Vanochtend eerst anderhalf geschilderd en daarna koffie gedronken met buurman Julius. Afgesproken dat we (zeer) binnenkort twee tentoonstellingen bezoeken: Fries expressionisme: Not afraid of the new in Museum Dr8888 en FRYSK: 100 jaar schilderkunst in Friesland in Museum Belvédère.

‘s Middags het binnenwerk gezet van het tweede deeltje van de Gaia • Chapbooks reeks, Dieren op schaal van Gert de Jager, dat over enkele weken zal verschijnen.

Vertaalde een nieuw Engels woord in insectocalyps.

Mijmerde even dat mijn leven op punt van beginnen stond en nam inenen een stroopwafel!

Wat, naar ik hoop, nog voor me ligt: het binden van mijn gedachten en gevoelens tot een soortement van geheel.

Dikke bobbel in mijn mond, vermoedelijk een gezwollen speekselklier.

Met de trein naar Arnhem getuft, op bezoek bij een ouwe maat, voor wie ik een of meer stadsgezichten ga vervaardigen. Kilometers door het centrum en langs de Nederrijn gewandeld, gekletst, tientallen foto’s genomen, ideeën uitgewisseld. Onwerkelijk mooi weer.

Onderweg in Heibel in de polder gelezen:

‘Onze winter heeft niet veel te beduiden. Soms wordt het jaren achtereen niet eens winter en groeien de plantjes die in october of november ontkiemen onafgebroken voort, totdat ze in januari of februari bloeien of vrucht dragen.’ – Jac. P. Thijsse, 1909

Trump (wil dat Europa 800 IS-strijders overneemt, anders laat hij ze vrij), krijg de kolere! Van Nieuwenhuizen (wil ondanks eerdere afspraken dat Schiphol doorgroeit, ‘anders mis je gewoon de boot’), stik!

Terwijl ik doorgaans toch een redelijke gozer ben.

Arnhem, 2019 © Ton van ’t Hof

Uiteraard een fietstocht gemaakt met dit mooie weer, op en neer naar Baard, en een uurtje of vier opgegaan in het hier en nu. Onderweg een zootje kievitten gezien, pak hem beet twintig, die deze zachte winter hebben aangegrepen, neem ik aan, om niet af te reizen naar het verre zuiden maar lekker dicht bij huis te blijven.

Roelke Posthumus in Heibel in de polder. Natuur in Nederland (Atlas Contact, 2018):

‘Ieder levend wezen gaat door met exploiteren van natuurlijke bronnen tot de wal het schip keert oftewel tot er een levensbedreigende schaarste optreedt.’

Posthumus heeft het hier niet alleen over mensen maar ook over planten en dieren. Ze poneert deze stelling overigens alsof het een ijzeren natuurwet betreft. En ik ben geneigd haar te geloven.

Anderzijds: alles gaat over in iets anders.

Ik bedoel, ik moet niet zo gewichtig doen, mezelf niet zo serieus nemen. Want dat heeft hoofdzakelijk saaie blogberichten als resultaat.

Hahaha!

‘Wie schrijft maakt zich steevast ergens schuldig aan,’ schrijft Ester Naomi Perquin in haar column in De Groene Amsterdammer, ‘altijd maar toekijken, overdrijven.’

Wat een kijk op het schrijverschap is. Schrijven is óók handelen. Hoe je je daarbij verhoudt tot het grotere geheel, dáár draait het wat mij betreft om.

Als het ingewikkeld is om een bevredigend verhaal rond je eigen ik te weven, doe het dan niet. Ga wat lummelen.

Boksum, 2019 © Ton van ’t Hof

Als ik Onno Blom, biograaf van de jonge Rembrandt van Rijn, over het werk van Rembrandt hoor, dan denk ik: die Blom heeft totáál geen verstand van schilderen.

Vandaag zélf uren geschilderd, een gezicht op Leeuwarden, waar nog dagen werk in zit.

Tussendoor lunch genoten op een zonovergoten terrasje op de Nieuwestad.

Las dat de Raad voor Dierenaangelegenheden – een raad van deskundigen die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit advies geeft over morele, ethische en strategische kwesties – onlangs in een enquete vier diergroepen onderscheidde:

‘productiedieren (koeien en varkens), recreatiedieren (honden en katten), proefdieren (muizen) en natuurdieren (herten en zwijnen).’

Deze beesten staan voor de Raad voor Dierenaangelegenheden overduidelijk lager in de pikorde dan de mens; ze zijn er voor óns: om ze op te eten, ermee te spelen, experimenten op uit te voeren en als decorstuk te gebruiken.

Ik werd onaangenaam getroffen door zoveel arrogantie, die ongetwijfeld ook gevoed is door de Hollandse handelsgeest.

Voetbal gekeken.

Erna & Arno uit Spijk (GD) op bezoek gehad. Erna is een achternicht van me, die ik vorig jaar via MyHeritage leerde kennen. Haar opa van vaderskant, Wilhelmus Spann, is een van mijn overgrootvaders van moederskant. Wat ik verwonderlijk vind: vanaf het allereerste moment dat we elkaar zagen was er een klik. Nu zijn we vrienden. Nog dit jaar gaan we die kant weer op.

Nee, de toekomst is verre van een bedreiging geworden.

En nee, Baudet past op geen enkele wijze in míjn voorstelling van wat een zogenaamde ‘sterke man’ is of zou moeten zijn.

Ik loop overigens überhaupt niet graag zingend achter vlaggen aan, vertrouw liever op mezelf.

Ook vrees ik de sharia niet, evenals het nieuwe fascisme of zoiets als de onleefbare hitte.

Er is wél werk aan de winkel.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Bij akelig mooi weer een rondje Veenwoudsterwal gefietst.

Daarna urenlang getracht een haperende iPhone te repareren.

Milkshake eist slachtoffer; Hennie loopt spuitpoep op.

Op het vuur staat een pannetje erwtensoep (restje van gisteren) te pruttelen.

Er waren dingetjes met Sylvana Simons en Ajax.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Sloot me aan bij de rechtszaak die Milieudefensie tegen Shell begint.

Las James Baldwin:

‘Een samenleving moet net doen alsof zij stabiel is, maar de kunstenaar moet beter weten en óns laten weten dat niets stabiel is onder het hemelgewelf.’

Snoeide walnoot & blauweregen; tijdrovend karweitje, kostte me een uurtje of drie.

Maakte ook nog erwtensoep tussendoor, als lunchgerecht.

Om te documenteren – met bewijsstukken staven – wat ik hierboven heb opgetekend, zou ik enkele foto’s kunnen nemen, van de pan erwtensoep bijvoorbeeld, of de geknotte takken die in stukjes in de groene bak liggen.

Maar ik doe dat niet.

Ik reken erop dat ik onder mijn lezers gevoelens van solidariteit en loyaliteit heb verworven, sterk genoeg om hen ervan te overtuigen dat zij mij kunnen vertrouwen als zichzelf.

Mijn geliefde.

Kapitein Haddock, 2019 © Ton van ’t Hof