Heerlijk interview met de Amerikaanse hoogleraar antropologie David Graeber over bullshit jobs, onzinbanen. Betrekkingen die er niet toe doen en net zo goed kunnen worden geschrapt, niemand die het merkt. Het verdwijnen van functies in de financiële dienstverlening, telemarketing, ondernemingsrecht, onderwijs- en zorgadministratie, personeelszaken en public relations zal volgens Graeber niet tot ontwrichting van onze samenleving leiden.

Ook ik heb gedurende mijn carrière meerdere malen gedacht: Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Aan de andere kant, als het leven geen zin heeft – en ik vermoed dat dat zo is – waarom zou je er dan een zinvolle invulling aan proberen te geven?

Uitslag van een enquête die vorig jaar onder bijna tweeduizend Nederlandse werknemers werd gehouden: 40% vindt zijn werk zinloos.

Graeber gelooft dat een basisinkomen een deel van de oplossing is. In dat geval zullen veel mensen hun flauwekuljob vaarwel zeggen en iets gaan doen wat ze wél nuttig of leuk vinden. ‘Ze zullen zich wellicht op hun hobby storten en je krijgt er vast veel middelmatige kunstenaars en muzikanten voor terug. Maar waarom zou dat slechter zijn dan nu, wanneer al deze mensen heel de dag twitteren en kattenfilmpjes kijken?’ Bovendien raken we zo, orakelt Graeber, ontzettend veel bureaucratie kwijt.

Geweldig plan of kletspraat? Graebers pleidooi laat je in elk geval met een andere blik naar sociaal-economische aspecten van onze samenleving kijken. Wat hard nodig is.

Sms-alert! Brand! Alle Leeuwarders worden verzocht hun ramen en deuren te sluiten! Wat ik dan ook keurig deed. Daarna trokken Hennie en ik onze jassen aan en begaven ons in allerijl naar de onheilsplek, een voormalig belastingkantoor, waaruit we wat rookwolken zagen opstijgen. Het stonk wel.

Recensie van Dichter & andere dingen in Checkpoint. Maandblad voor veteranen: ‘Vreemde gedichten. Mateloos intrigerend.’

4E626389-ACD9-41C9-AA7C-2F28B7DB6E62

In A.H.J. Dautzenbergs pas verschenen Ik bestaat uit twee letters (Privé-domein, nummertje 298) kom ik het woord ‘mensenmoe’ tegen. ‘Mensenmoe’ vinden we niet op de Woordenlijst Nederlandse Taal, maar iedereen weet wat het betekent. Je kunt niemand meer luchten of zien. Ik heb er bij tijd en wijle ook last van, tegenwoordig vaker dan vroeger. Ik lig er niet wakker van hoor. Altijd gehad, ik weet niet beter, af en toe mensenmoe zijn hoort bij me. En als het zich voordoet? Je terugtrekken in jezelf om weer op krachten te komen.

Vandaag op en neer geweest naar Spijk, een gehucht aan de Rijn, om kennis te maken met een achternicht van me, Erna Spann, dochter van een broer van mijn grootmoeder van moederskant. Een MyHeritage DNA-match bracht ons in contact met elkaar. Schat van een mens, evenals haar echtgenoot. En ze beschikt ook nog eens over een groot genealogisch archief, dat niet alleen foto’s van mijn overgrootouders bevat maar zelfs eentje van mijn betovergrootouders. Waarover binnenkort meer.

Wezen lunchen aan de kade van Emmerich, met uitzicht op de Rijn, waarin mijn grootvader en betovergrootvader beroepshalve op zalm visten.

328A72A2-D5B0-4AAA-AF2D-1EBEF71C71D9
De Rijn bij Emmerich, Duitsland, 2018 © Ton van ’t Hof

Ik heb de ballen verstand van voetbal. Nou ja, ietsepietsie dan. Speelde in de A1 van een hoofdklasser zaterdagamateurs. Daarna, gedwongen, door naar de zaal, in een eerste elftal dat we van de vierde naar de tweede klasse brachten. Ik heb met veel plezier tegen dat balletje aangetrapt. Nu volg ik het spelletje nog op tv.

Polen-Senegal. Wodka versus bissap. Werkvoetbal tegenover het getrommel op een djembé. Maar vooral: een festival van slordigheden en foute passes. In de rust: een glas cabernet sauvignon en de grijze ragebol van Pierre van Hooijdonk. Senegal maakte twee mallotige doelpunten en won nipt met 2-1. Tussendoor ook nog gegeten.

Van de meeste kunstenaars uit de beginjaren van De Ploeg heb ik geen hoge pet op. Af en toe zit er een aardig expressionistisch werkje tussen, meestal een portret, maar groots is het allemaal niet. Met uitzondering van het werk van Johan Dijkstra (1896-1978), dat ik bij vlagen fenomenaal vind. Daar druipt het talent van af.

