Mijn overgrootvader Geert Leupen en mijn overgrootmoeder Geertruid Rutgers trouwden op zaterdag 18 april 1891 te Rolde, in aanwezigheid van Geerts vader, Jan Geerts, en vier getuigen. De bruidegom 27 jaar oud, de bruid 23. Acht maanden ervoor had Geert zijn moeder verloren en Geertruid was al sinds 1889 wees.

Online weet ik te achterhalen dat half Europa in deze periode te maken had met een koudegolf en dat het op de 18e niet alleen ‘s nachts maar ook overdag tot diep in Frankrijk vroor. Dikke jas aan dus.

Onder Geertruids dikke jas moet overigens ook een dikke buik hebben gezeten, want nog geen drie maanden later beviel ze van hun eerste kind, dochter Lammegien.

In de trouwakte vind ik niet alleen Geerts beroep op moment van trouwen terug, dienstknecht, en hun beider woonplaats, Deurze, maar ook dat er aan de Ambtenaar van den Burgerlijken Stand zeven documenten ter hand zijn gesteld: twee geboorteakten, drie overlijdensakten en, mijn belangstelling wekkend, twee bewijzen:

  • ‘bewijs voldaan te hebben aan de wet op de nationale militie’;
  • ‘bewijs van toestemming tot het aangaan van dit huwelijk afgegeven door den Kommanderenden Officier van het eerste Regiment Veldartillerie’.

Tot mijn voldoening—alle lof voor het Drents Archief—heb ik ook de bijlagen kunnen downloaden.

In het begin van de 19e eeuw werd in Nederland—middels de ‘Wet omtrent de inrigting der Nationale Militie’—de conscriptie (dienstplicht) ingevoerd. Iedere jongeman diende zich in te schrijven, waarna door loting werd bepaald wie daadwerkelijk werd opgeroepen. Als je werd ingeloot bestond er de mogelijkheid om ‘zijne dienst [te] doen waarnemen door een plaatsvervanger’, die tegen betaling jouw plaats als militielid innam. De hoogte van dat bedrag was in 1861 een zaak geworden tussen loteling en plaatsvervanger, voor die tijd gold een tarief ‘naar mate van de gegoedheid der personen’ van f 25 tot f 75.

De dienstplicht duurde vijf jaar. De eerste achttien maanden kwam je op in werkelijke dienst, waarna je nog drie en een half jaar oproepbaar bleef.

Geert schreef zich in 1882 als negentienjarige in, maar werd uitgeloot. Hij woonde op dat ogenblik in Anloo, waar hij het vak van wever uitoefende. Zes jaar later, op 1 mei 1888, kwam hij alsnog onder de wapenen, bij het 1e Regiment Veldartillerie te Utrecht, waar hij de plaats van iemand anders innam.

Geert kon ongetwijfeld het geld goed gebruiken. Thuis hadden ze het niet breed en de toenemende mechanisering van de textielindustrie zorgde voor minder vraag naar wevers. Na zijn diensttijd zou hij niet meer achter het weefgetouw plaatsnemen.

Toen Geert en Geertruid op die koude zaterdag trouwden, was de bruidegom weliswaar niet meer in werkelijke dienst, maar nog wel oproepbaar. Daarom had hij van zijn commandant toestemming voor het huwelijk nodig.

Ik ga ervan uit dat ze na afloop van de plechtigheid een goed glas bier of wijn hebben gedronken in de plaatselijke herberg.

Auteur: Ton van ’t Hof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.