Mijn God!

De dag begon en eindigde met genealogisch onderzoek. Tussendoor een bezoek aan mijn moeder gebracht, die dacht via het raam de zorginstelling te kunnen verlaten, en nog een uurtje gewandeld.

Dat mijn grootmoeder van vaderszijde een godzalige vrouw was wist ik wel, maar dat mijn grootvader van huis uit ook een klap van de religieuze molen moet hebben gehad, was nieuw voor me. Ik zocht en vond vandaag alle broers en zussen van grootvader Theo. De rooms-katholieke zweep lag al over hun namen: Daniel Ludovicus Antonius, Huberdina Antonia Cornelia, Ludovicus Antonius Maria, Henricus Antonius, Johanna Maria Engelina, Henricus Theodorus Antonius, Antonius Henricus, Theodorus Antonius en Maria Wilhelmina.

Negen kinderen. Mijn grootvader de achtste. Zijn moeder was 35 toen ze hem kreeg. Mijn overgrootouders hebben het Godswoord ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’ serieus genomen.

Mijn twee doopnamen, Anton Theodoor, sluiten overigens uitstekend bij het voorgaande rijtje aan.

Twee van de negen kinderen stierven al vroeg, Huberdina (1887-1887) en Henricus Antonius (1889-1891). Van de vijf overgebleven jongens vertrokken er minstens drie, onder wie mijn grootvader, op jeugdige leeftijd naar Stratum, een dorp vier kilometer verderop, waar ze volgens het bevolkingsregister enkele jaren als student verbleven en eentje ook nog als postulant.

‘Een postulant is iemand die streeft naar het religieuze leven maar nog niet tot een bepaalde kloosterorde is toegelaten’

Aan het einde van de negentiende eeuw stichtte de rooms-katholieke kloostergemeenschap Broeders van Liefde een jongensinternaat in Stratum, met een school voor lager en uitgebreid lager onderwijs: Pensionaat voor Jonge Heeren Eikenburg.

Ik acht het aannemelijk dat mijn oudooms en grootvader hier een deel van hun jeugd hebben doorgebracht. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam Eikenburg trouwens in opspraak, toen oud-leerlingen niet langer zwegen over mishandeling, intimidatie en seksueel misbruik door kaderpersoneel.

De twee oudere broers van grootvader Theo, Daniel en Antonius, vertrokken op 15-jarige leeftijd van Stratum naar Gent in België. Theo zelf belandde na verloop van tijd in Hollogne-aux-Pierres, een vlek ten westen van Luik. Hij moet zich daar overigens goed verstaanbaar hebben kunnen maken: de voertaal in het jongensinternaat was namelijk Frans.

Van Daniel en Antonius ontbreekt na hun vertrek naar Gent elk spoor.

Zowel Gent als Luik huisvestte toentertijd een grootseminarie. Op basis van wat ik nu weet – mijn grootvader kwam in 1919 als religieuze terug uit België – concludeer ik dat drie van de negen kinderen uit dit gezin ooit waren voorbeschikt tot het priesterschap. Mijn God!

Pensionaat voor Jonge Heeren Eikenburg, Stratum, ca. 1920

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.