Vanochtend naar het Groninger Museum getreind waar, in het kader van 100 jaar De Ploeg, tot november de tentoonstelling Avant-Garde in Groningen. De Ploeg 1918-1928 te zien is. Ik heb een tijdje voor Dijkstra’s Jantje Bolt gestaan, een meesterwerk dat hij in 1926-1927 schilderde. Met iets wat op wasverf lijkt: olieverf vermengd met bijenwas en autobenzine.

Uitermate storend: een luid beppende leraar met een stuk of tien ongeduldige leerlingen van 8 à 9 jaar. Ik slaagde er maar niet in om ze van me af te schudden. Gek werd ik ervan. Op een gegeven moment haalde hij zelfs Mondriaan erbij. Weten die kinderen veel! Rot toch op man!

Ruim een uur later stond ik al weer buiten. Ik houd het nergens lang uit. Behalve thuis dan, en in de natuur, of wat daar nog voor doorgaat.

61C8B681-56EF-40E2-A0B0-1A1C37E8308C
‘Jantje Bolt’, Johan Dijkstra, 1926-1927, wasverf op linnen

Ontroerend, hoe de Panamezen hun volkslied zongen. Armen om elkaar heen geslagen en uit volle borst. Of ze nou op het veld of de tribune stonden. En hier en daar vloeide zelfs traan.

Keek gistermiddag tv, België-Panama, én las tegelijkertijd Topshow. Achter de schermen bij Voetbal International van Michel van Egmond & Jan Hillenius (VI boeken, 2015). Van de bieb geleend; het is stukgelezen. Ik heb de afgelopen jaren maar weinig uitzendingen gemist van het trio Gijp, Derksen & Genee. Ze staan garant voor een portie politiek incorrecte tv. Ook als de camera’s niet draaien, kunnen ze platte grappen maken:

‘Op de grijze bank van de redactie zakt Johan Derksen steeds verder weg in de kussens. “Zeg meiske,” zegt hij tegen Wieke, al jaren zijn favoriete visagiste, “zou je het leuk vinden als ome Johan voor de verandering eens naakt bij jou in de make-upstoel kwam zitten?”
Wieke kijkt even op van haar telefoonscherm.
“Doe mij een lol, zeg.”
“Maar meisje, je weet toch wel dat ze me thuis, in Oudewater, ook wel De Witte Neger noemen?”
“Ja hoor, Johan,” zegt Wieke, “het is goed met je.”
Ze slaakt een diepe zucht. Daarna gaat ze weer gewoon verder met whatsappen. Lachend, dat wel. Ze is veel gewend.’

Ook ik schoot bij dit voorval in de lach en voelde tevens iets van plaatsvervangende schaamte. Dat laatste zou ik vroeger niet hebben ervaren. Mijn voetbalkantinetijd ligt al weer ver achter me, en sindsdien is er het een en ander veranderd.

Maar als ik naar Gijp, Derksen & Genee kijk, ben ik af en toe weer die zorgeloze gozer van toen.

Weetfeitjes die sinds gisteren door mijn hoofd spoken: ‘Een kwart van het Nederlands grondgebied is voer voor koeien.’ En: ‘Iedere dag wordt hier bijna veertig miljoen liter melk geproduceerd, waarvan twee derde naar het buitenland gaat.’ 

Deze situatie, die niet zomaar uit de lucht is komen vallen, maar een lange geschiedenis kent, levert enerzijds economisch gewin op, maar vergt anderzijds veel van onze leefomgeving, zó veel dat bezinning dringend nodig is.

60073751-5B63-44CC-ACFC-0798953BEE96

Tjongejongejongejonge, wat speelden die Mexicanen hun kansen slecht uit tegen Duitsland! Waardoor het niet meer werd dan 1-0 voor Mexico.

Sinds 1959, mijn geboortejaar, is dit het vijftiende wereldtoernooi. De vorige veertien krachtmetingen werden door slechts zeven verschillende landen gewonnen: Brazilië viermaal, (West-)Duitsland driemaal, Argentinië en Italië tweemaal, en Engeland, Frankrijk en Spanje eenmaal. Nederland werd driemaal tweede, wat gezien haar inwonertal, 17 miljoen, een topprestatie is. Van de winnaars heeft Argentinië het kleinste aantal ingezetenen: ruim 42 miljoen.

Is de bevolkingsomvang in deze context een betrouwbare graadmeter? Nee. Maar toepassing ervan wordt steekhoudender in combinatie met de mate waarin een land doordrongen is van een voetbalcultuur. 

Glad ijs, wijsheden van de koude grond. Maar toch, een winnaar ditmaal, die niet op het bovenstaande erelijstje prijkt, zou verrassend & vet zijn!

Je kunt je eigen tuintje al insectvriendelijker maken door het plaatsen van een insectenhotelletje en enkele lavendelstruiken. Dat was wat ik had onthouden uit een artikeltje in Puur Natuur, het magazine van Natuurmonumenten. Ik tikte ‘insectenhotel’ in de zoekmachine in en vond prijzen variërend tussen € 1,98 (Action) en bijna € 60 (bol.com). Op naar de Action dus en vervolgens door naar een tuincentrum; ik wil een goed mens zijn, maar ben niet gek.

