Werkte vanochtend aan mijn bijdrage aan de Beeldrubriek van de Poëziekrant (curator Michael Tedja) die, zo is het plan, in het decembernummer zal worden opgenomen.

Las dat ‘we allemaal behoefte hebben aan een praktische, eenvoudig te gebruiken handleiding voor de omgang met onze geest.’

Nou, ik in elk geval wel. Kan maar geen vat op die ‘wilde aap’ krijgen! Word soms bijkans mesjogge van dat geslinger en gespring.

Doe eens normaal, joh!

‘Als je de wereld overdenkt, is het zaak om het midden te houden tussen lachen en hartverscheurend huilen.’—Ella Frances Sanders

Ook vandaag weer de Italiaanse keuken: zucchine agrodolci, frittata ai peperoni & een bolletje buffelmozzarella.

Ik heb de komende dagen overigens wat andere dingen te doen, daarna hoort u weer van mij!

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

‘Alleen in het noordwesten en noorden bestaat kans op een bui.’ Nou—om 10.57 uur—bij bakken uit de hemel dus, hier.

Waar ik in geloven móet: dat lezen goed voor je is & dat dit blog in staat is om je op te beuren, te veranderen, te raken en, wie weet, met wat raad bij te staan.

In eenzaamheid pende ik bovenstaande zin neer, geen stérveling die mijn gezicht op dat moment zag!

Stelde met militaire precisie—alle spijzen exáct passend bij het gemoed van de dag—het menu van de maaltijd des Heren samen: stracotto alla Fiorentina, zucca al rosmarino & duizendpit brood.

Na jaren van onderzoek luidde de conclusie dat inwoners van Karachi, Kazachstan, door verhoogde concentraties koolmonoxide in de lucht in slaap waren gevallen om pas dagen of weken later weer wakker te worden. Er kon volgens de autoriteiten geen verband worden gelegd met de oude uraniummijnen die al tientallen jaren gesloten zijn. De beelden van geëvacueerde inwoners die niets liever willen dan terugkeren naar hun geboortestreek zijn hartverscheurend. Docu vol dramatiek.

Lien rekte zich in de zon helemaal uit, tjezus, zelfs vérder dan helemaal! Elastieken Lientje.

Toen ik aangename geuren opsnoof uit onze stoofpan realiseerde ik me dat ik nog altijd de rekeningen betalen kan, me vergapen kan aan documentaires over én uit alle uithoeken van de wereld, ‘s avonds in een café met Jan en alleman over politiek kan ouwehoeren, en dampende schotels op tafel kan zetten die hun oorsprong hebben in uiteenlopende culturen uit alle delen van de wereld.

Vroeg me vervolgens af welke van deze privileges ik—vanwege omstandigheden—hypothetisch geval?—als eerste opgeven zou.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Bracht de auto naar de garage, plaatste een tweede luchtrooster in onze slaapkamerdeuren en belde met het Zilveren Kruis Zorgkantoor te Zwolle, waar ik goed chagrijnig van werd:

‘Waar kan ik u mee van dienst zijn?’
‘Sinds half juli heeft u driemaal beloofd om mijn aanvraag pgb over te hevelen naar Zorgkantoor Friesland. Nu kom ik er net achter dat dat nog altijd niet is gebeurd.’
‘Ik zal even voor u kijken, meneer. Ik zet u even in de wacht, is dat goed?’
‘Dag meneer, bedankt voor het wachten. Er is op 4 augustus inderdaad even e-mailcontact geweest tussen Zwolle en Leeuwarden, maar uw aanvraag is toen om onduidelijke redenen even niet doorgestuurd. Ik heb de betreffende afdeling gevraagd om dat vandaag alsnog even te doen. Kan ik u nog ergens anders mee van dienst zijn?’

Krijg toch even de pleuris!

‘s Middags, op en neer naar Bartlehiem, de boel kunnen laten verwaaien.

Lekkum, 2019 © Ton van ’t Hof

De dingen om ons heen, door ons een naam gegeven. Druif, poes Bo, klaterend water. Waanwijze dichters op sociale media. Wijdverbreide misverstanden. De dood en het licht.

Enfin. Gisteren bij Fred & Annelies geweest, hoewel we ze lang niet hadden gezien was de sfeer toch weer als vanouds!

Haalde mijn hart op aan een docu over Beierse koeien die hun zomer doorbrengen in grazige alpenweides in de buurt van het Oostenrijkse Montafon. Vee hoeden, dat lijkt me wel wat voor een volgend leven.

Verdeelde de middag over Ed & Ank, die na een bezoek aan ma gezellie nog even binnenvielen, een boek en het verwerken van prikkels.

De zon brak door, onze tuin lichtte op en ik ontsnapte even aan grote systemen. Werd wakker en dacht na. Over reizen, schrijven en migratie. Het hoofdstuk dat ik las ging over slavernij en kolonialisatie.

Zag een wesp die een spin leek aan te vallen / aanviel.

Weet je, dit blog is ook een catalogus van het gemak, ongemak & erger.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Hahaha, die Pfeijffer, de leperd, buit de politieke situatie in Italië uit om de aandacht weer eens op zichzelf te vestigen: ‘In gedachten worden er koffers gepakt.’ Poepzak.

Stel dat ik hier toeter dat alle dichters, ongeacht man of vrouw, hetzelfde zouden moeten verdienen! Gelijk loon voor hetzelfde werk. Wat dan, ja?

In het VK mogen ze niet meer in stereotypes denken.

Hans Kazàn op Lowlands!

Las onderstaand gedicht van de Amerikaanse dichter Caleb Beckwith, dat is opgenomen in zijn bundel Political Subject (2018):

MUSEUM OF CAPITALISM

partial
critique

Een summier gedicht. Over een museum. Waar je, denk ik dan, kapitalistische voorwerpen van enige culturele waarde kunt bezichtigen. Op een toekomstig tijdstip, als we het kapitalisme ten grave hebben gedragen—postkapitalistisch.

In wat volgt herken ik echter geen voorwerp maar een uiting van of over het museum. In het eerste geval zou ‘gedeeltelijk kritiek’ leveren op het kapitalisme een taak van het museum kunnen zijn. In het tweede heeft de uiting iets weg van een verwijt: het museum levert slechts ‘gedeeltelijk kritiek’ op het kapitalisme.

En wie weet verdwijnt het kapitalisme dankzij zijn fenomenale aanpassingsvermogen wel nooit helemáál uit ons DNA en zit er ook aan een postkapitalistisch tijdperk nog een kapitalistisch luchtje!

Over de oorsprong van dit gedicht zei de dichter onlangs zelf: ‘Museum of Capitalism was a direct response to the Museum of Capitalism exhibition held in Oakland last summer. The show asked artists to imagine a future after capitalism by presenting it as a retrospective museum exhibition (much like we might find for past civilizations at your local history museum), but, to my mind, it did little to trouble the commodity form of the art objects it presented. That’s to say I liked a lot of the work a great deal, but felt the conceit was only half-realized.’

Oudebildtzijl, 2019 © Ton van ’t Hof

Rupi Kaur is miljonair. Miljonairs zijn vandaag de dag niet bijzonder meer, maar de wijze waarop Kaur haar miljoenen verdiende is dat wél, namelijk met de verkoop van twee dichtbundels, Milk and Honey (2014) en The Sun and Her Flowers (2017). Beide bundels zijn naar het Nederlands vertaald.

Kaurs wieg stond weliswaar in India, maar ze groeide op in Canada. Thans is ze 26 jaar oud en woont in Toronto.

Haar bundel De zon en haar bloemen, die werd vertaald door Anke ten Doeschate, opent met een titelloos gedicht:

op de laatste dag van de liefde
barstte mijn hart in mijn lichaam

Liefdesverdriet. Denk ik dan. Een meisje met liefdesverdriet, of een jongen, dat kan natuurlijk ook. In dit gedicht wordt niet aangegeven van wíe dat hart en dat lichaam zijn.

Wat me vervolgens opvalt is dat het hart barstte, wat geen gangbaar Nederlands is als er verdriet om een verloren liefde in het spel is. In de polder breken harten in dat geval. Hoeveel hand heeft de vertaalster hierin gehad? Ik zoek de originele versie online op:

on the last day of love
my heart cracked inside my body

‘Cracked’ kan zowel met ‘barstte’ als met ‘brak’ worden vertaald. Misschien hebben er ritmische overwegingen aan Ten Doeschate’s keuze ten grondslag gelegen, maar ik zou toch zijn gegaan voor ‘brak’.

Of wacht. Wellicht komt er in de eerste regel geen einde aan een liefde maar aan alle liefde, en gaat dit gedicht niet over liefdesverdriet maar rust de blik van de lezer op een apocalyptisch tafereel waarin een hart letterlijk barst, door een val bijvoorbeeld.

Nee. Díe lezing komt mij toch als vergezocht voor.

En dan nog iets: ‘mijn hart in mijn lichaam’—ik bedoel: where else? Waarom deze benadrukking? Of moet de boel weer op zijn kop en verwijst Kaur hier naar het gedicht als lichaam. Wie weet. Maar ik houd het toch maar op een gevalletje van liefdesverdriet.

Dat spreekt mensen aan, vermoed ik.

Onderzoek bij zestien boeren in zuidoost Friesland vorige week wees uit dat de heren bijna twee keer zoveel waterputten hadden geslagen als is toegestaan. ‘Er is dus fors meer water onttrokken. Daar zijn wij wel van geschrokken’, zei de woordvoerder van Wetterskip Fryslân.

Veel boeren zijn crimineel. Dát beeld komt me niet meer als vertekend over.

Ondanks de grijze lucht en wat motregen hing er vanmiddag in onze tuin een gemoedelijke sfeer.

Gaf de stand van onze watermeter door en kreeg van Vitens te horen dat wij de afgelopen twaalf maanden 15% minder water hebben verbruikt. Door goed op de kleintjes te letten, dus. Hoewel de vraag naar de waterstand—o ironie—stomtoevallig vandaag werd gesteld, ben ik niet blind voor het moralistische karakter dat deze aantekening deelachtig wordt in het licht van het stukje over de boeren hierboven.

Het zij zo, kan me niks schelen.

Docu over ongewone woestijnen in Rusland, waaronder de meest noordelijke ter wereld. Shoyna is een dorpje aan de Witte Zee. Ooit had het 3000 inwoners, nu nog een paar honderd. Men leefde en leeft er nog van de jacht en visserij. Nadat visnetten in de vorige eeuw de vegetatie op de zeebodem hadden vernield, namen stromingen zand van de bodem mee naar de kust, waarna wind de rest deed: er ontstond een woestijn die zich nog altijd uitbreidt en waarin Shoyna langzaam verdwijnt. Je blijft alléén als je verknocht bent aan vrijheid en je je verbonden voelt met de ruige natuur aldaar.

Dan is Leeuwarden en omstreken toch andere koek.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof