet wel wat ze wil zeggen, maar kan er de juiste woorden niet voor vinden—lijkt groter dan dat met haar geheugen.

‘Bloedstollende tijden,’ grapte iemand. Of niet.

‘De VS en Europa waren de voorbije tweehonderd jaar erg succesvol, maar van het jaar 1 tot 1820 waren China en India de grootste economieën. De laatste tweehonderd jaar waren een afwijking: zulke afwijkingen worden altijd gecorrigeerd. De comeback van China en India zijn in die zin erg logisch.’—Kishore Mahbubani, Singaporese diplomaat & academicus, en schrijver van het boek Is het Westen de weg kwijt?

Viel onze Gouden Eeuw niet samen met de 17e eeuw?

Omdat het er eens van komen moest: ik ben vanochtend begonnen in Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd 1. Kant van Swann. Waarom nu? Omdat het ineens—vanuit mijn diepe zelf—in me opkwam. Geen specifieke aanleiding, of het moet Murakami’s ophemelen zijn geweest van enkele grote 19e-eeuwse schrijvers, waarbij hij Proust overigens niet noemde.

Plantenbak van cortenstaal in de achtertuin geplaatst. De nieuwe bak moet nog met roest overdekt worden. Na 3 maanden is de achtertuin nu zo goed als af.

Onder de vlag Gaia • Paperbacks reeks zal volgend jaar mijn Dingen & structuur. Journaal 2019 verschijnen. Vanmiddag heb ik de maand januari geredigeerd en gezet.

Wat zullen we nu weer hebben? Jawel, we overwegen de aanschaf van een 2e-hands motorkruisertje.

‘Klimaatsceptici spelen vandaag een beetje de rol van de hansworst die je op een feestje komt vertellen dat zijn kettingrokende opa toch maar mooi 92 jaar is geworden.’—Pieter Leroy, hoogleraar milieu en beleid aan de Radboud Universiteit