Twee hotelletjes gekocht, met FSC keurmerk. Heb ze volgens instructies op een zonnige, maar niet al te zonnige plek opgehangen, aan een muur waarin nog twee oude pluggen zaten, lekker makkelijk, op een metertje boven de grond. En dan nu de komst van de eerste gasten afwachten. Spannend hoor.

De druiventros ziet er gezond en sterk uit: 103 mm.

6A6D1378-B42F-4077-AF3C-1372D50E27E3

We hebben kampeerspullen gekocht. Ik herhaal: we hebben kampeerspullen gekocht. Lichtgewicht, zodat we niet al te veel kilo’s hoeven mee te zeulen op de fiets. We zijn zelf al zwaar genoeg. Het betreft: een tweepersoonstent, twee slaapzakken, twee ‘zelfopblazende’ slaapmatjes (ik hoop dat we met de schrik vrijkomen), twee opblaasbare kussens, een eenpittertje en een pannenset.

Wie had dat ooit gedacht. Ik niet. Tot voor twee weken terug. Toen we het plan opvatten om volgend jaar met de auto op de bonnefooi naar het puntje van Italië te rijden. Om redenen van flexibiliteit en betaalbaarheid leek een tent uitkomst te bieden voor een deel van onze overnachtingen. En als we een klein tentje zouden aanschaffen, dan zouden we die bovendien ook nog eens op onze fietstochten kunnen inzetten. Zo gezegd, zo gedaan, dus. We hebben voor volgende week al een camping geboekt, middenin de natuur, op vijf en veertig kilometer fietsafstand, om de boel uit te proberen. We zijn, op onze leeftijd, hartstikke gek.

Muziek uit de jaren zeventig? Niet meer te pruimen. Ik loop weg voor die zooi uit mijn middelbare schooltijd. Je zult me moeten knevelen! Of er ook uitzonderingen zijn? Nou ja, vooruit, eentje dan: de David Bowie uit die dagen kan ik nog wel hebben. Low bijvoorbeeld, uit 1977, vind ik nog altijd een wereldplaat.

Dat smaken veranderen is een fenomeen. Gelukkig maar. Stel je eens voor dat dat niet zo zou zijn!

Onderweg naar Grou, windkracht vier schuin op de kop, begon ik spontaan en keihard ‘geef mij maar een Kodak kado” te zingen, die oude slogan uit de jaren zeventig. Hennie reed bijna de sloot in van het lachen. Op dat soort momenten vraag je je toch af hoe je bovenkamer werkt, of je nog wel oké bent.

4686D20B-7658-4D88-8C49-E7C3D43E6968
Willem Lodewijkstraat, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Lag gistermiddag op de bank voetbal te kijken. Marokko-Iran. Marokko was de betere ploeg, maar ook Iran kreeg kansen. Vroeger was ik lijp van voetbal, keek alles, maar tegenwoordig schenk ik er veel minder aandacht aan. Oorzaak: oververzadiging. Daarbij moet wel worden aangetekend, dat het hier om een zelfdiagnose gaat.

Vlak voor rust brak een Iraanse speler door, maar de Marokkaanse keeper redde knap door zich in de baan van het schot te werpen; de bal ketste op zijn benen af.

Nipte ondertussen van een pinot gris. Enkele dagen geleden kwam de Belgische gezondheidsraad met een herzien advies: tien pintjes per week is de nieuwe limiet! Ik drink twee glazen wijn per dag. En geen lullige glaasjes. En als het zo uitkomt – warm weer, wielrennen op tv – dan lebber ik ook nog aan een Ricard. Ik vertoon dus risicodragend gedrag.

Ik heb overigens geen favoriet team, nu Nederland er niet bij is. Marokko noch België of enig ander team heeft die rol overgenomen. Mijn blik is onpartijdig, ik registreer. Als Nepal zou hebben meegedaan, dan zou ik voor dat land zijn geweest. Vanwege mijn drupje, lang geleden verworven, Nepalees bloed.

Iran won met 1-0, dankzij een eigen doelpunt van Marokko, in de laatste minuut; ‘s levens zoet en zuur.

Nog voor zevenen met Tikoes naar De Groene Ster gereden, om haar te laten zwemmen en andere wandelaars met honden voor te zijn. Tot mijn stomme verbazing stonden er op de parkeerplaats al twintig auto’s. Toch niet meer dan één ander ochtendmens tegengekomen. De Groene Ster is groot.

Bij de zwemvijver werden we onthaald op het schrille tepiet-tepiet van een echtpaar scholeksters. Ik zag zo snel niet waar het stel zat. Maar toen ik de tennisbal wegwierp steeg er eentje van het platte dak van het toilethuisje op en voerde een duikvlucht op Tikoes uit. Wat een opgewonden standje zeg! Toen stak nummer twee het kopje over de dakrand en snauwde ons ook toe dat we moesten ophoepelen. Meneer en mevrouw hadden hun nestje op het dak van het plashok gebouwd! Clowns zijn het.

2FDB3FA9-7383-4575-B28F-7C79D59C444B
De Groene Ster, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof