Dichters lezen, leren en lenen soms van elkaar. Hoewel Craig Dworkin en K. Schippers ieder een gedicht schreven, waaraan een identiek concept ten grondslag ligt, is hier hoogstwaarschijnlijk geen leentjebuur gespeeld.

In 2008 bracht de Amerikaan Dworkin (1969) het bijna driehonderd bladzijden lange gedicht ‘Parse’ uit. Het is een transcriptie van een Engels boek uit 1875, waarin wordt uitgelegd hoe je moet ontleden: How to Parse: An Attempt to Apply the Principles of Scholarship to English Grammar van Edwin A. Abbott. Dworkin ontleedde Abbotts tekst en zette alle woorden over in hun woordsoorten. Twee willekeurige bladzijden uit Dworkins ‘Parse’ zien er dan als volgt uit:

Dworkin heeft met ‘Parse’ een conceptueel gedicht geschreven: het idee erachter is belangrijker dan het werk zelf. Geen zinnig mens leest dit dikke boek uit, je bladert er hooguit wat in. Maar het concept vind ik fascinerend. Elke tekst, geschreven of gesproken, kan worden ontleed en in woordsoorten worden overgezet, en elke overzetting zal telkens weer een uniek resultaat opleveren. ‘Parse’ maakt deze mogelijkheid zichtbaar, tastbaar eigenlijk. Bovendien heb ik bewondering voor Dworkins uithoudingsvermogen: de vervaardiging van deze bijna driehonderd bladzijden tellende transcriptie moet monnikenwerk zijn geweest.

Ik ben een liefhebber van het werk van K. Schippers (1936) en schafte enkele jaren geleden bij een antiquariaat Een klok en profil aan, zijn tweede poëziebundel die in 1965 bij Querido verscheen. Tot mijn verrassing trof ik daar een gedicht aan, waaraan hetzelfde concept ten grondslag ligt als aan Dworkins ‘Parse’. Het heet ‘Bep. hoofdtelw. zelfst. nw. (meerv. abstract)’:

‘Bep. hoofdtelw. zelfst. nw. (meerv. abstract)’ is een transcriptie van het korte gedicht ‘Twee gezegdes’ uit Schippers’ eerste bundel De waarheid als De koe, dat als volgt luidt: ‘Na regen komt zonneschijn // Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht’.

Twee gedichten dus, waaraan een identiek concept ten grondslag ligt. Dichters lezen, leren en lenen soms van elkaar. Toen Schippers zijn gedicht uitbracht, was Dworkin nog niet geboren. Schippers heeft het concept niet van Dworkin kunnen lenen. Omgekeerd zou wel het geval kunnen zijn. Maar ik heb nergens aanwijzingen gevonden dat Dworkin Schippers’ werk kent, en acht het dan ook waarschijnlijker dat twee experimentele dichters hier onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee zijn gekomen.

Overigens heeft Schippers zich bij de uitvoering van het idee beduidend minder hoeven inspannen dan Dworkin: drie regels versus honderden bladzijden die moesten worden overgezet, drie regels die Schippers bovendien niet zelf ontleedde, maar liet ontleden door Rob Nieuwenhuys, waar Dworkin al het werk zelf verzette. Als dank droeg Schippers zijn gedicht aan Nieuwenhuys op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.